Griezelend langs vitrines vol foetussen

De Hermitage Amsterdam begint het Nederlands-Russische jaar met een expositie over tsaar Peter de Grote. Met honderden spectaculaire museumstukken, afkomstig uit Sint-Petersburg.

Het kinderhoofdje maakt een frisse indruk, alsof het gisteren van de romp gescheiden en op sterk water gezet is. Toch moet dat al vóór 1716 zijn gebeurd, door de Amsterdamse anatoom Frederik Ruysch (1638-1731). De Russische tsaar Peter de Grote (1672-1725) bewonderde de collectie preparaten van Ruysch zozeer, de beide keren dat hij Amsterdam bezocht, dat hij in 1716 diens hele collectie kocht. Die collectie is nu een van de hoogtepunten in de Kunstkamera, een van de vele musea in de in 1703 door Peter gestichte, nieuwe Russische hoofdstad op Europese grondslag. Russische schoolklassen lopen griezelend langs de vitrines met lichaamsdelen en foetussen met gruwelijke afwijkingen.

Je hoort in Nederland wel eens klagen dat musea niet langer de dingen gewoon, eenvoudig tentoonstellen, maar overal een educatieve opstelling van maken, en een verhaal. Wie zich daaraan ergert, kan met een gerust hart naar Sint-Petersburg. In welk museum je ook komt – de Petrus- en Paulus-vesting, het Mensjikov-paleis, het houten huisje waar Peter aanvankelijk woonde, en zelfs de in het tsaristische Winterpaleis gevestigde Hermitage – overal staan of hangen de geëxposeerde stukken fantasieloos naast en boven elkaar. De gidsen overstelpen de bezoekers met gegevens over de werken, maar niet met een visie op het getoonde. Veel feiten, geen verhaal.

Sint-Petersburg is door tsaar Peter wél gesticht met een visie. Nadat hij – mede dankzij uit Nederland geïmporteerde knowhow op het gebied van scheepsbouw en maritieme oorlogvoering – voor Rusland in het noorden een uitweg naar de zee had veroverd op het koninkrijk Zweden, stichtte hij in 1703 Sint-Petersburg. Dat moest een echt Europese hoofdstad worden, vagelijk gemodelleerd naar Amsterdam, maar met veel grotere gebouwen. Sint-Petersburg nam de rol van hoofdstad over van Moskou, een stad van kathedralen en kerken, waar de kerk elke aanslag op de traditionele samenleving probeerde te verijdelen en buitenlanders in getto’s moesten wonen. Sint-Petersburg daarentegen moest, naar architectuur en geest, een venster op de wereld zijn. Traditionele Russische baarden en lange jassen waren verboden.

Het decor van deze culturele revolutie staat er nog: zover het oog reikt, rijgen aan beide zijden van de brede rivier de Neva kolossale paleizen en overheidsgebouwen zich aaneen. En achter deze achttiende-eeuwse stad ligt de eveneens grote negentiende-eeuwse stad – behalve als hofstad ontwikkelde Sint-Petersburg zich rond 1900 ook tot een voor de tijd hypermodern commercieel en industrieel centrum. Beide kenmerken van deze miljoenenstad werden een handicap nadat de communisten in 1918 hadden besloten de hoofdstad weer naar Moskou te verplaatsen. Aristocratie en bourgeoisie waren verdachte bevolkingsgroepen, waarmee moest worden afgerekend.

Nog altijd is Sint-Petersburg, dat van 1924 tot 1993 Leningrad heette, met 4 miljoen inwoners de tweede stad van Rusland. Maar net als in de Sovjettijd maakt de stad nog altijd een beetje een verweesde indruk: er is de afgelopen jaren wel veel in pasteltinten opgeschilderd en oppervlakkig gerestaureerd, maar elke vergelijking met de postcommunistische boomtown Moskou gaat mank. Sint-Petersburg ligt er nog altijd bij als een imposant decor van de hoofdstad die het niet meer is.

De vraag is nu hoe het verder gaat met de ideologie van ontvankelijkheid voor buitenlandse invloeden en Europese oriëntatie, die Peter de Grote met de stichting van deze stad tot uitdrukking heeft willen brengen. De internationaal zeer omstreden beweging om in Rusland ‘homoseksuele propaganda’ bij wet te verbieden, is merkwaardigerwijs juist in deze stad begonnen, en is meer dan anti-homowetgeving alleen.

Vitali Milonov, de plaatselijke politicus die het initiatief heeft genomen, huldigt een reactionaire culturele doctrine: homoseksualiteit staat voor hem symbool voor westerse decadentie, waartegen het orthodox-religieuze Rusland moet worden beschermd; voor de Russische natie ligt alle heil in het behoud van haar eigenheid. Dat is het exacte tegendeel van wat tsaar Peter ooit met Rusland beoogde.

Het Nederlands-Russische jaar begint nu met een expositie in de Hermitage Amsterdam, die de ‘bevlogenheid’ van Peter de Grote eert, en waarvoor honderden spectaculaire museumstukken van Sint-Petersburg naar Amsterdam zijn overgebracht. Maar wandelend door de voormalige Russische hoofdstad vraag je je sterk af, wat er eigenlijk van die bevlogenheid terecht is gekomen, of zal komen.