Dronken grappenmakers tegen bloedserieuze politie

De jongeren in Haren wilden een feestje. En de veiligheidsdriehoek pakte dat feestje aan als een ramp. De onderzoeker: „Wat als een spel begon, is zo uit de hand gelopen.”

„Eigenlijk”, zegt Gabriël van den Brink, „snapte ik het pas goed toen ik de film New Kids Turbo zag.” De Tilburgse hoogleraar maatschappelijke bestuurskunde die de rellen in Haren hielp onderzoeken, snijdt met zijn vork een Apfelstrudel door. Na een hectische ochtend van persconferenties op het gemeentehuis is hij overgestoken naar brasserie ‘De huiskamer van Haren’ om te praten over zijn aandeel in het onderzoek naar het hoe en waarom van het mislukte Project-X-feestje.

Hij zat op 21 september zelf thuis in Leiden en zag op tv de beelden uit Haren. „Dat gaat fout”, zei Van den Brink. Zijn achttienjarige zoon zat naast hem, bekeek dezelfde beelden en zei: „Fout? Hoezo fout? Het ziet er leuk uit. Ik had er bij willen zijn.’’

Die twee werelden, die twee logica’s zijn in Haren frontaal met elkaar in botsing gekomen. Dat vindt Van den Brink de belangrijkste ontdekking in zijn onderzoek. De logica van het bevoegd gezag botst met die van jongeren die een feestje wilden. De rationele god Apollo met de uitdagende genieter Dionysos. De New Kids uit Maaskantje met de mobiele eenheid.

In de beschouwingen was tot nu toe vooral aandacht voor een andere film: Project X.

„Film is essentieel in de cultuur van jongeren. Films helpen hen bij de belangrijke momenten in hun leven. Je rijbewijs halen. Je eerste vakantie zonder ouders. De eerste keer met een meisje naar bed. Films behandelen dit soort overgangen op een manier dat zij er grappen over kunnen maken. Grove grappen weliswaar, maar toch… Zo nemen zij de spanning van die momenten weg.

„Toen ik New Kids Turbo zag en andere films, toen begreep ik dat ’t in de eerste plaats een grap was: Brabantse jongens die met mitrailleurs en bazooka’s het gezag te lijf gaan. Misschien niet mijn soort grap, maar een grap. Plat, volks en jong.”

Project X Haren was een grap?

„Het waren jongeren die een feestje wilden. Ja, ze zijn ondeugend. Ja, ze zijn ladderzat. Maar zij zitten er speels in. Als de burgemeester zegt: er komt geen feestje, dan zeggen zij: dat zullen we nog wel eens zien.

„Je kunt je als overheid niet uitsluitend opstellen op de lijn Ordnung muss sein. De overheid moet orde bewaren èn speelruimte bieden. De Nederlanders van nu verwachten het allebei. Enerzijds zitten we in een risicomaatschappij die angsten opblaast en van de overheid verwacht dat ze risico’s kan beheersen. En zo niet: sue them! Maar tegelijkertijd eisen we meer ruimte op.”

Hoe sterker geordend en beveiligd de samenleving, hoe groter de uitspattingen?

„Het zou best kunnen dat wij niet zonder de kick kunnen. Veel mensen werken 150 procent van de tijd die de cao vermeldt. Wat gebeurt er op vrijdagavond? Dan ga je feesten. Dan ga je drinken – en vrijwel nergens zoveel als in Nederland. Dan ga je los, zoals dat heet. Een feest waar je niet los gaat, is geen feest.

„De overheid in Haren heeft dat feestje aangepakt alsof het een ramp betrof. In plaats het tegemoet te treden met meer flexibiliteit en iets meer menselijkheid.”

Dat komt niet alleen door het uitzinnige gedrag van jongeren?

„Dit waren heel gewone jongeren die een heel gewoon proces doormaken. En dan zal ik wel weer horen dat we de boel vergoelijken. Helemaal niet: de raddraaiers verdienen hun straf. Maar het optreden van de feestgangers was typisch voor jongemannen van hun leeftijd. Het waren politie en burgemeester die hier atypisch hebben opgetreden. De overheid is een onderdeel van het spel, als doelwit, als tegenstander. Dus die moet haar rol goed spelen, dan loopt het spel niet uit de hand.

Moet de overheid zulke situaties als een spel opvatten?

„Ze moet in elk geval begrijpen dat de andere spelers dat doen en zich in hun wereld verdiepen. Ik demonstreerde tegen de Vietnamoorlog in de jaren zeventig; dat was ook niet alleen maar om de inhoud van wat we riepen. Het ging ook om de kick. Zonen tegen vaders. Dit zijn jonge mannen en die zoeken spanning. Wie delven het onderspit in de Project X? De burgemeester, de ouders, de meester. Het gezag wordt effectief onderuit gehaald. Met humor.”

Zoals de provo’s die krenten uitdeelden en de politie die hen arresteerde voor gek zetten?

„Dit is eigenlijk krenten uitdelen, een reprise van de jaren zestig. De orde wordt verstoord en de politie denkt dat ze die moet handhaven. Ja, maar welke orde? De openbare orde? Vooral wordt de symbolische orde op zijn kop gezet. Carnaval! Op het symbolische vlak moet je speelruimte laten, op dat van de openbare orde moet je de grenzen trekken.”

Niet makkelijk. De burgemeester had een genuanceerd alcoholverbod afgekondigd.

„En dan verbaasd zijn dat mensen zich klem zuipen. Als je niet wilt dat mensen buiten zinnen over straat gaan, moet je een alcoholverbod afkondigen en dat duidelijk handhaven. Het stellen en handhaven van normen geldt sinds de jaren zestig in Nederland als verkeerd. Dat wordt tamelijk consequent belachelijk gemaakt. Eigenlijk doet de politie dat nog relatief goed, vergeleken met bijvoorbeeld leerkrachten. Wij zijn als volk heel Dionysisch geworden. Het no limits van de jaren negentig is nog altijd wijd verbreid. Maar het leven is, ook moreel gesproken, niet grenzeloos.

„Je moet grenzen stellen, maar die moeten niet in beton gegoten zijn. Als je tegen je kind zegt: je moet om twaalf uur thuis zijn, en hij komt vijf over twaalf, trek je ook niet alles aan sancties uit de kast. Als hij een half uur te laat komt, doe je dat wel. Zo moet je het zien. Grenzen stellen en speelruimte laten.”