Gemeenten wijzen gedwongen fusie af

De regering werkt toe naar een land met alleen nog gemeenten met meer dan 100.000 inwoners. De burgemeesters zien er weinig in.

Annemarie Kas

Staak de strijd om het getal. Stop met deze heilloze exercitie. Toon weer eens wat respect voor de gemeenten. Stap af van ‘grootheidsdogma’s’. Laat dit onzalige plan varen. Een paar van de adviezen die 196 burgemeesters aan minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) deze week geven, in een enquête over de bestuurlijke plannen van het kabinet. Bijna de helft van de burgemeester (196) deden aan de enquète mee die daarmee representatief is. .

De burgemeester van een Noord-Hollandse gemeente houdt het netjes: „Kom eens langs in Opmeer, de koffie staat klaar”, schrijft hij. Opmeer telt 11.379 inwoners. Veel te weinig dus, volgens de ideale bestuurlijke indeling van Nederland zoals het kabinet die voor ogen staat.

In het regeerakkoord beschrijven VVD en PvdA hoe die eruit ziet. Nederland zou ‘af’ zijn met vijf landsdelen en alleen nog gemeenten van ten minste honderdduizend inwoners – nu is het gemiddelde 41.000. Dat getal kan worden aangepast aan de bevolkingsdichtheid in de verschillende delen van het land, staat erbij. Maar uiteindelijk zouden er in 2025 nog honderd tot honderdvijftig gemeenten moeten bestaan, tegenover de 408 gemeenten van nu.

Uit de enquête, die onderzoeksbureau OverheidinNederland.nl hield in opdracht van deze krant, blijkt dat burgemeesters vooral weerstand voelen tegen de druk vanuit het rijk om tot 100.000 op te schalen. „Geef gemeenten ruimte voor zelfgekozen fusies.” „Door te forceren is in Nederland bestuurlijk niet vaak iets gelukt.” „Een getalscriterium heeft nooit gewerkt.” „Alsjeblieft geen structuurdiscussie. Laat de inhoud leidend zijn.”

Uit de enquête blijkt verder dat gemeenten vinden dat de fusiedruk niet te verenigen is met de trend dat in de publieke sector juist meer behoefte aan kleinschaligheid zou zijn, bijvoorbeeld waar het om scholen en zorg gaat. Van de ondervraagden vindt 63 procent de fusieplannen slecht of zeer slecht te verenigen met zulke kleinschaligheid. Ook vanuit de PvdA zelf klinkt kritiek op dit punt. PvdA-senator Ruud Koole schreef vorige week in een partijblad: „Wanneer de schaal zo groot wordt dat van echt nabij bestuur niet meer gesproken kan worden, zijn we dan wel op de goede weg?”

Waar komt dat vergezicht van ten minste 100.000 inwoners vandaan? Het is in elk geval geen jongensboekromantiek van PvdA-leider Diederik Samsom of VVD-leider Mark Rutte tijdens de formatie geweest, over hoe het huis van Thorbecke met zijn drie bestuurslagen nou het best kon werken. VVD en PvdA hebben zich laten inspireren door de Brede Heroverwegingen, een reeks ambtelijke rapporten uit 2010 waarin alle mogelijke bezuinigingen op rijksuitgaven op een rij staan. Volgens die Heroverwegingen zouden gemeenten als eerste overheid verantwoordelijk moeten zijn voor zorg en welzijn van hun inwoners. Dat betekent bijvoorbeeld het organiseren van jeugdzorg én langdurige zorg, en het aan het werk helpen van werklozen. Die taken moet de overheid „dichtbij mensen” organiseren, zoals dat heet, en zo „meer maatwerk mogelijk maken”. De trend verder voortzetten, kortom, dat gemeenten steeds meer regelen voor hun burgers. Nu voeren ze al de Wet werk en bijstand uit, en de Wet maatschappelijke ondersteuning, die regelt dat mensen met een beperking hulp krijgen.

Alleen grotere gemeenten kunnen al die taken aan, schreven de ambtenaren, en zo komen zij na wat rekenwerk op honderd tot honderdvijftig gemeenten uit. En omdat die dan flink in omvang zijn toegenomen, moeten ook provincies groeien. Anders lopen de besturen elkaar in de weg. Dus blijven er „vijf tot acht provincies” over.

Daar is het vergezicht. Dat, niet te vergeten, honderden miljoenen euro’s op de rijksbegroting zou schelen. Dus is het nu aan minister Plasterk om de natuurlijke snelheid van gemeentefusies te verdubbelen – van tien naar twintig per jaar. Het kabinet wil dat er aan het einde van deze regeerperiode 75 gemeenten minder bestaan. Van de huidige burgemeesters denkt 67 procent dat dat niet haalbaar is – 60 procent denkt dat het ook niet wénselijk is.

Premier Rutte mag al bij het debat over de regeringsverklaring hebben gezegd dat geen sprake zal zijn van dwang, dat maakt de cijfers niet minder hard. In de financiële bijlage van het regeerakkoord is aangenomen dat die daling van gemeenten lukt. De bezuiniging van 180 miljoen in 2017 staat gewoon ingeboekt. Plus de bezuinigingen die automatisch doorwerken: als het rijk bezuinigt, krimpt ook het bedrag dat gemeenten krijgen. Structureel met 307 miljoen per jaar. Bovendien moeten gemeenten al op 1 januari 2014, over negen maanden, taken gaan overnemen van het Rijk. Bemiddelen voor werklozen, ‘beschutte werkplekken’ creëren.

Plasterk zal iets moeten verzinnen om de lokale weerstand te overwinnen. Met argumenten komen, suggereren de burgemeesters in de enquête. „Beoordeel de taken, bezie dan wat de schaal moet zijn”, zegt de één. „Kijk naar kwaliteit, niet naar kwantiteit”, zegt de ander. „Laat die 100.000 los.” Voorlopig heeft Plasterk alleen nog gezegd dat hij een fusie nog steeds als einddoel stelt. Hij wil provincies meer mogelijkheden geven om het initiatief te nemen tot gemeentelijke herindelingen, „ook wanneer niet elke gemeente het ermee eens is”.

De weerstand van de burgemeesters heeft met de inhoud van de plannen te maken, maar is ook terug te voeren op zorgen om hun eigen baan. Uit de ambtelijke berekeningen blijkt dat het aantal politieke ambtsdragers zou afnemen van dertienduizend naar vijfduizend, als er honderdvijftig gemeenten zouden overblijven. En zoals een burgemeester in de enquête zegt: „Vraag nooit kalkoenen hoe het kerstdiner moet worden bereid.”