Falklanders krijgen nieuwe kans hun Britsheid te tonen

Op 14.000 kilometer van Londen wordt op zijn Brits gelachen en gegeten. Per referendum wijzen de Falklanders zondag de claims van Argentinië af.

Bewoners van de Falkland-eilanden bij posters voor de ‘ja-campagne’ in het referendum van zondag over de vraag of de eilanden Brits moeten blijven. Foto’s AFP

De uitslag van het referendum is al bekend. Zondag zal een meerderheid van de drieduizend inwoners van de Falklands aangeven dat de eilanden Brits moeten blijven.

Waarom dan toch een volksraadpleging? Jan Cheek en Dick Sawle, twee van de acht leden van de Assembly, het parlement, zijn stellig: „Om de rest van de wereld te laten zien dat wij verenigd zijn in hoe we onze toekomst zien.” En die ligt volgens de Falklanders in het Britse rijk – en misschien uiteindelijk bij onafhankelijkheid.

Tot ongenoegen van Argentinië, dat de afgelopen jaren voor het eerst sinds de oorlog van 1982 om de eilandengroep zijn retoriek weer stevig opvoert. Volgens de Argentijnen behoren de Falklands, die zij Islas Malvinas noemen, aan hen toe. In januari beschuldigde president Cristina Fernandez de Kirchner de Britten van „een schaamteloze oefening in negentiende eeuws kolonialisme”. Ze wees erop dat de eilanden 14.000 kilometer van Londen liggen – en slechts 800 van Argentinië.

Maar de eilandbewoners voelen zich Falklander én Brits. „Zoals een Schot Schots is en ook Brits”, zegt Jan Cheek. Zij en collega Dick Sawle waren vorige maand in Londen in een vergeefse poging de Argentijnse minister van Buitenlandse Zaken te spreken te krijgen, die op bezoek was. De Argentijnse regering erkent de Falklanders niet als gesprekspartner, omdat ze afstammen van illegale bezetters van de eilanden.

„Wat bezoekers als eerste zien, zijn de rode brievenbussen”, zegt Cheek, wier familie al negen generaties in de Falklands woont. „Of de Britse producten in de supermarkt.” Maar ook de humor, de cultuur en de manier van leven is Brits, zegt ze. Een Argentijnse documentairemaakster die naar de eilanden kwam, signaleerde bijvoorbeeld dat er om zes uur wordt gegeten. „Brits met lokale aanpassingen” die passen bij een eiland, noemt Cheek het: „Als iets kapot is, repareer je het. Ik knip bijvoorbeeld ook mijn eigen haar.”

„Als ik uit mijn raam kijk, zie ik een Union Jack. Misschien zijn sommige Falklanders nationalistischer dan in het Verenigd Koninkrijk”, zegt visserijbioloog Joost Pompert in een telefoongesprek. Hij is een de drie Nederlanders in de Falklands, en hij vertelt dat er nog zo’n honderd Chilenen en bijvoorbeeld ook Russen op de eilanden zijn. En Argentijnen: „Het is niet zo dat er hier alleen maar Britten mogen wonen.” En, zegt hij: „Iedereen is allereerst eilandbewoner.”

Pompert woont inmiddels al meer dan twintig jaar in Stanley, de hoofdstad. Hij zegt: „Ik heb het idee dat de oorlog de band met Groot-Brittannië heeft versterkt.”

Dat denkt ook David Tatham, voormalig Brits gouverneur in de Falklands (1992-1995) en auteur van een biografische geschiedenis van de eilandbewoners. „Voor 1982 liet Londen de Falklanders langzaam afdrijven.” Als generaal Galtieri de eilanden niet had aangevallen, en premier Thatcher daar niet met militaire macht op had geregeerd, waren de Falklands misschien vanzelf Argentijns geworden. „Sinds 1982 hebben de Falklanders meer geloof in hun Britse identiteit.”

Tatham signaleert echter ook dat de eilandidentiteit sterker wordt. Met dank aan de economische zelfstandigheid van de Falklands. Voor 1982 waren de eilanden afhankelijk van de steeds minder wordende wolexport. Nu zijn ze economisch zelfvoorzienend door de visserij (vooral inktvis) en het toerisme. Recente olievondsten op zee kunnen nog meer welvaart brengen, en misschien zelfs volledige onafhankelijkheid.

Maar daar hebben „maar heel weinigen” het over. Assembly-leden Cheek en Sawle zijn eerlijk: „Het leger zouden we nooit kunnen bekostigen.” Hoewel de Falklanders zelf ook manschappen hebben, en 2 procent van hun budget aan defensie besteden, wordt de eilandengroep nog altijd door 1.500 Britten verdedigd. Dat kost het Verenigd Koninkrijk 200 miljoen pond per jaar, 0,5 procent van het defensiebudget.

„Wat we hebben is devolutie max”, zegt Sawle. „Zelfbestuur, en waar we te klein voor zijn – defensie en buitenlandse zaken – doet Londen.” Zolang Argentinië zeggenschap over de Falklands claimt, blijft dit de status quo, denkt hij.

De Britse regering denkt er net zo over. Londen zegt dat de eilandbewoners recht op zelfbeschikking hebben. „Het is hun wens om de band te behouden. Dat is de basis van onze betrokkenheid. Als de Falklanders anders willen, dan is dat aan hen”, zegt een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Londen zal er „alles” aan doen de belangen van de Falklands te beschermen.

„Er bestaat het idee dat we door de Britten gedwongen worden Brits te blijven. Dat is niet zo”, zegt ook Sukey Cameron, ‘ambassadeur’ van de Falklands in Londen. Aan de Argentijnse retoriek is ze inmiddels gewend: „Wanneer president Kirchner onder binnenlandse druk staat, zijn wij de afleidingsmanoeuvre.”

De Falklands proberen „goede buren te zijn”, zegt ze. En tot zo’n tien jaar geleden werd er ook samengewerkt met de Argentijnen, bijvoorbeeld op het gebied van visserij en handel. Maar wijlen president Nestor Kirchner maakte daar een einde aan. Nu zit zijn echtgenote de eilandbewoners dwars. Cameron vertelt dat in december de Argentijnen druk uitoefenden op cruisemaatschappijen om de Falklands te negeren: „Dat raakt onze economie direct, het cruiseseizoen is maar kort.”

En Argentinië overtuigde vorig jaar andere Latijns-Amerikaanse landen de havens te sluiten voor schepen uit de Falklands. Die boycot is inmiddels weer opgeheven. „We hebben te maken met de tactieken van een pestkop”, meent Cameron.

Een snelle oplossing ligt niet meteen voor de hand, denken de Falklanders. Sawle: „Tenzij Argentinië een gematigder regering krijgt, die ons recht op zelfbeschikking erkent.” En tot die tijd proberen ze anderen te overtuigen dat zij Brits willen blijven.