Klagen over de democratie

Het is ook nooit goed. En dat is maar goed ook, want dat vormt het wezen van de democratie. Als je in een land woont waarin nooit wordt geklaagd, omdat daar geen officiële reden toe is, en de publieke opinie unaniem is over de noodzaak om te juichen over de onstuitbare vooruitgang ten gevolge van een parelsnoer van glanzende successen dat het hoogste gezag van het land in al zijn wijsheid aaneen weet te rijgen, dan kun je er voor het gemak van uitgaan dat je in een dictatuur woont. Democratie is modderen. Het is een bij voorbaat tot mislukken gedoemde poging om compromissen te vinden tussen belangen en deelbelangen die vaker wel dan niet onverenigbaar zijn. Ontevredenheid is het keurmerk van democratie. Dat maakt democratie precies zo prachtig.

Maar nu klagen we over de democratie zelf. We hebben er te veel van. Want omdat het kabinet Rutte-II geen meerderheid heeft in de Eerste Kamer moet het bij voortduring deelakkoorden sluiten met de oppositie. We zagen het deze week nog in het debat over de nieuwe bezuinigingen. Op verschillende manieren wordt daar schande van gesproken. Het zou een teken van zwakte zijn. De eenheid van beleid zou op het spel staan. De Eerste Kamer zou hiermee een politieke rol krijgen, terwijl we hadden afgesproken dat dat het enige politieke orgaan is dat geen politieke rol voor zich mag opeisen. Frits Korthals Altes schreef er eerder deze week een eloquent stuk over in deze krant. Han Noten, de fractievoorzitter van de PvdA in de Eerste Kamer, is precies om die reden afgetreden.

En ook de Tweede Kamer zou door de noodzaak van het sluiten van deelakkoorden een rol krijgen toebedeeld die haar niet past en die volgens sommigen zelfs ongrondwettelijk is. Conform het model van de scheiding der machten moet de regering regeren en heeft de volksvertegenwoordiging de taak om de regering te controleren en haar besluiten al dan niet te bekrachtigen. En nu moet de Kamer zowaar meeregeren, verdomd als het niet waar is. Een soepzooitje is het. Montesquieu draait zich om in zijn graf.

Het is verhelderend om deze klaagzangen af te zetten tegen de nog niet eens zo heel erg lang vervlogen klachten over het gebrek aan dualisme in de Nederlandse politiek. Vele kabinetten regeerden met dichtgetimmerde regeerakkoorden en solide meerderheden. De ijzeren fractiediscipline garandeerde dat de oppositie geen jota had in te brengen in het beleid. Dit monisme werd beschouwd als een crisis van de democratie.

En nu wordt precies het feit dat door het volk gekozen parlementariërs van alle partijen invloed kunnen uitoefenen op het beleid, beschouwd als een symptoom van teloorgang. Het is ook nooit goed. En daarom ben ik democraat.

Ilja Pfeijffer is schrijver en columnist van nrc.next. Onlangs verscheen zijn nieuwe roman La Superba. Elke vrijdag schrijft hij op deze plek over politiek en actualiteit.