David Bowie klinkt gemeen

Na bijna tien jaar stilte is er nu een nieuwe plaat van David Bowie The Next Day is weerbarstig en voert langs verschillende Bowie-stijlen Al met al een interessant, uiteenlopend werkstuk

Medewerker muziek

Dankzij het betoverende Where Are We Now, de single die afgelopen januari uit het niets verscheen, leek het oordeel over David Bowies nieuwe cd meteen gevormd: Bowie (66) is terug, Bowie is in topvorm, Bowie grijpt terug op zijn Berlijnse periode.

Nu The Next Day te horen is, blijkt: Bowie is terug, maar zijn nieuwe cd is geen Berlijns feestje geworden. The Next Day is een rijk, maar weerbarstig werkstuk dat voert langs verschillende Bowie-stijlen; langs meer en minder bekende Bowie-identiteiten (Bowie de Dandy, Bowie de Buitenstaander, etc.), grillige instrumentaties en een enkele powerballad.

Hoe uiteenlopend ook, een paar eigenschappen gelden voor de cd als geheel: 1. De gitaar is het uitverkoren instrument. 2. De teksten zijn gruwelijk en beeldend, met veel duister, galgen, moorden en lijken. 3. Bowie zingt als een jonge god: met kracht, beheersing en gedrevenheid – welke Bowie-identiteit ook aan de beurt is.

Buitenstaander

Eind zestig, begin jaren zeventig transformeerde David Bowie van een schuchtere folkzanger in een falsetzingend ruimtewezen. Hij zong over space, kleedde zich space en klonk space. Zijn muziek paste bij de destijds populaire glam rock, zoals nu te horen in het nieuwe Dancing Out In Space. Bij een Motown-beat spelen de gitaren hun solo’s, ze kreunen en knerpen, terwijl Bowie onverstoorbaar zijn ballroompassen maakt.

In Dirty Boys blijkt dat Bowie houdt van The Pixies. Van Pixies-gitarist Joey Santiago leende hij de gitaarriffs die rinkelen als brekend glas; een agressie die ook wordt gearticuleerd in de tekst: „I will buy a feather hat/ I will steal a cricket bat/ Smash some windows/ make a noise.”

Berlijner

Bowies Berlijnse periode duurde van 1977 tot 1979, toen hij samen met Iggy Pop in Berlijn woonde en drie legendarische lp’s opnam, geproduceerd door Tony Visconti, en met een belangrijke rol voor Brian Eno, verantwoordelijk voor ‘ambient drones’ en ‘guitar treatment’: Low (1977), Heroes (1977) en Lodger (1979).

Tijdens het opnemen van The Next Day heerste dezelfde sfeer als destijds in Berlijn, aldus producer Visconti. Er was een lange periode van voorbereiding aan voorafgegaan, maar nu werden teksten soms ter plekke geschreven en waren opnamen in één keer goed. Het prachtige Where Are We Now? is een ode aan Berlijn en aan de muziek van toen. Bowie mijmert over plaatsen en gebeurtenissen, en beschrijft de vervreemding: ‘A man lost in time/ near KaDeWe’.

Dandy

In 1973 woonde Bowie in Los Angeles en leefde hij op koffie en cocaïne. Hij was geestelijk instabiel, hield zich bezig met spiritisme en bewaarde zijn urine in de koelkast om te voorkomen dat belagers het zouden stelen.

Bowies werkdrift is legendarisch: in Berlijn at hij dagelijks slechts een rauw ei om zo snel mogelijk aan de opnamen te kunnen beginnen. Op The Next Day uit hij zijn grillige temperament in enkele liedjes met een paniekerige ondertoon. If You Can See Me gaat over een jongeman in blauwe schoenen en een rode jurk, die wordt achtervolgd door boosaardige wezens: „So take this knife/ And meet me across the river.”

Charmezanger

In zijn uitzonderlijke oeuvre is ook plaats voor een kleine afdeling missers. Bowie, de liefhebber van mime, theater en geschminkte pierrots, zwicht soms voor het melodrama. Het drakerige The Stars wordt nog net gered door een gestroomlijnde schwung, maar Valentine’s Day gaat aan kitsch ten onder.

Hemel-bestormer

(You Will) Set The World On Fire: deze rocksong valt op te vatten als schouderklop voor steeds nieuwe generaties muzikaal talent.

In dit soort liedjes, waarin hij het emotionele effect doelbewust de voet dwars zet, is Bowie op zijn best. Bowie kapt af en verliest zich in bizarre uitschieters – zoals in How Does The Grass Grow. You Feel So Lonely You Could Die klinkt als een melancholieke mijmering over afscheid, waarin de emotie breed uitwaaiert maar ‘oplost’ in een sobere instrumentatie.

Nestor

Twee jaar geleden belde Bowie naar producer Tony Visconti om een opnamesessie af te spreken. Visconti zei in een interview: „We waren het erover eens dat muziek van nu oppervlakkig is. Alles wordt gemaakt en gladgestreken met de computer.” Hun antwoord op die generieke stijl is een cd met een alerte rocksound. Visconti en Bowie bouwden de liedjes op rond gitaarklanken, riffs en solo’s, als om te bewijzen dat niet alleen zijzelf, maar ook de rockmuziek nog springlevend is.

In openingsnummer The Next Day zingt Bowie: „Here I am, not quite dying/ My body left to rot in a hollow tree”. Hoe gelaten de woorden ook lijken, de begeleiding is daarmee in tegenspraak. De puntige akkoorden en de galopperende basklanken stralen levenslust en dadendrang uit. En dat geldt eens te meer voor zijn manier van zingen. Elk woord is een doelgerichte aanval, opdat zijn boodschap de luisteraar niet zal ontgaan. Deze zanger is er niet om ons te vermaken. David Bowie klinkt gemeen en bezeten. Als een vampier die bloed ruikt.

Bowies