Opa's dwingend nageslacht

Marjolijn Hof: De regels van drie. Querido, 117 blz. € 13,95. 10+ ****

Slijmen moeten ze, maar zo mogen Twan en zijn zus Linde het niet noemen. Ze zijn door hun moeder en oma meegesleept naar IJsland om daar hun overgrootvader (‘opi’) Kas te bezoeken. ‘Het gaat om familiebanden,’ zegt hun moeder. Dat is geen verrassing, want bij schrijfster Marjolijn Hof gaat het eigenlijk altijd om familiebanden. Haar bekroonde en verfilmde debuut Een kleine kans (2006) was het subtiel beklemmende verhaal van een meisje met een vader in oorlogsgebied, en Moeder nummer nul (2008) liet een geadopteerde jongen zijn afkomst onderzoeken.

Oneerbiedig zou je haar een huis-tuin-en-keukenschrijfster kunnen noemen, deftiger een chroniqueur van het hedendaagse Nederlandse gezinsleven. Het onderzoekende, niet-oordelende en de subtiele emotie zijn Hofs krachten als kinderboekschrijfster, zeker als het om gezinssituaties gaan die niet zwart en niet wit zijn, maar waar wel iets aan de hand is. De regels van drie draait om dwingend nageslacht dat weinig vertrouwen meer heeft in de zelfredzaamheid van (groot)vader Kas. De familiedelegatie is eigenlijk naar IJsland gekomen om hem op te halen, of om een tehuis voor hem te vinden.

Daar zit Kas, zeeman in ruste en zijn leven lang een vrije jongen, natuurlijk niet op te wachten. Hij wil liever gewoon wat aanrommelen tot zijn einde zou komen. En wat is daar nou eigenlijk zo mis mee? Twan merkt dat de oude man misschien wat smakt en hij houdt zijn administratie niet zo goed meer bij, maar verder?

De jongen moet kiezen tussen twee kwaden: hij valt zijn moeder af als hij partij kiest voor opi Kas, maar hij wil ook graag zijn geweten volgen. In het geniep treft hij voorbereidingen voor opi’s uitbraak naar de bergen en lepelt tips op (over ‘de regels van drie’) uit Het Grote Survival Handboek. Dat is goed getroffen van Hof: het getuigt van een kinderlogica die past bij Twans leeftijd. Tegelijk tekent de latere afwijzing van dat handboek het voorzichtige groeistapje dat Twan in de loop van de roman maakt, van volgzaam kind tot eigenwijze puber.

Het is voorbeeldig geschreven, subtiel inderdaad, en invoelend. Maar de verfrissende verrassing zit aan het slot. Het verhaal liep in de zachte handen van Marjolijn Hof het risico te blijven hangen in het onderzoekende: de scènes zouden mooi subtiel broeien en de spanning stapje voor stapje stijgen, maar het gelijk zou in het midden blijven. Zo zou Hof de complexe kwestie complex houden. Het mooie aan De regels van drie is dat ze al die dingen doet – maar ze geeft het verhaal ook een echte ontknoping. ‘Weet jij wat het beste is?’ vragen Twan en Linde elkaar aan het slot inderdaad, maar wél nadat er van alles is gebeurd. Want koppige Kas blijft toch echt zijn eigen plan trekken.