De snelste is een keer geen Aziaat

Jan Smeekens won als eerste Nederlandse schaatser de wereldbeker op de 500 meter. „Jan is mentaal gegroeid, weet goed de balans te vinden tussen rust en agressie.”

Op het laatste rechte stuk, ooit zijn achilleshiel, winnen van tegenstander Joji Kato. Zijn snelste 500 meter ooit in Thialf: 34,84 seconde. Vijfde wereldbekerzege op rij en vooral: de zege in het eindklassement. „Ik ben extreem blij”, jubelde sprinter Jan Smeekens nadat hij vrijdagavond bij de wereldbekerfinale in Heerenveen de belangrijkste overwinning uit zijn carrière had behaald. „Toen ik Kato versloeg wist ik dat het binnen was. Dan komt er toch wat los.”

Als eerste Nederlander ooit won Smeekens (26) de wereldbeker op de 500 meter. De Duitse topsprinter Uwe-Jens Mey – tweevoudig olympisch kampioen op de kortste afstand – was de laatste Europeaan die dat presteerde, in 1989, ’90 en ’91. In de 21 edities die volgden, ging de wereldbeker uitsluitend naar Aziaten of Noord-Amerikanen. Zo was de Canadees Jeremy Wotherspoon liefst acht keer de sterkste, en de Amerikaan Dan Jansen drie keer. Even vaak als de Japanse ‘keizer van de sprint’ Hiroyasu Shimizu, ooit het grote voorbeeld van de jonge Smeekens. „Die vond ik vroeger wel bijzonder ja.”

Dit seizoen is de schaatser van de ploeg Brand Loyalty de meest regelmatige sprinter van allemaal. Na podiumplaatsen in Heerenveen en Nagano volgde in het Chinese Harbin in december zijn eerste seizoenszege. De laatste vier 500 meters om de wereldbeker tot de finale in Heerenveen bleef Smeekens ongeslagen. In Calgary won hij eind januari in beide races, in toptijden van 34,32 (Nederlands record) en 34,39. Ondanks ziekte was hij begin maart in het Duitse Erfurt opnieuw twee keer de snelste. Beide malen versloeg hij de Japanse topsprinter Joji Kato. „Vooral zijn tweede 500 daar was heel sterk”, zegt coach Jac Orie. „Enorm veel power en toch controle over alles wat hij doet.”

Het geheim achter het huidige succes, volgens Orie? „Jan is mentaal gegroeid, weet goed de balans tussen rust en agressie te vinden. Je hebt als sprinter beide nodig. Een beetje teveel van het een of te weinig van het ander en de boel is om zeep. Schaatsen op dergelijke hoge snelheden is gewoon heel lastig. Het kost jaren om precies de juiste afstelling te vinden, qua coördinatie op het ijs en mentaal. Daarom zie je dat de meeste topsprinters in de wereld pas rond hun 25ste stabiel beter worden. Dat is met Jan net zo. Je moet gewoon een bepaalde weg afleggen.”

‘De Sallandse Japanner’, wordt de 1.76 meter lange en 72 kilo zware Smeekens genoemd sinds hij in 2004 bij de WK junioren in Moskou de 500 meter won. Zelf vindt hij die bijnaam „niet meer zo origineel”. Maar hij begrijpt wel waar het vandaan komt. „Korte benen, hoge slagfrequentie”, typeert hij zijn ‘Aziatische’ stijl.

Tussen alle allrounders in Nederland was hij als pure specialist op de 500 meter een pionier. Wereldtitels sprint - voor Jan Bos, Erben Wennemars, Stefan Groothuis en dit jaar Michel Mulder – waren meer gebaseerd op een sterke duizend meter dan op sprintvermogen. Al toonden de broers Mulder in Thialf met een derde en vijfde plaats dat het niveau op de 500 meter inmiddels ook in de breedte hoog is. „Niemand heeft het in Nederland zo gedaan als Jan”, stelt Orie. „Hij kon zich aan niemand spiegelen maar haalt dit jaar een niveau dat alleen was weggelegd voor Canadezen, Japanners of Koreanen.”

Na een paar jaar met incidenteel succes in de TVM-ploeg van coach Gerard Kemkers stapte Smeekens in 2009 over naar de ploeg van Orie. „Hij was toen hartstikke snel op de eerste driehonderd meter en kon dat af en toe doortrekken tot de finish. Maar nooit lang achter elkaar.” Krachttrainer Ton Leenders vertelde vorig jaar hoe Smeekens bij de eerste training bij Orie „zo door zijn hoeven zakte.”

In de ploeg van Orie verbetert Smeekens gestaag. „Dit jaar hebben we gewerkt om zijn openingen [in Thialf 9,65] gemiddeld sneller te krijgen en op de laatste honderd meter het dalen van de snelheid af te vlakken. ”

Precies door die laatste verbetering won hij in Thialf de wereldbeker. En nu de wereldtitel, over twee weken in Sotsji? „Dat is het doel waarmee ik dit seizoen ben ingegaan”, zegt Smeekens. „Als je de laatste wedstrijden bekijkt, lijkt het een reëel doel. Maar je start daar gewoon op nul.”