Iedereen praat met iedereen. Over alles

Het kabinet zoekt steunt voor nieuwe miljardenbezuinigingen. Op een manier die nog nooit vertoond is. De coalitie en de oppositie zijn nu in verwarring. „Ik heb geen idee waar dit eindigt.”

Wat zullen we het kabinet eens vragen? Misschien de bezuinigingen op de kinderopvang terugdraaien? Illegaliteit toch maar niet strafbaar maken? Een verruiming van de Embryowet? Of het beschermen van de zondagsrust?

Voor de camera’s leek het deze week alsof de oppositiepartijen al precies wisten wat zij zouden eisen, in ruil voor hun steun aan de extra bezuinigingen die het kabinet sinds een week wil doorvoeren. Maar onzichtbaar voor de buitenwereld heerst er onzekerheid, blijkt uit een rondgang langs de fracties. Bij coalitie én oppositie.

Zelfs voor de meest ervaren politici en partijstrategen is deze situatie nieuw. „Dit is enorm spannend en leuk”, zegt de één. „Eerlijk? Ik heb geen idee waar dit eindigt”, zegt de ander. Weer een ander: „Tot nu toe is het een vaag verhaal, omdat we niet weten hoe het precies gaat lopen.”

De situatie is niet alleen uniek, maar ook instabiel. Het kabinet kan zijn bezuinigingen niet op eigen kracht realiseren: VVD en PvdA hebben geen meerderheid in de Eerste Kamer. Het moest dus al winkelen bij senaatsfracties voor de 16 miljard euro bezuinigingen in het regeerakkoord. Vorige week kwam daar nog 4 miljard bij, nadat de economische groei opnieuw tegenviel. En het kabinet wil meer. Vakbonden en werkgevers moeten de plannen ook steunen, en het liefst wil de regering ook nog de steun van méér oppositiefracties in de Tweede Kamer dan nodig is voor een krappe meerderheid in de senaat. Zonder breed draagvlak, zegt de coalitietop, zijn de geplande hervormingen op lange termijn toch niet levensvatbaar.

Het resultaat van deze ambities is een proces waarin iedereen de komende weken met iedereen over alles praat. Leiders van vakbonden en werkgeversorganisaties praten met de top van het kabinet, maar ook met individuele vakministers en fractievoorzitters Halbe Zijlstra en Diederik Samsom van coalitiepartijen VVD en PvdA. Die ook allemaal weer met oppositiepartijen praten. En die praten weer met vakbonden en werkgevers. En óók weer met de vakministers.

Dit alles met een harde deadline van 1 mei, want dan wil de Europese Commissie de begroting voor volgend jaar hebben. Reden twee om haast te maken: na de zomer beginnen partijen aan de voorbereidingen van de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2014. In campagnestand is het lastig compromissen sluiten.

Duidelijk is dat de coalitie in deze overlegtombola het meeste te verliezen heeft. VVD-leider Mark Rutte en PvdA-leider Diederik Samsom hebben allebei hun persoonlijke reputatie aan de ingrijpende bezuinigingen verbonden.

De meeste oppositiepartijen hebben net zo goed een dilemma. CDA, D66, GroenLinks, ChristenUnie en de SGP moeten afwegen in hoeverre ze hun luxepositie als commentator van het impopulaire kabinetsbeleid willen inruilen voor invloed op die plannen. Want ook zij zeggen de noodzaak te zien van bestuurlijke compromissen en sanering van de overheidsfinanciën.

Voor hen is de vraag: hoe verwerf je maximale invloed tegen minimale electorale kosten?

De ChristenUnie ziet wel iets in één groot akkoord. De partijen die meedoen zouden overal over kunnen meepraten en ook grotere onderwerpen kunnen ‘binnenhalen’. Structureel gedogen dus.

D66, CDA en GroenLinks zien daar tegenop. Ze willen onafhankelijk blijven van het kabinet, om te vermijden dat kiezers vooral hén verantwoordelijk houden voor de bezuinigingen. En ze denken meer binnen te kunnen halen in telkens nieuwe onderhandelingen.

Maar het lijkt onwerkbaar om voor elke begrotingspost een apart akkoord te sluiten. Allereerst voor de coalitie: in een begroting hangt alles met alles samen. Nadelen zijn er ook voor oppositiepartijen: door combinaties van dossiers te vermijden kun je als partij je steun op een politiek veilig onderwerp niet ruilen voor invloed op een ander, voor jou juist gevoelig onderwerp.

Een andere vraag voor de oppositiepartijen: met wie werk je samen? Het CDA kan in zijn eentje de coalitie aan een meerderheid in de Eerste Kamer helpen. Dat geeft een uitstekende onderhandelingspositie. Maar ook een grote kwetsbaarheid, als andere oppositiepartijen het CDA gaan aanvallen op het kabinetsbeleid.

De anderen hebben het omgekeerde probleem: D66, ChristenUnie, GroenLinks en de SGP zijn alleen in combinaties van nut voor het kabinet. Om invloed uit te oefenen, moeten ze dus samenwerken.

Ook over de waarde van een eventueel sociaal akkoord tussen vakbonden en werkgevers denken de potentiële bondgenoten verschillend. D66 heeft weinig met de polder, daar is de vrees dat de in hun ogen conservatieve werkgevers- en werknemersorganisaties de verkorting van de ww-uitkering en de versoepeling van het ontslagrecht blokkeren. Als dat soort hervormingen wegvallen, hebben sociaal-liberalen veel minder reden het kabinet te steunen. De ChristenUnie, GroenLinks en vooral het CDA vinden een sociaal akkoord juist heel belangrijk. Zij hechten aan de betrokkenheid van maatschappelijke organisaties bij de politiek.

Als oppositiepartijen hun wensen, tactiek en bondgenoten hebben geïnventariseerd, komt het volgende probleem: bij wie moet je zijn, binnen de coalitie. Bij een vakminister? Of bij de premier? Of bij de minister van Financiën, die over de rijksbegroting gaat? Of misschien bij Samsom en Zijlstra?

Geen paniek, sust een coalitiestrateeg. Juist in zo’n complexe situatie moet je je niet gek laten maken. Benader dit als een eenvoudige beslisboom. Komt er een sociaal akkoord, ja of nee? Zo ja, steunen oppositiepartijen het? Zo nee, welke steun kan het kabinet dan van welke oppositiepartij organiseren voor welk kabinetsplan? „Alles stap voor stap bekijken, en ervoor zorgen dat de processen niet door elkaar gaan lopen.” Alleen: dat gebeurt nu toch al. Terwijl het kabinet met de sociale partners overlegt, gaat minister Dijsselbloem volgende week weer eens bij de oppositie langs.

Mislukt deze ‘nieuwe politiek’, dan is er altijd nog de oude. De alles-of-nietsoptie, volgens een andere coalitiestrateeg: alle bezuinigingen met alleen steun van PvdA en VVD door de Tweede Kamer drijven. En erop gokken dat oppositiepartijen in de Eerste Kamer niet alles durven wegstemmen, uit angst medeverantwoordelijk te worden gehouden voor een kabinetscrisis.