En nu is D66 plots weer belangrijk

De stemming zal goed zijn, op het congres van D66 vandaag. In Den Haag kijkt iedereen naar partijleider Alexander Pechtold.

Alexander Pechtold loopt donderdagmiddag de fractiekamer van D66 in de Tweede Kamer binnen met een blauw plastic tasje. Hij haalt er met papier omwikkelde whiskyglazen uit. „Die heb je toch al”, vraagt zijn fractiegenoot Gerard Schouw. „Ik heb er twee”, zegt Pechtold, „maar er komen hier de laatste tijd zó veel mensen langs.”

Toen minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) vorige week op bezoek kwam om extra bezuinigingen aan te kondigen, kreeg hij koffie aangeboden. Blijkbaar verwacht de leider van D66 dat hij de volgende keer iets sterkers nodig heeft. Ook de fractievoorzitters van de andere oppositiepartijen, die Pechtold op zijn kamer verzamelde om een gezamenlijke aanpak van dit kabinet te bespreken, kunnen misschien wel een borrel gebruiken. Ze verkeren de komende weken allemaal in onzekerheid: over wat het kabinet nou wil, of en hoe er een sociaal akkoord komt, en wat ze zelf het belangrijkst vinden.

Een half jaar na de Tweede Kamerverkiezingen die VVD en PvdA genoeg zetels gaven om samen te regeren, smeken die partijen met name Pechtold om steun. Van een slapjes uitgestoken hand is geen sprake meer, de coalitie wil hem met twee armen omhelzen. PvdA-leider Diederik Samsom roemde hem deze week in een Kamerdebat om zijn „briljante voorstellen”. Premier Mark Rutte (VVD) was het „volkomen” met hem eens. Het is onduidelijk wat die mooie woorden D66 concreet gaan opleveren, maar er heerst een opperbeste stemming. De fractie van twaalf doet er toch mooi weer toe.

In die sfeer vindt vandaag een partijcongres plaats in Eindhoven. Daar wordt een nieuwe partijvoorzitter gekozen en afscheid genomen van Ingrid van Engelshoven. Onder haar werd D66 de afgelopen zes jaar een professionele club en groeide van amper 10.000 naar ruim 23.000 leden, een record. Die kunnen zich nu uitspreken over de beste manier om met de nieuwe macht om te gaan.

De achterban verwacht dat D66 zich welwillend opstelt naar het paarsige kabinet. „Ik denk dat iedereen in de partij zich nu meer zorgen maakt om de stand van het land, dan om wat de partij hier politiek aan heeft”, zegt Sophie in ’t Veld, leider voor D66 in het Europese parlement. „Maar verantwoordelijkheid is één ding, een incompetent kabinet keer op keer uit de brand helpen is iets anders. De grote vraag voor ons is waar de grens ligt.”

Boris van der Ham, tot vorig jaar fractielid in Den Haag, vindt het „natuurlijk wel lekker dat het kabinet er zo’n ongelooflijke puinhoop van gemaakt heeft”. Hij ziet een glansrol voor Pechtold, die nu vanuit de oppositie „kingmaker” kan zijn. Liever was Pechtold na zes jaar fractievoorzitterschap minister geworden. Begin dit jaar ging het gerucht dat hij Den Haag zou verlaten om burgemeester van Utrecht te worden. Daar houdt op dit moment niemand binnen de partij rekening mee. Er is ook nog geen vanzelfsprekende opvolger. Achter Pechtold staat een jonge, enthousiaste fractie, met talenten als Kees Verhoeven, Stientje van Veldhoven en Wouter Koolmees, maar die zitten nog geen drie jaar in de Kamer. „Hij doet het juist zo goed in deze belangrijke positie omdat hij een van de meest ervaren fractieleiders is”, zegt Van der Ham. Hij waarschuwt dat D66 „soms wel erg graag wil meebuigen met de bestuurlijke elite, doen wat politiek correct is”. „Dan dreigt het de eigenstandige koers te verliezen. Dat is de eeuwige worsteling van de partij. Meedenken of vernieuwen?”

Pechtold stelt publiekelijk harde voorwaarden aan het kabinet. Met een sociaal akkoord zonder hervorming van de WW en het ontslagrecht hoeft het niet aan te komen. Er moet sowieso extra geld naar onderwijs. En reken niet op ons als de weigerambtenaar blijft bestaan om de kleine christelijke oppositie te paaien. Hij laat zich niet uit over de voorkeur voor een groot alomvattend pact of kleine deals zoals vorige maand over de woningmarkt, toen samen met ChristenUnie en SGP. Laat het kabinet eerst maar komen.

Pechtold manifesteert zich handig als leider van de ‘constructieve oppositie’, maar hij is alleen niet doorslaggevend voor het kabinet. De partij heeft vijf zetels in de Eerste Kamer. Het kabinet heeft er acht nodig.

Laurens Jan Brinkhorst, oud-minister voor D66, voorspelt kleine deelakkoorden met wisselende samenstellingen. „Voortmodderen, daar zijn we in Nederland heel goed in. Dan krijgt iedereen genoeg zijn zin om niet in opstand te komen.”

In september rekende D66 nog op een hele andere rol dan gelegenheidsgedoger: die van regeringspartner. De peilingen duidden erop dat VVD en PvdA een derde partij nodig zouden hebben. CDA gaf al aan regeringsmoe te zijn, dus D66 zou het moeten doen. Het zou de ultieme beloning worden voor wat er sinds het dieptepunt van drie zetels in 2006 was opgebouwd.

Ingrid van Engelshoven, de scheidend voorzitter, herinnert zich de verkiezingsavond nog goed. „Toen de eerste prognoses binnenkwamen, kreeg ik een lichte hartverzakking. VVD en PvdA kregen meer dan veertig zetels, dat moest ten koste van anderen gaan. Een moment later was ik heel trots dat we ondanks die tweestrijd waren gegroeid. Maar regeren zat er dus niet in.” D66 heeft twee keer meegedaan aan een kabinet waarvoor de partij in de Tweede Kamer getalsmatig niet nodig was en dat is slecht bekomen. „Sindsdien geldt bij ons de regel: regeren is halveren”, zegt Boris van der Ham.

De suggestie om opnieuw te formeren, die VVD-icoon Hans Wiegel deed, wordt dan ook afgewezen. „Als je niet nodig bent in de Tweede Kamer, word je gepiepeld in de Trêveszaal”, zegt Brinkhorst. D66 is juist ontstaan uit onvrede toen er in 1966 zonder verkiezingen een nieuw kabinet geformeerd werd. Maar de geschiedenis heeft ook leuke lessen voor de partij. Tijdens Lubbers-III voerde Hans van Mierlo oppositie vóór het kabinet, hij was het nu eenmaal grotendeels eens met het beleid. Die opstelling werd in 1994 beloond met 24 zetels.