‘100.000 inwoners per gemeente is te willekeurig’

Martijn Smit Foto Roger Cremers

‘Minister Plasterk wil taken overdragen aan gemeenten om zaken als jeugdzorg dichter bij de mensen te brengen. Maar aan die decentralisaties koppelt hij een discussie over herindelingen: eerst samenwerken, dan samengaan. Die koppeling werkt averechts. Neem deze gemeente, Wijdemeren, ten westen van Hilversum. Financieel zijn we te kwetsbaar om grote taken als jeugdzorg en AWBZ zelf uit te voeren, en dus denken we na over samenwerking met twee nabije gemeenten, Weesp en Stichtse Vecht. In mei leggen de colleges van deze drie gemeenten een samenwerkingsvoorstel voor aan de gemeenteraden. Denk nu eens aan het dilemma van zo’n raadslid. Die wil misschien wel vóór die samenwerking stemmen, maar zo’n voor-stem zal nu – dankzij Plasterk – door menig burger worden uitgelegd als een stem voor een fusie. Ineens heb je wat uit te leggen in de buurtsuper, aan de fusieschuwe burger. Kortom, Plasterk juicht samenwerking tussen gemeenten toe, en breekt die tegelijkertijd af.

„Dat inwonertal van 100.000 waar de minister op hamert, is bovendien willekeurig. Een kleine gemeente met weinig sociaal-economische verschillen kan prima mee in deze tijd. Net als een stad als Amsterdam met 800.000 inwoners. Communicatief is het handig, zo’n rond getal. Maar besturen op basis van een getal, dat kan niet.

„Wijdemeren is ook niet toe aan een fusie. Deze gemeente ontstond in 2002, een samenvoeging van Loosdrecht, ’s-Graveland en Nederhorst den Berg, en zo’n fusie vreet energie. Het laten samengaan van politieke partijen, het gelijkstellen van talloze tarieven. Je bent vier, vijf jaar met jezelf bezig, niet met de buitenwereld. Terwijl juist dat nu zo belangrijk is, voor gemeenten, met al die belangrijke taken die op ons afkomen. Ik noem opnieuw de jeugdzorg: dit gaat om kwetsbare kinderen. Het overnemen van die taak moet meteen goed gaan.

„Stel nu dat de gemeenteraden straks instemmen met zo’n samenwerking tussen Wijdemeren, Weesp en Stichtse Vecht. Dan zou ik tegen Plasterk willen zeggen: kijk nu eerst hoe we dit samen gaan doen. En praat niet over een fusie. Zijn wij ooit klaar voor een fusie, dan komen we wel naar u toe. Pas dan kunnen de bevolking en de gemeenteraad er ook echt achter staan.”