Hoogheid,

Tot aan de troonswisseling staat er elke week in Opinie&Debat een Brief voor de Koning. Vandaag is hij van romanschrijfster Wanda Reisel.

f het de vloek van je Russische voorouders de Romanovs is weet ik niet, maar jullie familie heeft een voorkeur voor ‘het andere’, zal ik maar zeggen. Je overgrootmoeder Wilhelmina trad in het huwelijk met deugniet Hendrik (‘Zwijnen Heintje’), je grootmoeder Juul sloeg playboy Benno aan de haak, je moeder huwde een Duitser die als jongen bij de verkeerde club had gezeten, en jij, U, Koninklijke Hoogheid, trouwde met een dochter van een Argentijnse vader die een en ander ook liever niet gewusst wil hebben.

Je overgrootmoeder Wilhelmina was me d’r eentje. Ze schijnt volgens een hofdame tegen een van haar poppen gezegd te hebben: „Als je niet ophoudt zo vervelend te zijn, stom popje, dan maak ik je koningin!”

Jouw familie loves to hate het feit dat jullie gedwongen zijn toneel te spelen. Je moeder liet zich daar onlangs nog letterlijk over uit, toen er voor de televisie een re-take gemaakt moest worden van haar beëdiging van het huidige kabinet: „Ja, kom nou, dan wordt het een toneelstukje.” Juliana, heb ik me laten vertellen, was wél dol op toneelspelen, had zelfs haar eigen theatertje op Soestdijk. Hofdames namen de kleine rollen voor hun rekening en zijzelf speelde uiteraard de hoofdrol. Je grootvader had grote schik in zijn rol van rokkenjager, trok het ene na het andere prinsenkostuum uit de kast en zocht voor zijn image herkenbare attributen: de pijp, de anjer, de Ray-Ban zonnebril.

Je goede vader hield er helemaal niet van in de spotlights te staan. Zijn non-conformistische stropdas-act was zo hulpeloos gespeeld dat het onze ontroering wekte. Maar hij had groot gelijk: het koningschap is volkomen uit de tijd. Je moeder vierde haar studententijd weliswaar tot de max, en in Leiden ontsnapte ze graag met een vriendin of vriend aan de AA-wagen met haar cipiers.

Maar eenmaal koningin belichaamde ze met aplomb de rol van symbool, een levend standbeeld (je ziet ze ook wel eens op de Dam). Een en ander werd door haar artistieke aspiraties in de beeldhouwkunst gecompenseerd, ze kon zo als het ware haar eigen model zijn. Haar heb ik nooit op ironie betrapt, misschien nam ze haar rol té serieus.

Kijk, je grootmoeder, die had een groot gevoel voor symboliek én voor humor. Er was eens een officieel diner in het Paleis op de Dam, gegeven door koningin Wilhelmina en prins-gemaal schout-bij-nacht Hendrik (sjouwt bij nacht, zei de voxpop). Roken tijdens een dergelijk diner was not done. Eregast was de Oostenrijkse componist Arnold Schönberg, een atonale kettingroker. Tijdens het indrinken had hij Hendrik al over zijn verslaving in vertrouwen genomen. Dus na de consommé van schildpad stak Hendrik, tegen elk protocol in, naast Wilhelmina een sigaret op. Arnold kon zijn voorbeeld volgen en de halve zaal deed mee.

Nog voordat op een ander dinertje de kreeft op tafel verscheen, zette de dorstige president Paul Kruger tot ontzetting van de verzamelde doorluchtigheden zijn vingerbakje water met citroen aan zijn mond en dronk. De wakkere Wilhelmien trok een pokerface en plaatste onmiddellijk ook háár vingerkom aan de mond. Mrs.Bean. Je ziet haar ’s nachts in bed: „10 gulden boete, Heintje, maar 100 gulden gelachen!” Zo zei de grote acteur Ko van Dijk altijd. (Voor geklier – schmiere – op ’t toneel kreeg je vroeger boetes van je toneelgezelschap. Kom er nu eens om.)

Toneelspelen is één ding, maar met U is er onderweg iets verloren gegaan. U, KoHo, was een onaangepast prinsje dat opgroeide in de vrije jaren zeventig. En natuurlijk had U uw ouders wel eens horen mopperen over het verachtelijke paparazzivolkje met z’n intimiderende telelenzen. U wilde niet erg deugen, want U was een kind van uw tijd, U was die prins Piramente uit het versje van Annie Schmidt, Prins Piramente uit het Land van de Krenten, die liever de hele dag op zijn hoofd stond om in vredesnaam maar geen koning te hoeven worden. Heel uw leven hebt U geprobeerd ‘het omgekeerde zoontje’ van de Koningin te zijn, niet te deugen voor de rol die aanstaande was. U wilde een sportieve jongen zijn, schaatsen, zwemmen, waterpoloën, mee blèren op de tribune, hossen met de hockeymeisjes. Een gewone jongen, geen symbool. De rol van piloot of marinier wilt U best spelen, desnoods van vastgoedhandelaar, maar in godsnaam niet die van koning.

En toch, en toch, het moet zo zijn. Eén regieaanwijzing van mij: doe als je overgrootmoeder Wilhelmina: veins, Alexander, veins oprecht. Duw je tong tegen je wang, trek je pokerface, praat langzaam en waardig, lach minzaam en vervul deze Koningskomedie zoals het betaamt: met de grootst mogelijke ironie. Schaam je niet meer. Wijze koningen vóór jou wisten dat je het volk alleen zo kan geven wat het wenst. Schenk het dus die illusie waar het zo naar snakt. Je voorouders begrepen het ook: de wereld wil bedrogen worden, dus wordt ze bedrogen.

Hoogachtend,

Wanda Reisel