Laatste kans voor pedovereniging

De vereniging Martijn vocht gisteren haar verbod aan. Zet zij aan tot seks met kinderen? „Er is een verschil tussen droom en daad.”

Kunnen maatschappelijke onrust en politieke druk redenen zijn voor een verbod van een vereniging? Nee, betoogde advocaat Bart Swier van Martijn, de belangengenclub voor pedofielen, gisteren voor het Leeuwarder gerechtshof. Daar diende het hoger beroep van de vereniging, die na een uitspraak van de rechtbank Assen vorig jaar juni is verboden. De rechtbank vindt dat Martijn op de website seks met kinderen verheerlijkt, wat indruist tegen de rechtsorde.

Maar volgens Swier ontbreekt elk causaal verband tussen „een dagdroom van een kleine groep mensen” en het schenden van de lichamelijke integriteit van kinderen onder de zestien jaar. „Pas als sprake is van een reële bedreiging van kinderen mag worden ingegrepen. Bewijs hiervoor ontbreekt. Er is een verschil tussen droom en daad.”

Swier benadrukte dat Martijn geen gevaar vormt voor de seksuele integriteit van kinderen. „De vereniging zet niet aan tot seks met kinderen.” Hij trok de vergelijking met het verheerlijken van terrorisme. „Die mening is evenmin strafbaar omdat niet bewezen kan worden dat die zou leiden tot terroristische handelingen.” De vrijheid van meningsuiting weegt hierbij zwaarder, betoogde hij.

Het OM vindt dat de vereniging juridisch gezien geen hoger beroep kan instellen, omdat zij niet meer bestaat als rechtspersoon. Na de uitspraak van de rechtbank werd Martijn direct ontbonden. „De vereniging had en heeft geen bestaansrecht”, oordeelde officier van justitie Miranda de Meijer. De samenleving accepteert niet dat kinderen als seksobject worden beschouwd, meende zij. Ze verklaarde dat Martijn geen discussieforum is dat een genuanceerde mening ventileert, maar seksueel contact tussen kinderen en volwassenen verheerlijkt.

Raadsheer Gert van Rijssen vroeg oud-bestuurslid Marthijn Uittenbogaard van Martijn hierop of „de kern van uw boodschap is dat seks met kinderen in zichzelf niet verkeerd is, als je er maar verantwoordelijk mee omgaat”. Uittenbogaard antwoordde dat hij nuanceringen wil aanbrengen in de heersende opinie.

Het hof doet 21 mei uitspraak.