Pauw kan het ook zonder bloedvergieten

Toen Marion Pauw vier jaar geleden de Gouden Strop kreeg voor haar thriller Daglicht, zei ze die onderscheiding te beschouwen als erkenning voor haar generatie schrijfsters (Saskia Noort, Simone van der Vlugt, Esther Verhoef) die door wisten te dringen tot de jongenskamer van het Nederlandstalige misdaadboek. Waarbij Pauw zich (met Verhoef) wist te onttrekken aan de hoon van critici, die als een tropische slagregen op de thrillerschrijfsters neerdaalde. Daarvoor schrijft ze te goed.

Pauw kan het ook zonder bloedvergieten. Ze is de scenariste van de bejubelde televisieserie In therapie en vorige week publiceerde ze de ‘gewone’ roman De wilden (Anthos, 304 blz. € 17,50), die zich dadelijk in de Bestseller 60 nestelde. Logisch, want Pauw mag qua genre een zijstap gemaakt hebben, ze verliest de doelgroep niet uit het oog. De wilden gaat over een vrouw die bij een jungletocht in Panama door een trage plaspauze haar gids en groepje kwijtraakt: ‘Het werd steeds moeilijker om te onderscheiden waar het pad liep. Waarschijnlijk had het wild in het park eveneens zijn eigen routenet gecreëerd, geen rekening houdend met verdwaalde vrouwen uit Amsterdam-Zuid die nooit bij de padvinderij hadden gezeten en soms al verward raken in De Bijenkorf.’

De bedding waar De wilden doorheen stroomt is die van de herkenbaarheid. Naní, de heldin van het verhaal, is de echtgenote van een zelfingenomen architect uit Amsterdam-Zuid, moeder van twee puberkinderen en eigenaresse van een cateringsbedrijfje dat door toedoen van haar man naar een bedrijventerrein aan de rand van de stad is verplaatst. Aldaar merkt een jonge medewerker iets op over haar jurk, waarna de keten van affaire-ontdekking-huwelijkscrisis in gang wordt gezet. Die verhaallijn kan zo in de Bouquetreeks, maar Pauws onsentimentele toon niet. Zo staat er halverwege een onderbroken seksscène: ‘Jochem hervatte zijn activiteiten en zei iets wat hij ongetwijfeld had opgepikt uit een pornofilm. Ik zei iets terug in dezelfde trant.’

Omdat ook haar kinderen niets meer van haar willen weten na haar ontrouw, vertrekt ze naar Panama waar ze verdwaalt en wordt opgepikt door een indianenstam. Naní, door haar gastheren en gastvrouwen consequent turista genoemd, zal lang blijven en verstrikt raken in de lokale problematiek van onderwijs, ontbossing, Chinezen en cultuurverschillen. De NOVIB heeft romans om minder gesubsidieerd. Bij Pauw levert het een verhaal op met genoeg opmerkelijke wendingen om je door te laten lezen. Uiteraard is er ook een love interest en een zoetsappig einde. Grote literatuur is het niet, maar De wilden is heel wat boeiender dan veel boeken die wel als ‘literair’ aan de man worden gebracht.

Dat dankt het boek aan een respectabele hoeveelheid sterke scènes, bijvoorbeeld die waarin de gevallen moeder Naní probeert te praten met haar veertienjarige zoon. Die is een ondoordringbare muur van ‘Best’, ‘Weet ik’, brommen en schouderophalen. Waarbij het vakmanschap van Pauw vooral blijkt uit het feit dat ze die hele scène in het midden laat of het kind boos is om het wangedrag van zijn moeder of gewoon doet wat veertienjarige jongens altijd doen.