Haren: hé, de (meeste) media hebben het niet gedaan!

Haren, 21 september 2012

Aha, de media hebben het eens níet gedaan. Althans, niet in het begin.

Dat is een van de conclusies van de commissie-Cohen, die onderzoek deed naar de ‘Project X’-rellen in Haren, op 21 september vorig jaar. Dat leverde een lijvig hoofdrapport op, met nog eens drie deelstudies, dat je hier kunt lezen.

Cohen schrijft:

Met uitzondering van een aantal landelijke en plaatselijke FM radiozenders en een enkel actualiteitenprogramma met satirische inhoud valt de massamedia dus niet veel te verwijten.

Dat geldt dan voor de aanloop naar het feest, dat via Facebook uitgroeide tot een landelijke hype. Het programma met satirische inhoud is trouwens De Wereld Draait Door, dat de avond van het ‘feest’ zelf veel aandacht gaf aan Haren.

Cohen en zijn onderzoekers stelden vast dat de massamedia (kranten, radio en tv) geen grote rol speelden in het “mobiliseren” van jongeren om naar het Groningse dorp te trekken: vrienden en sociale media waren veel belangrijker. De stormloop naar Haren “was een combinatie of interactie van Facebook-mobilisatie, fysieke mobilisatie van jongeren uit Noord Nederland en groeiende aandacht van de massamedia”.

Maar die laatste was niet doorslaggevend. Cohen somt op:

• De massamedia reageerden juist op een ontwikkeling binnen de sociale media.
• Er was al een kritieke massa bereikt op Facebook voor de avond van 18 september.
• De massamedia hebben slechts drie dagen aandacht besteed aan Haren voor het gebeuren daar plaatsvond. Op de dag zelf en erna hebben zij er meer aandacht aan besteed dan ervoor.
• Er was een dip in de aanmeldingen op 20 september tijdens al die media-aandacht.
• In onze survey geven de jongeren zelf aan dat de massamedia voor hen minder belangrijk waren.
• Het is normaal dat aanmeldingen voor een evenement harder gaan lopen in de dagen vlak voor dat evenement.

‘Media trokken massaal naar Haren, maar dat is hun werk’
Ook dat de media op hun beurt massaal naar Haren trokken, kan hen op zichzelf niet kwalijk worden genomen, stelt Cohen. Dat is immers hun werk.

De pure aanwezigheid van de media in Haren om te verslaan wat er gebeurde kan hen [..] niet verweten worden. Rapporteren hoeveel mensen er naar Haren kwamen op verschillende punten van de dag en wat de stemming was behoort juist tot hun primaire taak bij zo’n soort uniek evenement

Maar er is ook de nodige kritiek. Want de aandacht van de massamedia legitimeerde het feest wel, stellen de onderzoekers vast:

In de sociale media wordt gejuicht: kijk eens, wij worden serieus genomen, alle massamedia praten over ons, geweldig, om niet te zeggen: EPIC!

Op de dag zelf worden de media bovendien van “rapporteur” tot “medespeler”, aldus Cohen.

Media die een groot deel van de avond van de 21e in het teken van Haren hebben gezet (Radio 3FM, SlamFM, SimoneFM), DWDD dat een groot deel van de uitzending aandacht aan Haren besteedt met Lucky TV als uitsmijter, RTV Noord die met een grote ploeg naar Haren komt, zij doen meer dan alleen verslaan, zij worden deel van de enscenering.

Samen met andere media die zich dan in het dorp hebben verzameld, van kranten tot het NOS Journaal, werkte dat “als een magneet op de aanwezige bezoekers”. Sommige journalisten zijn zich bewust van dat effect, aldus Cohen, en zijn er die avond ook behoedzaam mee omgegaan. Dat geldt bijvoorbeeld voor het NOS Journaal. Maar anderen waren “opvallender aanwezig” of zelfs “pontificaal” (SimoneFM en RTV Noord).

Zo werd Haren ook een feestje voor de tv-camera’s.

Vooral in het derde deelrapport, ‘Hoe Dionysos in Haren verscheen’, van de bestuurskundige Gabriël van den Brink, zijn daar harde woorden over te vinden. Hij schrijft, op basis van gesprekken met inwoners van Haren:

Er lijkt in en rond Haren een brede consensus te bestaan over het optreden van de traditionele media. Jong en oud denken dat de oude media het echte probleem vormen: deze gaven het zetje waardoor het event explodeerde. Een ander verwijt aan de traditionele media is dat omroepen op de bewuste dag in Haren zelf zeer actief waren. Er stonden vele camerawagens en zendmasten. Dat trok de aandacht van allerlei jongeren die graag op de tv wilden. Bewoners hebben zich geërgerd aan het feit dat sommige omroepen jongeren hebben opgestookt.

Zelf noteert Van den Brink dan nog:

Uit onze analyse blijkt dat sommige van de traditionele media hun rol met verve hebben gespeeld: ze beperkten zich niet tot het melden van de opwinding die het feest in Haren veroorzaakte, maar ze deden er een schepje boven op. Bijvoorbeeld door een opgewonden toon te bezigen of door naar Haren toe te gaan en daar opnamen te maken van opgefokte jongeren.

Kort na de rellen brak dan ook een discussie uit over de rol van de media. Er verschenen blogs op de site van De Nieuwe Reporter, en er werden debatten gehouden.

Fotoserie van Haren ‘the day after’:

‘Koorts bereikte piek nadat media het feestje in Haren oppikten’
Mediasocioloog Peter Vasterman kwam toen tot een andere slotsom dan Cohen nu, over de aanloop naar het feest. Hij concludeerde uit eigen tellingen dat de koorts in de aanloop naar Haren een piek bereikte kort nadat de zaak door de traditionele media was opgepikt, een conclusie die veel kranten en sites haalde, zoals het Algemeen Dagblad. Vasterman houdt op zijn eigen website en in deze reactie op het rapport van Cohen zijn eerdere bevindingen staande. Hij zegt:

Op de maandag voor de rellen zie je zo’n 600 berichten op de Facebook-pagina voor het feest in Haren. Dinsdagmiddag voor de rellen, als traditionele media over het feest gaan schrijven, explodeert het naar 6000 berichten.

Op de site van De Nieuwe Reporter vraagt Vasterman zich daarom in een kritisch stuk af, of de commissie-Cohen zich niet schuldig maakt aan sloppy science.

Ik verwees zelf ook naar Vastermans bevindingen, in een opiniestuk waarin ik het ‘infotainment’ over Haren hekelde. Journalisten moesten natuurlijk naar Haren om de gebeurtenissen te verslaan, schreef ik toen, maar:

Toch pleit dat de media niet vrij. Want de wereld van het infotainment op radio en televisie joeg de zaak op volle toeren aan. Lachen toch? De aandacht van serieuze journaals en kranten canoniseerde de hype vervolgens.

Dat laatste stelt Cohen dus ook vast, maar die legitimering door de klassieke media had volgens zijn onderzoek geen sterk effect op de toestroom naar het dorp.

Blogger Steven de Jong haalde in een column op nrc.nl hard uit naar de media en de gemeente. Niet de sociale media, maar zij hadden ‘Haren’ gecreërd:

Achteraf is het makkelijk oordelen, maar het was misschien beter geweest als journalisten een meer waarschuwende toon hadden aangeslagen.

Maar ook die conclusie wordt weersproken door Cohen. De toon van de berichtgeving was volgens hem overwegend neutraal, en niet opruiend.

Uit de inhoudsanalyse blijkt dat de berichtgeving van de meeste massamedia overwegend neutraal was. Dit gold vooral voor de dagbladen, de nieuwssites en de TV-journaals. Een belangrijke observatie is dat de inhoud van hun berichtgeving eerder demobiliserend was dan mobiliserend. Er zijn erg weinig zeer mobiliserende en zeer demobiliserende uitspraken gedaan in de genoemde massamedia.

Wel met een paar significante uitzonderingen, want daar zijn ze weer:

In sommige FM radiozenders en in een enkel actualiteitenprogramma met deels satirische inhoud was het karakter van de berichtgeving afwijkend. Hier werden nieuws en amusement zodanig met elkaar vermengd en was de berichtgeving zo positief dat er een wervend karakter van uitging.

‘Mobiliserende uitspraken in DWDD’
De uitzending van De Wereld Draait Door die avond bevatte volgens het onderzoek zelfs “een groot percentage mobiliserende uitspraken”. De meeste daarvan (negen van de tien) kwamen voor rekening van het satirische deel van het programma. De tiende was van presentator Matthijs van Nieuwkerk zelf, die zei “Als je dit zo ziet, is het jammer dat we hier zitten, toch?”

Dus toch dat ‘infotainment’. Al is volgens het onderzoek niet duidelijk of dat die avond effect heeft gehad op het ontsporen van het feest in Haren.

Cohen maakt nog veel meer opmerkingen over de media, onder meer over de lessen die journalisten zelf uit de gebeurtenissen hebben getrokken:

‘Haren’ en de kritiek op de rol van de massamedia die olie op het vuur zouden hebben gegooid lijken behoorlijk veel indruk op journalisten gemaakt te hebben. Er ontstond een brede discussie in hun eigen media en er werden twee landelijke journalistieke nazitten georganiseerd. Opvallende zaken voor een beroepsgroep die niet uitblinkt door zelfreflectie en die vaak moeite heeft met kritiek.

En wat hebben de media geleerd?

Men weet nu dat dit soort uitnodigingen in de sociale media verkeerd kunnen aflopen. Daarmee weten de massamedia nog niet hoe zij moeten omgaan met allerlei sociale media initiatieven zoals flashmobs en met de snel toenemende frequentie van mediahypes in onze bijzonder mediadichte samenleving.

Alleen al de aanwezigheid van veel media kan dan onbedoelde effecten hebben. Dus, zegt Cohen:

Haren leert eens te meer dat journalisten zich moeten realiseren dat zij zo maar van verslaggever actor kunnen worden, en dat hun invloed groot kan zijn.

Dat krijgt ongetwijfeld nog een vervolg.