'Wimmetje' schreef tenminste nog goed

Daan Heerma van Voss: De vergeting. De Bezige Bij, 280 blz. € 18,90. **

Hij is als schrijver blij dat het hem is overkomen, zo bevestigde Daan Heerma van Voss (1986) afgelopen zondag in het VPRO-tv-programma Boeken. Op 16 januari vorig jaar werd hij getroffen door TGA: Transient Global Amnesia. Hij werd wakker en was één dag al zijn herinneringen kwijt. Het lijkt inderdaad een gouden gegeven voor een schrijver te zijn. Maar hoe en in wat voor soort roman zet je het in? Heerma van Voss besloot het klein te houden en tekende de reconstructie van zijn leven op. De tocht langs medische instellingen wordt gecombineerd met gesprekken met vrienden en de bestudering van literatuur over amnesie. Feiten zoekt hij, al beseft hij dat een ‘literaire’ manier van schrijven, wat bij hem neerkomt op verbeeldingsvol en rijk gestileerd, altijd op de loer ligt omdat dat nu eenmaal zijn persoonlijke toon is. De reconstructie draait uit op een vorm van sociaal onderzoek, waarbij hij zichzelf, de mensen om hem heen en de tijdgeest tegen het licht houdt. Veel moois treft hij niet aan. De beschrijvende delen worden gekenmerkt door een pedante en teleurgestelde toon, alsof hij als jongeman alles al heeft gezien. Ze komen hooghartig over, helemaal omdat je vaak niet doorhebt waarom ze in het boek zijn opgenomen, waar ze ‘bij’ horen. Heeft hij zo weinig vertrouwen in zijn schrijven over het feitelijke onderwerp van dit boek, het vergeten, dat hij hiermee heeft geprobeerd zijn boek van peper te voorzien?

Een van de slachtoffers is Willem Frederik Hermans. Heerma van Voss vraagt hem postuum of hij hem ‘Wimmetje’ mag noemen. Al noemde hij hem Debbie, feit blijft dat Hermans sowieso één onvergetelijke zin schreef over de vergetende mens (‘Wij zijn niets anders dan de strandvonders van ons eigen leven, brokstukken verzamelend langs de zee der vergetelheid. In onze hand lopen wij met de verroeste spijkers van een groot, gezonken schip – en wij denken dat dit oudroest een horloge is.’) en dat die bij Heerma van Voss vooralsnog niet te vinden is. Hij probeert het wel: ‘Vriendschap is wellicht de vleeshaak die men het diepste in de bodem van de vergetelheid kan slaan.’ Probeert u dat even te visualiseren.

De vergeting staat net als Heerma van Voss’ vorige boek Zonder tijd te verliezen vol zinnen die maar moeilijk te begrijpen zijn. Dat begint al vroeg. Eerste zin: ‘Ik maak foto’s van mezelf, en van de kamer waarin ik mij bevind.’ Hierop volgt: ‘Het is de keuken van mijn ouderlijk huis, waar slingers hangen die voor de ene verjaardag maanden te laat komen, voor de andere maanden te vroeg.’ Zijn we nou in een kamer of in een keuken? Volgende zin: ‘De foto is van onderen genomen.’ Welke foto? Je was toch aan het fotograferen? Zo gaat het verder, en het zorgt ervoor dat je als lezer weinig vordering maakt. Heerma van Voss gaat hoe dan ook door met schrijven, zo valt aan het eind van zijn boek te lezen. Daar is niks mis mee, al lijkt hij meer te geven om de handeling dan om het resultaat daarvan.