Column

Het verdiept zich

Op de avond dat Manchester United tegen Real Madrid speelde, moest ik naar een popconcert van Ron Sexsmith. Dat kwam slecht uit. Het kaartje was al betaald, de wedstrijd begon op ongeveer hetzelfde tijdstip. Ik besloot te kiezen voor wat het beste van twee werelden kon worden: de eerste helft van Sexsmith, de tweede van de voetbalwedstrijd.

Sexsmith trad op in People’s Place, een nogal onbestemd filiaal van Paradiso aan de Stadhouderskade in Amsterdam. Er staat geen naam op de gevel, binnen stuit je meteen op een dominante bar, die veel geroezemoes belooft (en ook waarmaakt). De artiesten moeten optreden in een zaaltje rechts ervan waarin twee dikke pilaren het uitzicht kunnen belemmeren, tenzij je op tijd bent.

Sexsmith begon in ieder geval keurig op tijd. Zo ziet hij er ook uit: als iemand die stipt de dingen doet die van hem verlangd worden. Hij is een kleine, pafferige Canadees die nog iets jongensachtigs in zijn gezicht heeft, ook al is hij 49 jaar.

Als artiest is hij een uitgesproken laatboeier. Hij treedt al lang op, aanvankelijk vooral als folkzanger, maar geleidelijk bereikte hij een steeds groter publiek met rustige, melodieuze songs van eigen makelij. Belangrijke collega’s, zoals Paul McCartney, Elvis Costello, Ray Davies en Chris Martin begonnen hem te ontdekken. Hij werd een artist’s artist, al moet gezegd dat ook People’s Place behoorlijk volliep. Twee dagen later zou hij zelfs in de Royal Albert Hall in Londen spelen. Dan gaat het niet slecht met je als zanger.

Zijn laatste cd, Forever Endeavour, is bij de critici een groot succes. Hij speelde er in People’s Place een flink aantal nummers van. Ik kende een klein deel van zijn overige cd’s en was er wisselend enthousiast over: soms goed, maar soms ook vlak en saai. Dat vond ik na een halfuurtje van het concert nog steeds.

Wat niet meehelpt, is dat hij het charisma van een kantoorbediende heeft, die op de bedrijfsfeestjes ook eens naar zijn gitaar grijpt. Zijn zang is evenmin spectaculair, maar heeft in zijn beste songs wel een emotioneel geladen schuchterheid. Dan raakt hij je. Dan krijgt dat dikke, zwetende, ouwe jongenslichaam zelfs iets ontwapenends.

Zijn liedjes zijn soms ronduit mooi. Op zijn laatste cd waren mij er al sommige door hun klasse opgevallen: Nowhere is, If Only Avenue, Lost Thought, Autumn Light, maar vooral Deepens With Time.

Het gaat over goede herinneringen aan je jeugd en aan je liefdes, die zich in de loop van de tijd steeds meer verdiepen. Je verliest zulke herinneringen niet, omdat je ze steeds meer koestert. I hear my mother’s voice/ calling me home/ across a field so long ago/ it still rings in my mind/ it deepens with time.

De liedjes die ik van hem ken zijn weemoedig, maar zelden wanhopig. Hoe eenzaam de nacht ook kan zijn: Something told me, „it’ll work out”, Something deep inside/ Was comforting me.

Ik had gehoopt dat hij Deepens With Time wat eerder zou spelen, maar hij bleef het maar uitstellen. De tijd drong. Terwijl zijn bandje verdween, kroop hij ook nog achter de piano om twee mij onbekende prachtliedjes te zingen. Verdomme, het concert werd steeds beter! Een echte professional, hij gaf waar voor zijn geld. Ik besloot te wachten tot hij Deepens With Time had gezongen – hij had het verdiend.

Toen hij het ten slotte zong – en hoe – was mijn voetbalwedstrijd bijna voorbij.

Het gaf niet. Een goed concert deepens with time.