Ik heb een kleurrijk leven gehad

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over hun laatste levensfase.Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

„Ik ben niet dood te knijpen. Ik ben hier nu sinds 16 oktober. Of sinds 16 november? Ach, wat doet ’t er toe. Ik heb het hier geweldig naar m’n zin. Ik wist niet eens dat er aparte huizen bestonden waarin je kunt doodgaan. Het voelt hier als een warme mantel: ‘Alles is liefde’.

„In de meeste hospices schijn je maar drie maanden te mogen blijven. Hier hebben ze die regel gelukkig niet. En wat dan nog? Ze zullen toch niemand als grof vuil aan de stoeprand zetten?

„Tot m’n tachtigste ben ik gezond geweest. M’n verjaardag heb ik toen met toeters en bellen gevierd. Ja, ik had last van psoriasis, of hoe heet dat? Je kon de vellen als oud behang van m’n gezicht trekken. Maar op de foto’s zie je daar niks van. Ik had die ellende goed d’r ondergesmeerd.

„Een tijdje later kreeg ik last van enorme vochtblazen tussen m’n dijen. Ik leek wel een koe met uiers, ja echt, ik zei: ik ben de vrouw van André van Duin, mevrouw Wijdbeens.

„En toen dus die kanker. Ja, dan ga je zo zoetjes aan wel denken dat je aan je laatste eindje bezig bent.

„Afgelopen najaar woog ik nog maar 48 kilo. Hier ben ik wat opgeknapt, ik kwam weer aan. Dan durf je toch weer een beetje vooruit te gaan kijken. Eerst dacht ik: ik wil de Kerst wel meemaken, lijkt me gezellig. Dan oud en nieuw, m’n verjaardag, eind februari. En toen de Koningin eind januari vertelde dat ze ging aftreden, dacht ik meteen: dat wil ik ook nog meemaken.

„O, dit moet je zien! Je gaat het niet droog houden … Kijk, mijn zoon heeft een brief gestuurd naar de Koningin: of ze niet een bemoedigend kaartje aan me kon schrijven, zodat ik het nog kan uitzingen tot 30 april. Keurige brief teruggehad van de plaatsvervangend secretaris van Hare Majesteit de Koningin: dat ze zelf al lang geleden is gestopt om op commando verjaarskaarten en andere attenties rond te sturen, omdat ze te veel verzoeken kreeg, maar dat hij mij persoonlijk het beste wenste. Keurig toch?

„Ik kan gerust zeggen dat ik een kleurrijk leven heb gehad. Ik heb er altijd wel wat van gemaakt. Ik ben een autodidact. Ik heb alles onderzocht waarvan ik dacht: dat wil ik wel leren, of meemaken, of zien, of doen. Ik heb Engels geleerd, ik heb Frans geleerd. Ik spreek m’n talen aardig, ik kan overal met iedereen wel een praatje maken.

„M’n eerste huwelijk was niet gelukkig. M’n eerste man had het hoog in z’n bol. Hij was administrateur, maar hij wilde directeur zijn. Op een dag had-ie zomaar ontslag genomen om z’n eigen zaak te beginnen. Kwam niks van terecht. Ik weet nog dat ik een boodschap ging doen en ’m bij de fietsenmaker in de werkplaats zag zitten met een kruiswoordpuzzel. Ik zei: ‘Ander woord voor werken, zes letters …’

„Ik had een vent voor wie ik de kost moest verdienen – dat kon niet de bedoeling zijn. Zelf had ik werk zat, naai- en verstelwerk, en ik deed de in- en verkoop voor Maison Desireé. Vrouwen met naaiwerk stonden bij me in de rij. Ik noemde altijd een fikse prijs en zei dat het wel een week kon duren voordat het klaar was. Diezelfde avond had ik het af en dan hing het een week bij me in de kast – kijk, dat is zakendoen.

„Dertien jaar heeft m’n huwelijk geduurd. Ik was 38 jaar toen ik er weer helemaal alleen voor kwam te staan, met twee jonge jongens. Een jaar later heb ik een contactadvertentie in de krant gezet. Ik was behoorlijk schuchter toen ik de eerste kandidaten thuis over de vloer kreeg. Ik dacht: niet op de bank gaan zitten, ik wil niet dat ze meteen op m’n schoot kruipen. Ik was helemaal dood van binnen, ik dacht dat ik nooit meer van lichamelijk contact zou kunnen genieten.

„En toen, op een avond, stapte zomaar de man van mijn leven de kamer binnen. M’n eerste gedachte was: o jee, je haar zit fout, dat gaan we anders doen. Hij is die avond meteen gebleven en nooit meer weggegaan. Hij kon niks: nog geen spijker in een pakje boter slaan. Ik zei wel eens: ‘Ik snap niet waarom ik jou genomen heb. O ja toch, je bent zo lief! Maar voor de rest heb ik niks aan jou.’ Ik ben altijd verliefd op die man gebleven, we zijn 34 jaar heel gelukkig geweest samen.

„In dit huis zit ik nu dus m’n einde af te wachten. Doodsangst heb ik tot dusver niet gevoeld. O nee, ik ben nieuwsgierig: hoe zal het zijn, daar aan de andere kant? Ik weet zeker dat het leven doorgaat. Ik val straks niet in een zwart gat – no way! Hoewel ik ook weer niet geloof dat ik ergens bij een hemelpoort moet aanbellen en dat Petrus dan open doet. Wat wel? Ik zal reïncarneren en evolueren. Verder weet ik ’t nog niet precies, maar binnenkort wel. Spannend toch?”

Tekst & foto’s Gijsbert van Es

Reacties: laatstewoord@nrc.nlTwitter: #hetlaatstewoord