Doorbreek de stilte over drones

De Nederlandse politiek discussieert nauwelijks over de inzet van drones. Maar een standpunt is hard nodig, vinden Willemijn Verkoren en Leon Wecke.

Illustratie Riber Hansson

Is het ombrengen van (vermoedelijke) tegenstanders door drones, op afstand bestuurde vliegtuigjes, een oorlogsdaad? Is het een buitenrechtelijke executie? Het zijn lastige vragen. Maar ze moeten wel worden beantwoord.

Want het gebruik van drones neemt snel toe. De onbemande vliegtuigjes worden niet alleen door de Verenigde Staten ingezet; ook in Nederland zijn drones stilaan onderdeel geworden van het repertoire. Maar in tegenstelling tot de Verenigde Staten wordt de politieke discussie over de inzet van drones in Nederland nauwelijks gevoerd.

De Amerikaanse Senaat heeft wel druk gediscussieerd over met name de vraag of het geoorloofd is om Amerikaanse staatsburgers zonder vorm van proces via drones te liquideren, wanneer zij zich volgens de Amerikaanse regering bezig houden met terroristische activiteiten in landen als Jemen, Somalië, Afghanistan en Pakistan. Maar dit is slechts een van de lastige vragen die het toenemende gebruik van drones oproept.

Ook de Nederlandse overheid zet vaker drones in. De politie gebruikt ze in veel plaatsen voor surveillance en opsporing. Ook op militair terrein – en daarop concentreert deze bijdrage zich – zijn drones geen toekomstmuziek meer. Nederland, dat eerder onbemande vliegtuigjes gebruikte voor het verzamelen van informatie in onder meer Afghanistan, gaat nu over vier drones voor de middellange afstand beschikken. Deze kunnen ook met raketten worden uitgerust.

Aan dit besluit is nauwelijks politieke discussie vooraf gegaan. De standpunten van de verschillende politieke partijen zijn onduidelijk. Wel erkende minister Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) desgevraagd dat de inzet van drones veel vragen oproept, waarover wel degelijk diepgaand gediscussieerd moet worden.

Hoewel wat laat – de aanschaf van nieuwe drones was al rond – gaf de minister zelf twee aanzetten voor zo’n discussie. Ten eerste vroeg hij de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken om te adviseren over de legaliteit van oorlogvoering via drones. Ten tweede kondigde hij aan internationaal een debat op gang te willen brengen.

Met betrekking tot dat internationale debat is het sindsdien stil gebleven. Wat het advies aangaat: dit is inderdaad van belang. Nederland zou zich als het land van Grotius sterk moeten maken voor een efficiënte internationaalrechtelijke regeling voor (militair) gebruik van drones.

De inzet van drones werpt veel internationaal-juridische vragen op. Of het ombrengen van (vermoedelijke) tegenstanders door ombemande vliegtuigjes een oorlogsdaad of een buitenrechtelijke executie is, is er een van.

En, als het een oorlogsdaad is, betekent dit dat drones-commandocentra in de Verenigde Staten en elders ook legitieme doelwitten zijn? En wie is nu eigenlijk precies in oorlog met wie? Maar een juridisch advies is niet genoeg. Behalve de juridische vragen zijn er ook veel andere vragen te stellen, met name over de ethiek en de effectiviteit van drones.

Ethische vragen hebben onder meer betrekking op de onschuldige burgerslachtoffers. Zo kostte het 16 aanvallen en tussen de 207 en 321 slachtoffers om uiteindelijk de Pakistaanse Taliban leider Mehsud uit te schakelen. Daarbij is er sprake van een continue terreur van angst – mensen in Pakistaans grensgebied leven in angst onder zoemende vliegtuigjes. Ze weten nooit waar en wanneer een bom zal vallen.

Andere ethische vraagstukken gaan over asymmetrie van een oorlog waarbij slechts één partij het risico loopt om te sterven, terwijl de andere partij ver weg en veilig achter een scherm zit, als ware het een computerspel. Het menselijke contact verdwijnt uit de oorlogvoering, en de tegenstander heeft niet langer een gezicht. Het is heel wel denkbaar dat dit de drempel om te doden verlaagt.

De vraag naar effectiviteit moet worden gerelateerd aan de doelen die worden nagestreefd in hedendaagse (Nederlandse) oorlogvoering en vredesmissies. Is het doel de bescherming van burgers, dan zijn andere middelen effectiever en kunnen drones zelfs averechts werken.

Is het doel het verslaan van de vijand, dan rijst de vraag of het liquideren van (vermoedelijke) leiders, inclusief ‘collateral damage’, de tegenstander verzwakt of juist versterkt. Mogelijk kweekt het onrecht dat mensen wordt aangedaan juist nieuwe opstandelingen.

Een diepgaand debat is dus gewenst; Nederland moet zijn positie bepalen in dit vraagstuk. Om te voorkomen dat ons land andermaal aan de hand van de Amerikanen een oorlog wordt ingerommeld waarvan de rechtvaardigheid ter discussie staat, is een eigen politiek standpunt hard nodig.

Willemijn Verkoren is universitair hoofddocent en hoofd van het Centrum voor Internationaal Conflict- Analyse en Management (CICAM) van de Radboud Universiteit. Leon Wecke is als polemoloog verbonden aan het CICAM. Op 28 maart vindt een conferentie over drones plaats aan de Radboud Universiteit. Info: www.ru.nl/cicam.