Het is tijd voor een nieuwe verklaring van fantoompijn

Venus van Milo

De belangrijkste theorie over het ontstaan van fantoompijn klopt niet. Die conclusie trokken neurowetenschappers van de University of Oxford nadat ze 18 geamputeerden met de hersenscanner hadden onderzocht (Nature Communications, 5 maart).

Een groot deel van de geamputeerden krijgt in de maanden of jaren na de amputatie last van fantoompijn – schattingen lopen uiteen van 40 tot 80 procent van die mensen. Ze ervaren een prikkelende, stekende of kloppende pijn in het afgezette lichaamsdeel. Patiënten worden behandeld met allerlei soorten medicatie en psychotherapie – een gouden standaard is er niet.

Maar hoe ontstaat fantoompijn? De belangrijkste moderne opvatting daarover is dat die ontstaat door ongewenste reorganisatie van de hersenschors. Normaal gesproken heeft elk lichaamsdeel daar een ‘representatie’: een eigen locatie waar zenuwsignalen uit het lichaamsdeel worden verzameld en spieren worden aangestuurd.

Als een hand wordt afgezet, zo is het bestaande idee, verdwijnt die representatie en wordt de plek in de cortex ingenomen door representaties van andere lichaamsdelen. De hypothese is dat dit proces desorganisatie en pijn kan veroorzaken. Bij mensen met een afgezette hand rukt het ‘mondgebied’ in de cortex vaak op richting het ‘handgebied’. Hoe sterker de reorganisatie, des te meer fantoompijn, is in 1995 gemeten.

Maar nu gooit een Brits team een steen in de vijver. Het onderzocht 18 mensen met een armamputatie, 11 mensen die geboren waren met maar één functionele arm en 22 mensen met twee armen.

Juist geamputeerden met fantoompijn, tonen zij aan, hebben nog een sterke activiteit in het ‘geamputeerde handgebied’ in de hersenschors. Dat gebied werd actief als hun werd gevraagd de fantoomhand te bewegen (het lag in het brein recht tegenover het handgebied van de intacte hand). Hoe meer fantoompijn een geamputeerde had, des te actiever was het brein bij het bewegen van de fantoomhand. Mondbewegingen lokten geen duidelijke activiteit uit in het handgebied. Bij de mensen mét fantoompijn was de handrepresentatie dus intact. Met statistiek berekenden ze dat de geamputeerden zónder pijn wel degelijk een verminderderde handrepresentatie hadden. Fantoompijn is dus geen gevolg van ‘maladaptieve reorganisatie’, concludeert het team uit Oxford. De pijn voorkomt die reorganisatie juist. Er moet een alternatieve oorzaak voor de pijn gezocht worden, vinden ze.