denken@nrc.nl

Gouden kinderen

schrijft NICOLE VAN DEN BERG Beheerder van het weblog op www.slenteraar.nl.

‘Heb jij een goldcard of een silvercard?’ prijkte er maandag op de voorkant van deze krant. De kop verwees naar een artikel over een luxe crèche in ’t Gooi met de veelzeggende naam Koningskinderen. Daar kunnen ouders voortaan kiezen of ze hun kinderen in de ‘zilveren groep’ of de ‘gouden groep’ onderbrengen. Het verschil? In de gouden groep krijgen de kinderen biologische producten te eten, ze worden uitsluitend ingedeeld bij leeftijdgenootjes en ze kunnen desgewenst ook nog een warme maaltijd opsmikkelen.

In de zilveren groep krijgen de kinderen ‘gewoon’ huismerken voorgeschoteld en ze eten supermarktbrood in plaats van boterhammen van de warme bakker. Ook worden alle leeftijden er door elkaar gegooid. Maar ze hebben het nog lang niet slecht: de kinderen spelen in een stijlvol ingerichte kamer met ambachtelijk houten speelgoed. Er is sfeervolle verlichting. Ze zitten dus in elk geval niet in zo’n lelijk buurtgebouwtje met tl-verlichting en goedkoop zeil op de vloer, zoals het gewone volk. Die zouden in deze rangschikking ongetwijfeld als ‘verroest ijzer’-groep worden aangeduid.

Toen ik het las, moest ik een beetje kotsen. Dat had in eerste instantie te maken met de gekozen benaming. Want hoe je het ook wendt of keert: als je de ene groep ‘zilver’ noemt en de andere ‘goud’, dan zit daar een waardeoordeel in. Het kan toch niet de bedoeling zijn om kinderen al van jongs af aan mee te geven dat er kennelijk een onderscheid is tussen dubbeltjes en kwartjes – en kwalijker: dat het heel gewoon is dat zij in het dagelijks leven in verschillende groepen worden ingedeeld.

Dit lijkt me een typisch voorbeeld van doorgeslagen marktwerking. Ik begrijp best dat het fijn is voor ouders om iets te kiezen te hebben, of dat ze graag zelf bepalen wat hun kind op de opvang allemaal naar binnen werkt. Maar dat zijn praktische zaken die gemakkelijk op te lossen zijn: geef je kind een broodbakje mee met z’n eigen biologische maaltje. Daar hoeft heus geen verheven gouden groepje voor benoemd te worden. Als de zorg en de veiligheid maar gewaarborgd zijn, dan vermaken ook de rijkere kindjes zich heus wel onder een bak tl-verlichting. Liefst samen met de kinderen van de bakker en de timmerman.

Zo leren de gouden kinderen van Nederland ook nog iets wat veel waardevoller is dan alle materiële zaken bij elkaar: dat hun rijkdom niet vanzelfsprekend is en dat je tegenwoordig zowel voor een dubbeltje als voor een kwartje helemaal niets meer koopt.