Een verpakking zo slim als een bananenschil

Het begon met jutezakken. Nu innoveert NNZ met verpakkingen voor groente, fruit en aardappelen die biologisch afbreekbaar zijn. Door de crisis stijgt de omzet. „Mensen gaan minder vaak uit eten en vaker naar de supermarkt.”

Bij NNZ in Groningen, gespecialiseerd in de ontwikkeling en verkoop van verpakkingen voor groente, fruit en aardappelen, is men bovenmatig geïnteresseerd in bananenschillen. Hoe zorgt een banaan ervoor dat-ie rijp wordt? Hoe beschermt een banaan zichzelf tegen uitdroging? Hoe verandert een banaan zijn kleur langzaam van groen in geel? NNZ heeft een jaar geleden zelfs een bioloog in dienst genomen die analyseert hoe schillen van groente en fruit precies werken.

„We proberen de natuurlijke verpakkingen van groente en fruit zo goed mogelijk na te bootsen”, vertelt Len Boot, directeur-eigenaar van NNZ en derde generatie in het familiebedrijf. „We laten onze verpakkingen net zo ventileren als een aardappelschil om te voorkomen dat een aardappel gaat schimmelen en/of indroogt. En UV-straling, die aardappels laat verkleuren, houden we tegen door de verpakking een bepaalde kleur te geven.”

NNZ, met in totaal 180 werknemers, is voortdurend bezig met slimmere, kleinere, duurzamere verpakkingen. Het bedrijf, dat achttien vestigingen telt in dertien landen omdat de verpakkingswensen in elk land anders zijn, laat zijn ontwerpen produceren in tientallen landen, van Duitsland tot diep in Azië.

Directeur Boot heeft al heel wat ontwikkelingen meegemaakt. „Zo’n vijftien jaar geleden zijn we begonnen met biologisch afbreekbare verpakkingen. Die worden gemaakt uit aardappel- en maiszetmeel. Dat zijn die knisperende kunststof zakjes die je bij het gft-afval mag doen. Het bezwaar ervan is dat je voor de productie ervan voedsel nodig hebt en dat wil je liever niet. Waar we naartoe willen, is afbreekbare verpakkingen van kunststof produceren uit restmateriaal: denk aan schillen van suikerbieten, afval van suikerriet en zelfs zuiveringsslib.”

Het bedrijf is samen met de Universiteit Groningen bezig om dergelijk verpakkingsmateriaal te ontwikkelen, maar het duurt nog wel een jaar of drie voordat de eerste prototypes er zijn, voorspelt Boot. Probleem is onder andere dat biologisch afbreekbare polymeren twee- tot driemaal zo duur zijn als kunststof – dat wel herbruikbaar is, maar niet afbreekbaar. Boot: „Het proces om afbreekbare kunststof te maken, is veel ingewikkelder dan de productie van herbruikbare kunststof. Dat maakt het duurder. Maar omdat olie eindig is en je geen goed voedsel wilt gebruiken voor verpakkingen, is verpakking uit voedselafval het enige goede alternatief, naar mijn mening.” Onderzoek heeft aangetoond dat bepaalde slasoorten in een biologisch afbreekbare verpakking drie tot vier dagen langer houdbaar zijn dan in een gewoon kunststof zakje. „Dat is dus winst voor de winkelier én de consument”, vindt Boot.

Je zult de directeur van NNZ niet horen zeggen dat een kunststof verpakking om groente, fruit en aardappelen slecht is voor het milieu. „Ik hoor nogal eens: bah, waarom zit er nou zo’n cellofaantje om een komkommer? Maar we verspillen veel meer energie door eten, waarvan de productie, de oogst en het vervoer energie kosten, weg te gooien dan door de productie van een stukje plastic. Die komkommer blijft daardoor langer houdbaar, wordt niet geel en niet rimpelig. Bovendien is het hygiënischer: in een supermarkt zitten toch heel wat mensen met hun handen aan dezelfde komkommer. Dus een plastic verpakking kan duurzaam zijn. Kunststof is alleen vervuilend als het in het milieu terechtkomt, niet als het wordt gerecycled.” Een kunststof verpakking is volgens Boot duurzamer dan een papieren zak: „Papier vergt meer energie bij de productie en in het milieu kan drukinkt op papier loslaten.”

De verpakkingsindustrie heeft zich de afgelopen jaren echter niet alleen bekommerd om de herbruikbaarheid van kunststof. Er wordt ook voortdurend gewerkt aan dunnere verpakkingen. Dat scheelt soms wel de helft aan materiaal, wat de verpakking lichter en goedkoper maakt. Boot wijst op een zak van 2,5 kilo aardappels op zijn bureau, verpakt in een plastic net: „Dit materiaal weegt nog 23 gram per vierkante meter, we willen toe naar 12 gram per vierkante meter. Maar het materiaal moet wél net zo sterk zijn, anders scheurt het zakje. Zo zijn we voortdurend aan het sleutelen aan slimmere verpakkingen.”

Maar ook aan klantvriendelijker verpakkingen. „Nederlandse consumenten willen graag zien wat ze kopen, dus moet je de verpakking van groente, fruit en aardappelen zo veel mogelijk doorzichtig maken”, weet Boot. „En als ik dezelfde aardappelen tegen dezelfde prijs in een lelijk zakje zou doen, laat de klant het ook liggen. Consumenten hechten aan een nette verpakking.”

De vraag naar compactere verpakkingen groeit niet alleen doordat winkeliers zuiniger omspringen met de ruimte op hun schappen. Ook de groei van het aantal kleine huishoudens doet de vraag naar kleine verpakkingen stijgen. „Kon je vroeger alleen een kilo uien in een net kopen, nu zijn er ook netjes met twee of drie uien”, noemt Boot als voorbeeld. „Er komen meer verpakkingen voor één portie.”

Een andere ontwikkeling die sinds enkele jaren oprukt in de supermarkt is de toevoeging van stikstof aan verpakkingen. Waren geschilde asperges vroeger alleen houdbaar in een bak water, nu zijn ze, in een verpakking zonder zuurstof en met stikstof, verscheidene dagen houdbaar. Ook vlees is onder stikstof langer te gebruiken.

Nog een voorbeeld van innovatie op het gebied van verpakking is het rechthoekige kunststof doosje voor snoeptomaatjes, die de consument nu nog vaak in een ‘shaker’ (ronde vorm met bolle deksel met daarin een gat) in de winkel aantreft. „Die vorm is tamelijk onhandig bij het vervoer en in het schap”, aldus Boot. „Je houdt enorm veel loze ruimte over als je deze verpakkingen naast elkaar wilt zetten.” NNZ ontwikkelde daarom een rechthoekig doosje van doorzichtig kunststof. „De maten zijn zo berekend dat de doosjes precies op een pallet passen en er geen loze ruimte overblijft.”

Boot ziet ook een toenemende vraag naar het aloude jute. „Het past bij de huidige hang naar authenticiteit. Het is maar voor weinig producten geschikt – druiven en sla kun je er niet in doen – maar aardappelen en uien wel. Binnenkort brengen we jutezakken van 2,5 kilo op de markt.” Overigens is jute – dat moet worden geteeld, geoogst en geïmporteerd vanuit Bangladesh – een stuk duurder dan kunststof, dat uit restmateriaal wordt gemaakt, volgens Boot. Hij ziet nog veel meer innovatiemogelijkheden in zijn sector: „We gaan de kant op dat de kleur van bijvoorbeeld een sticker op de verpakking aangeeft wanneer het product rijp is. En van verpakking die ervoor zorgt dat aardappelen en uien niet meer uitlopen. Allemaal ontwikkelingen die ertoe zullen leiden dat we minder voedsel weggooien.”

Kosten zullen de grens aangeven van wat mogelijk is op het gebied van verpakkingen, aldus Boot. „De verpakking voor een fles parfum mag wél meer dan 10 procent van de kosten uitmaken, een net rond 5 kilo aardappelen niet.”

De economische crisis is tot nu toe niet van negatieve invloed op de vraag naar duurzame verpakkingen. Integendeel: de omzet van NNZ groeide van circa 90 miljoen euro in 2007 tot zo’n 125 miljoen euro vorig jaar. „Misschien is de omzet wel gestegen dankzij de crisis”, denkt Boot. „Mensen moeten altijd eten en waarschijnlijk gaan ze nu vaker naar de supermarkt omdat ze minder uit eten gaan.”