De toekijkende premier heeft z’n tijd nu wel gehad

23 februari 2013 – Iedere premier krijgt het land dat hij verdient. Een weinig tot de verbeelding sprekende, toekijkende minister-president mag rekenen op een volk dat niet begrijpt waar de regering mee bezig is. Dat kan Nederland zich niet meer veroorloven. Toen Joop den Uyl premier werd in 1973 zou zijn kabinet het meest linkse

23 februari 2013 - Iedere premier krijgt het land dat hij verdient. Een weinig tot de verbeelding sprekende, toekijkende minister-president mag rekenen op een volk dat niet begrijpt waar de regering mee bezig is. Dat kan Nederland zich niet meer veroorloven.

Toen Joop den Uyl premier werd in 1973 zou zijn kabinet het meest linkse worden dat het land had gekend. Van dat linkse beleid kwam niet veel terecht. Den Uyl loodste het land met een hem passende soberheid door de oliecrisis én met gevoel voor staatkundige stabiliteit door de Lockheed-schnabbel van prins Bernhard.

Dat waren voorbeelden van leiderschap die pasten bij de tijd. Zij werden geaccepteerd, ook door mensen die meer om Wiegel gaven dan om linkse hobbies over grondpolitiek, spreiding van inkomen en macht of erkenning van de DDR. Den Uyl gebruikte de ruimte in het staatsbestel om te doen waar de situatie om vroeg. Die ruimte is er nog steeds.

De wereld van nu dwingt premier Mark Rutte een dynamischer teamspeler te worden die tegelijk smoel geeft aan zijn kabinet. Dat is ingewikkelder dan toen de autoloze zondag werd afgekondigd. Maar net als toen wordt een premier verscheurd door tegenstrijdige politieke en bestuurlijke krachten.

De huidige uitdagingen zijn bekend en al te lang niet opgelost. Europa, de financiële crisis, de onbeheersbaarheid van het flitskapitalisme, de snelle vergrijzing, de noodzaak én onhoudbaarheid van steeds meer bezuinigingen, het wegvallen van bestaanszekerheid voor niet-gefortuneerde bejaarden en slachtoffers van een arbeidsmarkt in ademnood. En dat alles in een complexe samenhang die niemand overziet.

Welk genie moet een minister-president zijn om greep te krijgen op deze ongehoord lastige vraagstukken? Rustten de studie geschiedenis in Leiden en personeelswerk bij Unilever Mark Rutte voldoende toe om op een heftig schuivend wereldtoneel adequaat op te treden namens Nederland? Het zal wel moeten. Een upgrade van het premierschap is daarvoor onvermijdelijk.

De rol van de minister-president heeft zich al ontwikkeld van administratief voorzitter tot een meer coördinerend leidinggevende binnen de ministerraad. Premier Lubbers was daarin doortastender en brutaler dan premier Balkenende, die bestuurlijk en maatschappelijk te onervaren was om tegenwicht te bieden aan de politiek-bestuurlijke maalstroom. Maar meer is nodig.

De kluwen mondiale, Europese en binnenlandse problemen raakt steeds meer alle departementen. Daarom ontkomt de premier er vandaag niet meer aan ook inhoudelijk én politiek te gaan coördineren. De recente kwesties rond zorgpremie en woonlasten kwamen voort uit dezelfde kenmerken van het kabinet-Rutte II: een bijna mechanische uitruilcoalitie, alles overheersende bezuinigingsambities en een licht ontvlambaar kiezersvolk. Alles met een Europese component.

Losstaande dossiers bestaan bijna niet meer, als zij ooit echt hebben bestaan. Hedwige, Fyra, bankensteun, EU-begroting, kerncentrales, Europese functies – met België heeft iedereen wel wat te bespreken. Laat de premier politieke en inhoudelijke coaching achterwege, dan rijdt zijn ploeg vóór de Elfstedentocht twee keer is afgezegd in wakken groot en klein.

De minister-president van dit land zal te rade moeten gaan bij de internationaal meest ingevoerde en wijze raadgevers die hij kan vinden. Daarbij inbegrepen mensen die hem de ogen openen voor de angst en onzekerheid van veel oudere en afhankelijke landgenoten - aan empathie hebben dit kabinet en zijn premier het nodige te winnen. Aanvoelen en begrijpen is niet hetzelfde als iedere maatregel afblazen, maar wel een voorwaarde om lastige verbouwingen van de verzorgingsstaat verantwoord vorm te geven en aanvaard te krijgen.

Vandaag is het Mark Rutte die het gezicht van een humaan en zichtbaar verstandig bestuur moet zijn. Morgen kan het Diederik Samsom, Jeroen Dijsselbloem, Emile Roemer, Alexander Pechtold of Sybrand Buma zijn. Wie met enige kans op succes wil regeren in een modern Europees land zal intellectueel, moreel en psychologisch teamleider moeten en durven zijn.

Ho, ho, maar zo zit ons stelsel niet in elkaar. Wij kennen geen sterke premier, met coalities van twee of meer partijen. De premier is bijna altijd ook politiek leider van de grootste partij – dat beperkt zijn armslag voor bovenpartijdig leiderschap. Hij is ook nog de eerst aanspreekbare voor het doen en laten van het staatshoofd en eigenwijze leden van het Koninklijk Huis. De bestaande regels beperken de minister-president bovendien tot bescheiden vormen van coördinatie.

Allemaal waar, maar niet de hele waarheid. In Brussel en omstreken is de Europese Raad van regeringsleiders uitgegroeid tot het machtigste orgaan van de Unie. Daar is de premier allang staatsman. Bovendien, in eigen land wordt de speelruimte van de minister-president in de praktijk meer bepaald door persoonlijk gezag en de politieke omstandigheden dan door spelregels die hem klein zouden houden. De man of vrouw maakt het ambt.

Sturend en inspirerend leiderschap is in 2013 meer nodig dan ooit. Ook deze premier heeft nog maar een half jaar geleden, tijdens de korte verkiezingscampagne, bewezen naast scherpe keuzes ook idealen en visioenen voor een betere toekomst te kunnen uitdragen. Nu is de kunst dat ook te doen voor de coalitie, nee, voor het land.

Maar verliest hij dan niet politieke aantrekkingskracht op zijn deel van de kiezersmarkt? Dat hoeft niet. Mark Rutte ís de VVD. Juist als hij uitgroeit tot een nationale premier kunnen zijn kiezers trots op hem zijn. Zoals zeer verschillende premiers als Piet de Jong (KVP) en Wim Kok (PvdA) in delen van hun ambtsperiode breder respect verwierven dan alleen bij hun achterban. Meestal in de meer ‘nationale’ fasen van hun premierschap. Pas na een succesvol voortgezet premierschap blijft de grootste partij soms verweesd achter. Dat overkomt ook kleurloze premiers.

Nederland is niet veroordeeld tot een lijdelijke minister-president – zoals tijdens de overname van ABN Amro. In landen met een minderpartijenstelsel kan de president, bondskanselier of premier makkelijker de rol van staatsman aannemen, werpen sceptici van een sterkere Nederlandse premier vaak tegen. Ook dat gaat maar ten dele op, zoals bleek uit de Maastrichtse studie ‘De minister-president in vergelijkend perspectief’ (2004).

Inspirerend en samenbindend leiderschap is in alle democratische landen een schaars goed. Kijk maar naar Obama, Merkel en Cameron – het is in alle stelsels een kwestie van politieke evenwichtskunst, zonder vangnet. Zien, durven, doen, Mark. In de nok dat touw op.