Column

De soepjurkhoek

Aangezien het Vrouwendag is, gaan we weer veel horen over topvrouwen. Minder lees je over de grootste stoorzender in al dat vrouwelijk succes sinds de man: het vrouwelijk hormoon, oestrogeen. Begin over vrouwen en hormonen en er kan leeftijdsafhankelijk gelachen worden. Ongesteld zeker! Zwanger! Overgang! Sommige vrouwen hebben nergens last van. Die roepen dat andere vrouwen zeuren. Een grotere groep ‘leert leven’ met bijbehorende vermoeidheid en stemmingswisselingen – klagen of verdragen, zoals bij het weer. En dan is er de stille groep, die het vrouwelijk hormoon noodgedwongen ernstig neemt. Dit zijn vrouwen die bijvoorbeeld een postnatale psychose van dichtbij meemaakten. Gevoeligheid voor hormoonschommelingen zit vaak in de genen, weten zij. Iets om levenslang alert op te blijven.

Intussen werd het ‘bespreekbaar’ maken van de overgang hier een complete vrouwensport. In de jaren 70 had je Vido-praatgroepen (‘Vrouwen in de Overgang’). De theatervoorstelling Hormonologen van Yvonne van den Hurk slechtte het ‘taboe’ opnieuw. Waarna actrice Carine Crutzen en journalist Ingeborg Beugel nog eens volgden, toen Linda de Mol het waagde de overgang „niet sexy” te noemen. Dit lijkt me feitelijk tamelijk juist, maar de overgang is door al dat bespreekbaar maken in de soepjurkhoek beland, dus die moet nu liefdevol worden omarmd. Google ‘overgang’ en je raakt bedolven onder de bijbehorende onzin: ‘soja-isoflavonen’, ‘teunisbloemolie’ en zelfs, gruwel, de ‘kuisboom’.

Schieten vrouwen daar iets mee op? Nee. Moeten jongere vrouwen zich hier druk over maken? Ja, want als wij in de overgang belanden willen we geen praatgroep of kruidentuin. Wij kregen later kinderen, we zijn net weer lekker aan het werk. Wij willen zonder dralen een medicijn dat er al ís. Vraag maar aan Mireille Boerma, psychiater en als klinisch onderzoeker verbonden aan het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. Zij doet oestrogeenonderzoek en kan fascinerend vertellen over de beschermende werking van dat hormoon, en hoe de problemen pas beginnen als oestrogeen gaat dalen.

Mireille Boerma is dan ook zeer uitgesproken: „Wie last heeft van de overgang, moet vooral hormonen overwegen.” Sinds The Lancet een artikel publiceerde over risico’s op borstkanker bij hormoonpreparaten, is dat not done. Maar oestrogeenonderzoekers zoals Boerma stelden sindsdien vast dat die risico’s klein zijn, zeker in verhouding tot de baten: „Vrouwen mogen zich hier suf slikken aan homeopathische middelen. Alsof dát helpt.” Gewoon weer aan de pil gaan helpt, zegt Boerma. Of aan een lichter hormoonpreparaat.

Mireille Boerma noemt zichzelf een feminist. Maar ze is tegen stoer doen, en al helemaal over de overgang. „Stoer doen werkt niet.”

Niet de overgang is taboe. Het taboe is dat er voor de ergste klachten allang een goede oplossing bestaat. Doe dus eens iets nuttigs op Vrouwendag: zegt het voort.

Margriet Oostveen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Arjen van Veelen.