Doping lag gewoon in de ploegbus

Michael Rasmussen legde gisteren in de rechtszaal voor het eerst de dopingstructuur binnen de ploeg bloot De ploegleiding wist overal vanaf, zei de Deense oud-renner

De vraag van de rechter was waarom Michael Rasmussen nu opnieuw zelf wilde getuigen in zijn rechtszaak tegen de Rabobank wielerploeg. En even speelde er een glimlach over het magere gezicht van de Deense wielrenner. „Ik wil nog wat toevoegen.”

Wat volgde, was een dramatische reeks bekentenissen, waarin de dopingstructuur binnen de voormalige Rabobankploeg stap voor stap werd blootgelegd en waarin voor het eerst ook de rol van directeur Theo de Rooij en ploegleider Erik Breukink in beeld kwam.

Wanhopig probeerden de advocaten van de Rabobankploeg Rasmussens dopingmonoloog te onderbreken. „Voelt u zich niet als de Nederlandse Dopingautoriteit”, schamperde advocaat Eric Vilé. Het Arnhemse gerechtshof wuifde het bezwaar weg en Rasmussen mocht verder met de afbraak van het voormalige wielerbolwerk Rabobank.

Volgens Rasmussen waren ploegartsen Geert Leinders en Jean-Paul van Mantgem direct betrokken bij het dopinggebruik in de Rabobankploeg. De artsen werden daarbij aangestuurd door De Rooij en Breukink.

Het was Leinders die Rasmussen tipte over de mogelijkheid om illegale bloedtransfusies te ondergaan bij de Weense bloedbank Humanplasma. Tijdens de Tours van 2004 en 2005 nam Leinders bloedzakken in ontvangst en voerde hij zelf de transfusies uit. Leinders spoot bij Rasmussen ook het verboden middel insuline in, dat werd bewaard in een koelkast in de bus van de Rabobank.

In de Giro d’Italia van 2007 voerden Leinders en Rasmussen samen een medisch experiment uit. Rasmussen kreeg twee bloedzakken tegelijk toegediend. De ploegarts stelde daarna vast welk effect de transfusie had op de bloedwaarden van de Deen. „Die ervaring konden we dan meenemen naar de Tour”, zei Rasmussen.

Bespreking dopingprogramma

Directeur De Rooij en ploegleider Breukink wisten overal van af, zei Rasmussen gisteren. Ieder jaar werd in januari het dopingprogramma van de ploeg besproken. Zo werd in januari 2006 besproken dat Michael Rasmussen, Michael Boogerd en Denis Mensjov tijdens de Ronde van Frankrijk bloedtransfusies zouden ondergaan. De eerste transfusies vonden plaats in Bordeaux, voor de eerste Pyreneeënritten.

Maar toen Mensjov de elfde etappe naar Pla de Beret won, werd het plan ineens omgegooid. Breukink liet weten dat een tweede levering van bloed niet was toegestaan. „Breukink kwam naar Boogerd en mij en zei dat we geen bloeddoping meer mochten gebruiken. Ik denk dat de leiding bang was dat wij verdacht hard zouden gaan rijden. Mensjov stond derde in het klassement, Boogerd en ik reden ook heel sterk.”

Rasmussen vertelde dat de bloedtransfusies op dat moment niet langer werden uitgevoerd door de ploegartsen, maar door de Oostenrijkse dopinghandelaar Stefan Matschiner. „Ze wilden er zelf geen deel meer van uitmaken”, zei Rasmussen. „Maar iedereen wist dat het zou gaan gebeuren.”

In januari 2007 maakte Rasmussen nieuwe afspraken met het medisch team. „We spraken af dat we niet halverwege de plannen zouden veranderen, zodat we de Tour zouden winnen.” Toch veranderde ploegdirecteur De Rooij alsnog van gedachten. In juni bracht Breukink een bezoek aan Rasmussen in Italië. Breukink heeft zelf onder ede verklaard dat dat was om de ploegentactiek voor de Tour te bespreken. Maar volgens Rasmussen kwam Breukink iets heel anders vertellen: „Hij was naar Italië gekomen om te vertellen dat het plan gewijzigd moest worden. Ze wilden geen bloedzakken in de Tour de France.” Andere doping was echter geen probleem, zo dacht Rasmussen. „Er was geen weerstand tegen epo.”

Directeur De Rooij blijft ontkennen

Kort voor het vernietigende relaas van Rasmussen had De Rooij nog volgehouden dat hij niet wist van enig dopinggebruik in zijn ploeg. Dit ondanks het feit dat ploegarts Jean-Paul van Mantgem tijdens het verhoor daarvoor had moeten toegeven dat hij daar wél van had geweten. Volgens Van Mantgem had hij weet van „individuele gevallen” waarin „wel eens wat gedaan werd”.

Geconfronteerd met de verklaring van Van Mantgem bleef De Rooij zijn onschuld volhouden.„Ik vertrouwde op mijn artsen, ik wist dat zij met een rode vlag zouden zwaaien als er een probleem was.”

Het tegendeel was het geval, vertelde Rasmussen. Van Mantgem belde kort voor de Tour van 2007 over Rasmussens dopinggebruik. Daarbij gebruikten dokter en renner geheimtaal, waarbij „intensieve training” het codewoord was voor epo. „Eén uur stond voor 1.000 eenheden”, zei de Deen. Tijdens de Tour diende Van Mantgem om de dag injecties met dynepo toe. De ploegarts gebruikte zoutoplossingen om de hoge bloedwaardes te maskeren. „In de laatste tien dagen van de Tour kreeg ik elke ochtend een halve liter zoutoplossing.” Net als de insuline werd de dynepo gewoon bewaard in de koelkast van de teambus van Rabobank.

Na afloop stonden de advocaten en directeur van de voormalige Rabobankploeg enigszins aangeslagen bij elkaar, terwijl Rasmussen triomfantelijk de pers te woord stond. Met zijn getuigenis heeft de Deen definitief een bres geslagen in het Rabobastion. Maar welk effect zijn onthullingen zullen hebben op de uitspraak van het Hof, is nog ongewis.

In de zaak-Rasmussen versus Rabo draait het niet om doping, maar om de vraag of Rabobank wist dat Rasmussen loog over zijn verblijfplaats tijdens zijn voorbereiding op de Tour van 2007. Dat had de voorzitter van het Hof zichzelf ook voorgehouden. „We zitten hier niet voor de doping”, zei ze. „Maar wij zijn natuurlijk óók nieuwsgierig”, had de raadsheer aan haar rechterhand toen al gezegd.