Karremans niet vervolgd om slachting in moslimenclave

Srebrenica

Het Openbaar Ministerie stelt geen strafrechtelijk onderzoek in tegen Thom Karremans, commandant van Dutchbat-3 tijdens de val van de moslimenclave Srebrenica in 1995. Ook de plaatsvervangend commandant Rob Franken en adjudant Berend Oosterveen zullen niet worden vervolgd, is gisteren bekendgemaakt. Volgens justitie is het drietal niet strafrechtelijk verwijtbaar betrokken geweest bij de door het Bosnisch-Servische leger (VRS) gepleegde misdaden in juli 1995 in Srebrenica.

Vier nabestaanden deden in juli 2010 bij het OM aangifte. In de aangifte wordt Karremans, Franken en Oosterveen verweten dat ze voornoemde slachtoffers hebben verwijderd van de compound en overgedragen hebben aan de VRS in de wetenschap dat dit zou leiden tot hun dood. Van januari tot juli 1995 stond de Bosnische moslimenclave Srebrenica onder bescherming van de Nederlandse VN-eenheid. Na de inname van de enclave op 11 juli werden volgens het Joegoslavië-tribunaal 9.000 moslims door de Bosnische Serviërs onder leiding van Ratko Mladic vermoord. Het OM concludeert op basis van het feitenonderzoek dat Karremans, Franken en Oosterveen „geen strafrechtelijk verwijt treft ten aanzien van het ombrengen.” NRC