Eurosceptici voeren gevecht in de achterhoede

Eurosceptici voeren terecht actie tegen het democratisch tekort van de EU, schrijft

Wim Couwenberg. Maar in een federaal Europa verdampt dit.

Het grootste probleem van Europa, zo merkte de bekende Amerikaanse politicoloog Stanley Hoffmann al in 1966 op, is sinds vele jaren het creëren van consensus over structuur, doel en rol van de Europese gemeenschap in de wereld.

Het is een politieke structuur die uitgaat van democratische beginselen en alleen democratisch functionerende staten als lidstaat toestaat, maar zelf een structureel democratisch tekort vertoont; een tekort dat alleen opgeheven kan worden als duidelijk gekozen wordt tussen een confederaal of federaal Europa.

Generaal De Gaulle heeft indertijd als Franse president gekozen voor het eerste, een Europese politieke unie op intergouvernementele grondslag. Nederland heeft dat toen op principiële gronden afgewezen en consensus daarover weten te verhinderen.

Sindsdien blijft de voorkeur uitgaan naar een pragmatische aanpak, een stapsgewijze voortgang in het integratieproces. Dat is inmiddels uitgemond in een economische en monetaire integratie. En daarmee is een stadium bereikt waarin men al pragmatisch doende in feite impliciet gekozen heeft voor een ontwikkeling in federale richting.

Eurosceptici verzetten zich daartegen, gedreven door achterhaald staatsnationalisme, het primair stellen van de eigen staatsnatie, haar soevereiniteit en haar belangen in internationale betrekkingen. En dat in een tijd van snel toenemende internationale interdependentie, in versterkte mate in Europees verband.

De natiestaat verandert daardoor ondanks tegenstrevende krachten stap voor stap in een onderling afhankelijk en beperkt soeverein type staat, waarin nationale soevereiniteit, identiteit en loyaliteit op termijn niet verdwijnen, maar wel aan betekenis zullen inboeten.

In de wereldmaatschappij in wording ontwikkelen zich grotere politieke verbanden als nieuwe pijlers ervan. Het streven naar een politiek verenigd Europa sinds de jaren ’50 is daarvan een markante illustratie. In het licht hiervan voeren eurosceptici onvermijdelijk een achterhoede gevecht. Zij voeren terecht actie tegen het democratische tekort van de EU. Maar in een federaal Europa wordt dat tekort vanzelf op de meest effectieve wijze opgeheven.

Ook al had men met De Gaulle indertijd gekozen voor een intergouvernementele politieke unie, dan zou dat – zoals de geschiedenis leert – op termijn toch eveneens uitgelopen zijn op een federaal Europa.

In de VS is de confederatie van 1781 naar het model van de Republiek der Verenigde Nederlanden al na zes jaar vervangen door een federale structuur.

Wim Couwenberg is emeritus hoogleraar staats- en bestuursrecht en hoofdredacteur van het digitale tijdschrift Civis Mundi.