Optimisme in Turkije over deal PKK

De tijd is rijp voor vrede tussen Turkije en de PKK. Ambities van de premier zijn een drijvende kracht. Maar de Koerden weten niet of hij oprecht is.

In 29 jaar werd de lente in Turkije nooit zo optimistisch tegemoet gezien. De Turkse pers, politici en opiniemakers spreken hoopvol over een einde aan de forever oorlog die het land sinds 1984 meer dan 40.000 levens kostte. Nog voor het Koerdische lentefeest Nevroz op 21 maart, zal de verboden Koerdische afscheidingsbeweging PKK zijn wapens neerleggen. In augustus zullen de strijders zich terugtrekken in de bergen van Noord-Irak.

Die belofte komt van de man die de strijd in 1984 eigenhandig begon: Abdullah Öcalan, oprichter van de PKK die sinds 1999 een levenslange celstraf uitzit. In de afgelopen weken was er druk verkeer naar de plek waar hij wordt vastgehouden, het gevangeniseiland Imrali voor de kust van Istanbul. Zijn opsluiting werd plots minder eenzaam.

Niet alleen kreeg hij gezelschap van vijf andere gevangenen en werd de radio in zijn cel ingewisseld voor een televisie. Hij ontving zijn broer Mehmet en Koerdische politici voor historische pendeldiplomatie. Voor het eerst geeft de Turkse regering toe dat er directe besprekingen zijn met het hoofd van de Turkse geheime dienst, Hakan Fidan.

Daarmee is nog geen sprake van „een doorbraak”, waarschuwt hoogleraar Internationale Betrekkingen Ilter Turan van de Bilgi Universiteit in Istanbul. „De enige doorbraak is dat de regering, die altijd beweerde niet rechtstreeks met terroristen te onderhandelen, toegeeft te praten met Öcalan.”

Öcalan beloofde al eerder wapenstilstanden en hield zich er soms jaren aan. Het optimisme in Turkije over een definitief einde wordt gevoed door nieuwe omstandigheden. Turkije is genoodzaakt snel te handelen. In Syrië kregen de Koerden zelfbestuur. En de snel groeiende Turkse economie heeft behoefte aan goede banden met de Koerden in Irak, die in het noorden van het land niet alleen zelfbestuur hebben, maar ook op grote olie- en gasvelden zitten.

„Door de economische groei kreeg Turkije meer zelfvertrouwen zijn conflicten zonder militaire middelen op te lossen”, zegt hoogleraar Turan over de nieuwe sfeer van hoop. In dat optimisme worden feiten die een andere werkelijkheid laten zien, gretig over het hoofd gezien. De strijd is niet gestaakt. Dinsdag raakten vier Turkse soldaten gewond nadat hun pantservoertuig over een zelfgemaakte bom reed op een weg in het zuidoosten van het land. Koerdische strijders brachten de bom op afstand tot ontploffing. De bombardementen van Turkse vliegtuigen in de bergen van Noord-Irak, waar de PKK zijn kampen heeft, gaan ook door.

De arrestaties van activisten die verdacht worden van sympathie voor de PKK zijn niet gestopt. De retoriek van premier Tayyip Erdogan blijft even ongepolijst. Afgelopen weekeinde ontstak hij in woede nadat de krant Milliyet een transcript publiceerde over de ontmoeting tussen Öcalan en Koerdische politici.

Uit de gelekte notulen bleek dat Öcalan gefrustreerd was over de onderhandelingen en waarschuwde voor „chaos en oorlog” als de Turkse regering niet naar zijn wensen luistert. „Als je dit soort journalistiek bedrijft, dan hebben we je journalistiek niet nodig”, snauwde Erdogan in zijn toespraak. „Als je ook maar een jota om je land geeft, dan schrijf je zo’n artikel niet.”

De woede-uitbarsting onderstreepte niet alleen de ongelijkwaardige positie van de onderhandelaars. Maar ook de onveranderde eis van de premier aan de pers de Koerdische kwestie slechts vanuit één perspectief te belichten. Anderhalf jaar geleden droeg hij alle hoofdredacteuren op de PKK zoveel mogelijk te negeren in hun berichtgeving.

„Er zijn veel signalen dat het voor Turkije business as usual is tegenover de Koerden en dat maakt het moeilijk om te geloven dat Erdogan echt serieus is over een deal”, zegt Aliza Marcus, schrijfster van Blood and Belief, een boek over de PKK. „Natuurlijk zou hij het fantastisch vinden om de PKK te ontwapenen in ruil voor huisarrest voor Öcalan. Maar dat zal niet gebeuren. Het is niet acceptabel voor de PKK en voor de gemiddelde Koerd evenmin.”

De ambities van premier Erdogan zijn een drijvende kracht achter de onderhandelingen. Hij wil volgend jaar president worden, met net zoveel bevoegdheden als zijn Russische collega Poetin. Hij heeft de steun van Koerdische politici nodig om de grondwet naar zijn zin te kunnen aanpassen. Oplossing van het Koerdische conflict zou hem een onsterfelijke status bezorgen, als de premier die Turkije niet alleen weer zelfvertrouwen gaf, maar ook vrede.

Onder zijn premierschap rehabiliteerde hij de lang verboden Koerdische taal, die nu gesproken wordt op de staatstelevisie, in de rechtszaal en gedoceerd op universiteiten en scholen. Maar volgens de Koerdische schrijfster Bejan Matur is dat niet genoeg om de Koerden te overtuigen, zolang duizenden activisten, journalisten, kamerleden en burgemeesters als „terroristen” worden opgesloten.

„De regering moet zijn oprechtheid bewijzen met een nieuwe aanpak en stijl. Als je vasthoudt aan dezelfde taal waarmee je de andere kant vroeger bejegende, ben je niet dicht bij een oplossing.” Op de Koerdische website Rudaw citeert de schrijfster Muzaffer Ayata, een PKK-leider in Europa. „Elke keer als de Koerden de staat vertrouwden, werden ze verraden. Van Sheikh Saeed tot Seyid Riza, ze deden een handreiking naar de staat voor vrede, maar het resultaat was altijd de galg.”