Ik wist niet dat je al zwom

Amity Gaige Foto Anita Licis-Ribak

Vader ontvoert dochter. Het gegeven van Schroder, het derde boek van de Amerikaanse schrijfster Amity Gaige (1973), zou een krantenkop kunnen zijn, maar wel een paradoxale: een ontvoering is een misdrijf, maar horen vaders en dochters eigenlijk niet bij elkaar? Daar is toch weinig onwettigs aan? Wat is er fout aan om met je eigen kind op reis te gaan?

Hier is gewoon een vader aan het woord die zijn kind gemist heeft. En nu ze van zijn ex wegrijden, de eerste dag van een kidnapping, kan hij haar dat zeggen: ‘„En het is te stil zonder jou. [...] Geen klop-klop-grapjes. Geen liedjes. Ik heb het gevoel dat ik al een jaar van je leven heb gemist. Daar kun jij niets aan doen. Maar ik wist niet eens dat je kunt zwemmen. Het is alsof mijn leven op stand-by heeft gestaan en het jouwe gewoon is doorgegaan.” Ik moest om mezelf lachen. „Jezus, je moeder vond het altijd vreselijk als ik maar door bleef ratelen’’.’

Eric, de hoofdpersoon, lijkt zelfbewust en openhartig. Lijkt, want er is bedrog in het spel, net als bij Christian Gerhartsreiter, een werkelijk bestaande Duitser die in 2008 zijn dochtertje ontvoerde. Hij loog over zijn naam (‘Clark Rockefeller’) om geld en een Amerikaans paspoort te bemachtigen. Gaige baseerde de hoofdfiguur van Schroder losjes op Gerhardsreiter/Rockefeller, maar portretteert hem veel meer als vader dan als misdadiger. Meer als vluchteling dan als voortvluchtige, ook.

Eric Schroder ontvlucht Oost-Berlijn met zijn vader in 1979. Eenmaal in de Verenigde Staten besluit hij, als hij op zomerkamp gaat, een Amerikaanse naam aan te nemen: Eric Kennedy. En een Amerikaanse rol: evenwichtig, spontaan, oppervlakkig.

Als hij trouwt, zijn wetenschappelijk onderzoek oppakt (naar stiltes in de geschiedenis), makelaar wordt, en een jaar voor zijn dochter Meadow zorgt, blijft hij zich Kennedy noemen, de gedroomde Amerikaan. Maar dan komt de scheiding, de verwijdering, de ontvoering, de achtervolging, de arrestatie.

Het is veel bij elkaar genomen, maar het past in het geheel. Zo vormt zijn DDR-achtergrond een verklaring, maar tegelijkertijd een dubbelzinnig beeld (van Duitsland als gescheiden land: ‘Ik vertel [over de DDR, red.] omdat ik alles van grenzen weet’).

De verwijzingen naar Erics ietwat triviale studie naar stiltes (inclusief voetnoten) doorbreken de spanning van het verhaal. Ook verdiepen ze de tegenstelling tussen de open en gesloten versies van Eric, die sinds zijn arrestatie zwijgt. Daarmee dragen ze bij aan de knappe constructie van Schroder, waarbij spanning en diepgang elkaar niet in de weg zitten.

Eric is een rationele man. Hij zoekt verklaringen en excuses voor zijn daad. Maar wat Schroder meer dan ‘knap’ maakt, is juist het sentiment. Erics dochtertje is zes jaar oud en vroeg wijs. Ze zegt rake dingen als: ‘Ze weet niet hoeveel fantasie wij hebben.’ Eric heeft een liefdevolle relatie met haar. En ook de warme woorden voor zijn ex (‘mijn gesel, mijn land, mijn vrouw’) komen heel oprecht over.

Deze roman is een herkenbaar en teder verslag van vaderschap, maar ook een openhartige liefdesbrief aan een ex-vrouw en van een man met echte gevoelens en echt berouw. Dat vermoed je, althans. Eric komt niet over als een misdadiger, en dat werkt zo goed dat de twijfel van de ontvoerder op jezelf overslaat en je je bijna gaat afvragen of je zelf wel zo’n goede ouder bent?

Zelfs de overvloed aan zoetigheid in Schroder klopt: Erics Amerikaanse droom is er een bij uitstek. Hij heeft alle kansen op een nieuw leven gegrepen. Er is geen weg terug. Hij heeft al te veel gelogen en te veel mensen weten dat – op tv vertoonden ze in het hele land zijn oude én zijn nieuwe naam. Eric gaat door, en dat maakt Schroder ook tot een road novel – maar een happy ending zit er niet in.

Is dat jammer? Je blijft eraan twijfelen. Want wat moet je geloven? Je hebt maar één bron: een leugenaar. Maar zelfs als leugen is Schroder de moeite waard.