Column

De biecht van Boogerd: het moest ervan komen, en het kwam ervan

Wie was nu de eerste met de bekentenis van Michael Boogerd, de held van de Nederlandse wielersport, dat hij tien jaar lang doping had gebruikt?

Nrc.next had dat woensdag op de cover (Boogerd bekent, 6 maart), een primeur van sportredacteur Maarten Scholten. Een kort bericht van hem kwam al om 00:59 op nrc.nl, met een verwijzing naar zijn stuk in nrc.next later die ochtend.

En in dat stuk stond: „Vanavond doet hij [Boogerd] ook zijn verhaal in het NOS-programma Studio Sport”. Netjes: ook een ander noemen. Maar de forens kon toen al lezen, dat Boogerd die ochtend zijn verhaal óók deed in De Telegraaf. Die middag meldde NRC Handelsblad, correct, op de voorpagina: „Behalve aan deze krant vertelde hij zijn verhaal aan De Telegraaf en de NOS.” Nu ontbrak alleen nrc.next, maar goed, dat is eigen vlees.

Hoe gaat zoiets, vraagt een lezer.

De hoofdredactie van de krant maakt er een punt van andere media de eer te geven die hun toekomt voor een primeur. Leergeld was een verhaal (Capgemini slecht taboe: loon voor oudere werknemers gaat omlaag, 7 januari) dat op de voorpagina belandde, maar nieuws was van Het Financieele Dagblad. Die krant werd niet genoemd, ten onrechte.

Soms hoeft dat trouwens ook niet, als de krant hetzelfde nieuws uit eigen bronnen óók heeft.

Dat gebeurde bij een bericht over het woonakkoord van het kabinet, dat een suggestie zou zijn geweest van ING (ING kwam met idee ‘tweede lening’, 15 februari). De krant meldde dat dezelfde dag als, opnieuw, Het Financieele Dagblad maar zonder die krant te noemen. Omdat de redacteur die het schreef het uit eigen Haagse bronnen had gehoord.

Lijkt me redelijk. Alleen, het verhaal kreeg een rare draai, want het bericht werd later weer tegengesproken door het ministerie van Financiën. Dat meldde de krant de volgende dag ook, kort, maar daar stond wél bij dat het eerste nieuws uit het FD kwam. Dat was geen opzet – de auteur van dat korte stukje had het eerdere bericht in de eigen krant niet gezien. Toch pijnlijk, want nu leek het of de krant een concurrent niet de eer gunt, maar wel laat delen in de smart.

En hoe zat het nu met Boogerd?

De krant kreeg zijn bekentenis samen met De Telegraaf en de NOS. Boogerds management had de onthulling zo willen regisseren: eerst woensdag kort melden in de twee kranten en dan ’s avonds toeslaan op televisie, met een dag later grotere stukken in beide kranten.

Maar uiteindelijk willen kranten het heft natuurlijk in eigen hand houden, en dan ontstaat er ‘dynamiek’. Zowel De Telegraaf als nrc.next wilde het nieuws meteen groot brengen, en niet als een opmaat naar de tv-uitzending. Waarna het management van Boogerd ermee instemde het interview met de twee kranten woensdag te publiceren.

NRC Handelsblad ruimde voor die gedeelde primeur de hele voorpagina in. Enkele lezers die mij schreven vonden dat zwaar overdreven, omdat het die ochtend al in nrc.next en De Telegraaf had gestaan en ander nieuws, de dood van Hugo Chávez, nu naar binnen verdween. Een lezer vond het zelfs helemaal geen nieuws, want dit was toch allang bekend, zij het niet bevestigd?

Ja, het was te verwachten, maar Boogerd ontkende eerst jarenlang staalhard en deed er vervolgens het zwijgen toe. Tot dit interview.

Daar komt bij dat de krant eerder stevige primeurs heeft gehad over doping, zoals die van Steven Derix en Dolf de Groot over Boogerds nota’s (Boogerd betaalde bijna 17.000 euro aan dopingdealer, 28 februari). Die verhalen speelden weer mee in het besluit van de sporter om de zaak maar te bekennen. Die biecht was dus „het sluitstuk van jullie bewonderenswaardige graafwerk”, zoals een lezer schrijft (die niettemin de verhoudingen bij dit nieuws compleet zoek vond).

Chávez kwam verderop in de krant aan bod, en niet zuinig: vier pagina’s. Het nieuws van zijn dood ook klein op de voorpagina zetten, vond adjunct van dienst Marike Stellinga juist te mager. Op tabloid-formaat werkt het vaak beter om scherp te kiezen. En de pagina’s twee en drie, waar de Venezolaanse leider ten slotte landde (en op acht en negen), gelden in een compacte krant ook als een prominente plek, de „verlengde voorpagina”.

Bovendien, Chávez’ dood kwam na maanden ziekte natuurlijk niet onverwachts, dat speelde ook mee.

Ja, dat is allemaal begrijpelijke krantengrammatica. Maar voor lezers telt vaak nog, simpel: voorop is voorop, en de rest vindt de krant blijkbaar van secundair belang.

Ook maar een biecht, nu we toch op dat parcours zitten: ik begrijp die lezers wel. Er was genoeg reden om groot met deze primeur uit te pakken, maar de krant had ook wat mij betreft op de voorpagina best kunnen laten merken dat er nog meer aan de hand was in de wereld, in een of andere grammatica.

Ook al omdat die paginavullende combinatie van tekst, beeld (een juichende Boogerd) en vette citaten (Vijf jaar ontkennen, draaien, bekennen) iets kreeg van ‘We got him!’, zoals ooit over een andere gevallen held werd gezegd. In het commentaar kreeg Boogerd ook nog eens flink onderuit de zak van de krant (Vijf jaar ontkennen). Eigen schuld, ja, al maakt de berichtgeving ook duidelijk hoezeer doping in de sportwereld een groepscultuur is.

Natuurlijk speelt daarin ook de klap mee die het journalistieke zelfvertrouwen kreeg door de onthullingen over het internationale idool Lance Armstrong, waar de dopingsaga mee begon. Hadden we dan allemaal zitten slapen? De romantiek van de wielerpers is daarna ingeruild voor een spijkerhard realisme, op zoek naar daders.

De bekentenis van Boogerd was de langverwachte catharsis.

Iets minder cathartisch had ik het ook mooi gevonden.

Sjoerd de Jong is ombudsman van NRC Handelsblad. Zijn oordeel is persoonlijk, en staat los van dat van de (hoofd)redactie. Statuten www.nrc.nl/ombudsman. Reacties ombudsman@nrc.nl