Kies niet, maar verenig beide opties

Verdedigen of aanvallen? Bezuinigen of investeren? Consolideren of groeien? Dilemma’s waar veel leiders mee worstelen op dit moment. Volgens Roger Martin, decaan van de Rotman School of Management in Toronto, zouden we echter iets minder moeten worstelen en meer moeten spelen met dit soort tegenstellingen. We moeten leren ‘integratief’ te denken.

Martin deed jarenlang onderzoek naar denkgewoontes van leiders en stelt dat ‘integrative thinking’ een belangrijke capaciteit is om te ontwikkelen. Het is de vaardigheid om twee tegengestelde ideeën tegelijk te overdenken, zonder meteen in de stress te schieten en er halsoverkop een te willen kiezen. Doel is tot een synthese te komen die beide opties overstijgt.

Een voorbeeld: Procter & Gamble beleefde in het vorige decennium onder topman Alan George Lafley een sterke comeback door tegelijk grootschalig te herstructureren én fors te investeren in innovatie.

Een van de problemen was dat de research & development-inspanningen, die het concern voornamelijk in huis uitvoerde, tot 2000 in slechts 35 procent van de gevallen tot de beoogde financiële resultaten leidden. Intussen waren de kosten ervan hoog: 4,8 procent van de omzet.

De R&D-afdeling, bestaande uit ruim 7.500 onderzoekers, kreeg van Lafley de opdracht om zichzelf en het innovatieproces opnieuw uit te vinden. De oplossing werd uiteindelijk gevonden in ‘open innovatie’: samenwerking met onderzoekers buiten Procter & Gamble. „We realiseerden ons dat je voor elke Procter-onderzoeker 200 wetenschappers of ingenieurs elders op de wereld kon vinden die even goed waren. In totaal 1,5 miljoen mensen wiens talent je misschien kon inzetten”, schreven twee onderzoeksdirecteuren later in een casestudy.

Het nieuwe innovatieprogramma met de naam ‘connect + develop’ (www.pgconnectdevelop.com) draait inmiddels meer dan tien jaar en heeft er volgens Procter & Gamble voor gezorgd dat nu meer dan 70 procent van de innovaties financieel succesvol is, terwijl de R&D-kosten zijn verlaagd tot 3,4 procent van de omzet.

Volgens Martin kan iedereen – met een beetje oefening – leren om meer integratief te denken. Hij noemt vier aandachtspunten.

1. Kijk niet alleen naar voor de hand liggende elementen, maar zoek naar onverwacht relevante factoren.

2. Realiseer je dat de verbanden tussen deze elementen meestal niet simpel en lineair zijn (meer a leidt tot meer b), maar dat er sprake is van complexe samenhang.

3. Hak problemen niet in stukjes die je apart behandelt, maar zie het geheel en begrijp de samenhang tussen de onderdelen.

4. Neem geen genoegen met de beschikbare opties, maar ontwikkel een nieuw alternatief. In het geval van P&G: niet een grotere of een kleinere R&D-afdeling, maar slimme samenwerking met externe onderzoekers.

Iemand die de ideeën van Martin in de praktijk lijkt te brengen, is president Obama. Diverse voorstellen in zijn recente State of the Union waren helemaal volgens het integratieve boekje.

Mooi voorbeeld is het ‘Fix-it-first’-plan: 50 miljard dollar om de bruggen en interstate snelwegen in de VS op te knappen. Vriend en vijand weet dat de staat van deze fysieke infrastructuur bedroevend is. En juist ondernemers, die een belangrijke doelgroep voor de Republikeinse partij vormen, eisen dat er iets gebeurt. Om het nog aantrekkelijker te maken voor de tegenpartij stelde Obama voor om publiek-private samenwerking op dit gebied te bevorderen. Intussen stimuleert hij – heel Democratisch – de economie vanuit Washington.

Integratief denken. Oudere jongeren herkennen het ‘en-en’ en ‘win-win’ uit de jaren ’80. Maar dan opgefrist en iets serieuzer. En juist in deze tijd van crisis en tegenstellingen opnieuw waardevol voor beslissers.

Ben Tiggelaar is gedragsonderzoeker, trainer en publicist en schrijft elke week over management en leiderschap.