Botsende ego's duwen hogeschool in diepe crisis

Crisis bij ArtEZ. Tien jaar na de fusie van de oostelijke kunst-hbo’s staat de opleiding voor een berg problemen. „We zijn jaren verwaarloosd.”

Het is rond het middaguur op vrijdag 22 februari als Dingeman Kuilman, bestuursvoorzitter van ArtEZ hogeschool in Arnhem, wordt gebeld. Of hij zich die middag wil melden voor een onderhoud met twee afgevaardigden van de raad van toezicht van de kunstopleiding. Om half vier meldt Kuilman zich bij het nieuwe hoofdkantoor van de Rabobank in Enschede, werkgever van de voorzitter van de raad van toezicht van ArtEZ, Gerrit Grotenhuis. Op zijn werkkamer op de vierde verdieping komt Grotenhuis, geflankeerd door collega-toezichthouder Ruurd Bierman, snel ter zake. „Er is onvoldoende vertrouwen in het college van bestuur”, zegt hij tegen Kuilman. „Je bent niet de goede man op de goede plek.” Kuilman is verrast. „Natuurlijk wist ik dat er spanningen waren tussen het management en mijn college van bestuur. Maar waarom konden we niet langer praten over een oplossing?” Grotenhuis achteraf: „Er moest worden ingegrepen, het vertrouwen was weg.”

Ger Strijker, het andere collegelid, heeft eerder die middag in Arnhem dezelfde mededeling gehad. ArtEZ, met 3.000 leerlingen en ruim 900 medewerkers, is bestuurlijk onthoofd.

Cultuurverschillen

In 2002 is het zover: na jaren om elkaar heen draaien, gaan de hogere kunstopleidingen in Gelderland en Overijssel samen. De hogeschool ArtEZ, een verwijzing naar de namen van de fusiesteden Arnhem, Enschede en Zwolle, is een feit. De samenvoeging is in lijn met de in politiek Den Haag populaire schaalvergroting, taakverdeling en concentratie. „De fusie was nodig, maar niet makkelijk”, zegt voormalig bestuursvoorzitter Willem Hillenius. „Iedereen vond dat hij een unieke organisatie had, maar het ging om marginale verschillen.”

De cultuurverschillen tussen de fusiepartners daarentegen blijken hardnekkig. Arnhem ziet zichzelf als het epicentrum van de cultuur, in Zwolle slaat men zich vanuit de christelijke wortels juist niet op de borst, terwijl in Enschede de anarchistische sfeer van de jaren 60 de opleiding nooit heeft verlaten. De autonomie van de kunstenaar en zijn werk staat er, nog altijd, hoog in het vaandel.

Om onderlinge gevoeligheden niet aan te wakkeren, zijn de fusiepartners in die beginjaren alledrie vertegenwoordigd in het bestuur. Voorman Hillenius heeft er een neutrale voorzitter voor de raad van toezicht bijgezocht. Het is de burgemeester van Deventer, James van Lidth de Jeude. Die ziet de cultuurverschillen ook, maar vindt het wel charmant. „Het geeft smaak en is daarmee onderscheidend voor studenten en docenten.”

De verbaal sterke Hillenius werkt zich na de fusie een slag in de rondte. Het valt niet mee hoogwaardige opleidingen te blijven bieden in een tijd waarin de politiek luidkeels baangaranties eist voor afgestudeerde kunstenaars. Bovendien bemoeilijkt de in het oosten beperkt beleden liefde voor de cultuur Hillenius’ werk. „De lucht voor de kunst is hier veel ijler dan in het westen. Als je hier een opleiding sluit, komt die niet meer terug.”

Zo stopt Hillenius rond de eeuwwisseling de modeopleiding in Enschede, bij gebrek aan belangstelling onder studenten. In Twente, van oudsher een textielbolwerk, ziet men er de bevestiging in dat ze binnen ArtEZ niet serieus worden genomen. Docent Pieter Baan Müller: „Wij zijn het ondergeschoven kind.” Arnhemmer Hillenius: „Dat is de bekende Twentse calimerohouding.”

Begin 2010 moet Van Lidth de Jeude op zoek naar een opvolger van Hillenius die dat jaar met pensioen gaat. Uit acht geselecteerde kandidaten kiest de raad van toezicht de aan de Rietveld Academie geschoolde Dingeman Kuilman. Van Lidth de Jeude: „Daar waren we het onderling zeer over eens. Al wisten we dat het niet eenvoudig zou zijn de charismatische Hillenius op te volgen.”

Problemen

Kuilman signaleert na zijn aantreden in september 2010 problemen. De personeelslasten van ArtEZ zijn te hoog en het onderwijs is onvoldoende onderscheidend. Hij wil de reputatie van ArtEZ versterken en de aantrekkingskracht ervan vergroten.

De geplande aankoop van een nieuw pand voor de faculteit beeldende kunst en vormgeving in Enschede, dat het leerlingenaantal terug ziet lopen, past daarbij. Een voormalige textielfabriek wordt met financiële steun van gemeente en provincie volledig verbouwd. Kuilman in 2010: „Een nieuw pand als keerpunt.”

ArtEZ vestigt ook hoop op een ander project. Sinds 2008 participeert het in Coming Soon BV, een winkel in de Arnhemse binnenstad waar (oud)studenten hun creaties verkopen. Er is het bestuur veel aan gelegen de winkel, waarvan ArtEZ een derde bezit, tot een succes te maken. Daarom staat ze voor 50 procent garant voor een lening van 175.000 euro die Coming Soon heeft afgesloten.

Maar de verkoop valt tegen. Op het project moet worden afgeschreven. In 2010 is er een negatief resultaat van 233.000 euro. Daarnaast wordt de rente over een eerdere lening van 150.000 euro kwijtgescholden en aflossing ervan opgeschort. Die remedie wordt daarna jaarlijks toegepast; er komt een voorziening in de boeken. Dat blijkt een noodzakelijke reservering nu de overheidssubsidie, waarmee de verliezen jaarlijks werden afgedekt, is afgelopen en opheffing van de BV voor de hand ligt. Grotenhuis: „Je kunt je inderdaad afvragen of het zinnig is door te gaan.”

Coming Soon verhindert Kuilman in 2011 niet de ambitie van ArtEZ aan te scherpen. Niets minder dan aansluiting bij de Europese top is het doel. Op een ‘heisessie’ in het voorjaar van 2012 lichten Kuilman en Strijker de raad van toezicht in over hun toekomstplan. Kuilman, wiens jaarsalaris is verhoogd tot 185.000 euro, krijgt steun van de toezichthouders. Van Lidth de Jeude: „Het was een inspirerende bijeenkomst.”

Dat Kuilman die zomer laat weten dat het plan ook bij het management goed valt, bevestigt voor Van Lidth de Jeude dat het bestuur op de goede weg is. In september 2012 treedt hij „met een goed gevoel” terug als voorzitter. Gerrit Grotenhuis, al jaren lid van de raad van toezicht, volgt hem op.

Grotenhuis wordt eind 2012 door Kuilman geïnformeerd over een crisissituatie bij de academie voor kunst en vormgeving in Enschede. De instroom van studenten hapert weer, de verbouwing is vertraagd, de vijfde directeur in vijf jaar tijd treedt aan. Docent Pieter Baan Müller: „Het was bestuurlijk een ongelofelijke puinhoop. We zijn jarenlang verwaarloosd, vond ook Kuilman.”

Het college van bestuur vindt een oplossing: Kuilman wordt zelf directeur, twee dagen per week. Naast zijn voorzitterschap. De toezichthouders gaan akkoord. Grotenhuis achteraf: Die oplossing was echt de verantwoordelijkheid van het bestuur. Wie waren wij om daar tegen te zijn?”

Verdeeldheid

De poging om orde in de chaos te scheppen mislukt. Kuilmans komst vergroot de verdeeldheid onder medewerkers. Een deel steunt hem, bij een ander deel katalyseert zijn als superieur ervaren werkhouding juist de onvrede. Ook in Zwolle en Arnhem groeit het ongenoegen over Kuilman.

In Enschede komt de boel op scherp te staan als Kuilman begin 2013 „onregelmatigheden” signaleert. Zo verdenkt hij, volgens verschillende ingewijden, een prominent medewerker van heimelijke betrokkenheid bij de ontwikkeling van een softwareprogramma voor de hogeschool. Die is, voor ruim 60.000 euro, gegund aan iemand met wie de medewerker zakelijke banden zou onderhouden. Daarop schakelt Kuilman Hoffmann bedrijfsrecherche in. Dat bureau doorzoekt de administratie van ArtEZ, ook omdat er verdenkingen van onjuiste declaraties zijn. Volgens ingevoerden schorst Kuilman de verdachte medewerker voor de duur van het, nog steeds lopende, onderzoek. Kuilman: Daar zeg ik niets over.” Grotenhuis: Ik ook niet.”

De zorgen voor Grotenhuis stapelen zich op. Het verzet tegen Kuilman en Strijker blijkt niet beperkt tot Enschede. Een accreditatiecommissie proeft eind 2012 bij een regulier bezoek aan ArtEZ zoveel wantrouwen jegens het bestuur, dat ze alarm slaat bij de top van ArtEZ en de HBO-Raad. Grotenhuis en zijn collega’s kijken ervan op, zeker als de ondernemingsraad de klachten bevestigt. „Tot dan hadden wij geen aanwijzingen dat het mis was”, zegt Grotenhuis. „Ik wil mezelf niet op de borst slaan, maar ik ben een zeer ervaren toezichthouder. Dit was niet te voorzien.”

Treurig

Vrijdagmorgen 22 februari. De raad van toezicht komt in Arnhem bijeen. Daar valt het besluit: het bestuur is niet te handhaven. Grotenhuis en Bierman lichten de twee bestuurders in. Ger Strijker, die verder nergens op in wil gaan: „Een treurig moment.”

Oud/bestuursvoorzitter Hillenius: „Naar mijn idee is Strijker te lang loyaal geweest aan Kuilman en zijn opvattingen.” Oud toezichthouder van Lidt de Jeude: „Dingeman is een slimme man met goede ideeën, maar slecht in het creëren van draagvlak.”

Op 4 maart onthult deze krant de crisis bij ArtEZ, dat dan een persbericht uitgeeft: „Er bestaat een onoverbrugbaar verschil van inzicht tussen het College van Bestuur en het management over het te voeren beleid.”

Wat de buitenwacht niet weet, is dat op maandag 25 februari, drie dagen nadat Grotenhuis het vertrouwen in Kuilman heeft opgezegd, de twee weer tegenover elkaar hebben gezeten. Opnieuw op Grotenhuis’ werkkamer bij de Rabobank, te midden van parafernalia als een reusachtige Zwitserse koeienbel en een versierde zonnehoed van stro. Kuilman heeft een vraag. Hij begrijpt dat zijn rol als bestuursvoorzitter is uitgespeeld maar wil graag verder als interim-directeur in Enschede. Daar stemt Grotenhuis mee in. „We hadden geen andere oplossing op dat moment en hij bood het zelf aan.”

En zo loopt Kuilman de volgende ochtend weer het net geopende onderkomen van ArtEZ in Enschede binnen. Niet dat het opvalt. Door de voorjaarsvakantie is het er rustig en de weinige aanwezigen zijn nog onwetend van de vertrouwensbreuk. Kuilman neemt plaats achter zijn bureau, verlengt het contract van een interim-directeur en belt met de voorzitter van de HBO-Raad, Thom de Graaf. Kuilman wil advies hoe om te gaan met de onregelmatigheden. De Graaf drukt Kuilman op het hart er melding van te maken bij de onderwijsinspectie. De oud-minister vreest dat bij escalatie het kunstonderwijs besmeurd raakt, en zelfs het hele hbo.

Daarop belt Kuilman met de inspectie. Die plaatst daarna de hele onderwijsinstelling onder verscherpt toezicht. Een situatie die inmiddels is verlengd tot in ieder geval eind maart. De inspectie: „De signalen die we hebben ontvangen, zijn dusdanig zorgwekkend dat dit besluit is gerechtvaardigd.”

Grotenhuis krijgt het begin maart steeds ongemakkelijker met de situatie. Hij stuurt Kuilman een week met betaald verlof naar huis en huurt voor vier dagen per week een bestuursvoorzitter in: Gerben Eggink, partner bij adviesbureau Boer & Croon en zelfbenoemd turnaround manager. Kosten, volgens ingewijden van het adviesbureau: 2.000 euro, per dag. Grotenhuis, geïrriteerd: „Ik reageer niet op concrete bedragen. Zijn honorarium is gewoon marktconform.”

Tot wanneer Eggink aanblijft, is onduidelijk. Grotenhuis: „Er moet nu eerst rust in de tent komen.”