Ze zaten er 600 lichtjaar naast

De Grote Magelhaense Wolk staat verder van ons af dan gedacht Daarmee schuift een belangrijk ‘kilometerpaaltje’ in het heelal 600 lichtjaar op

This new image shows the Large Magellanic Cloud galaxy in infrared light as seen by the Herschel Space Observatory, a European Space Agency-led mission with important NASA contributions, and NASA's Spitzer Space Telescope. In the instruments' combined data, this nearby dwarf galaxy looks like a fiery, circular explosion. Rather than fire, however, those ribbons are actually giant ripples of dust spanning tens or hundreds of light-years. Significant fields of star formation are noticeable in the center, just left of center and at right. The brightest center-left region is called 30 Doradus, or the Tarantula Nebula, for its appearance in visible light. The colors in this image indicate temperatures in the dust that permeates the Cloud. Colder regions show where star formation is at its earliest stages or is shut off, while warm expanses point to new stars heating surrounding dust. The coolest areas and objects appear in red, corresponding to infrared light taken up by Herschel's Spectral and Photometric Imaging Receiver at 250 microns, or millionths of a meter. Herschel's Photodetector Array Camera and Spectrometer fills out the mid-temperature bands, shown here in green, at 100 and 160 microns. The warmest spots appear in blue, courtesy of 24- and 70-micron data from Spitzer. ESA/NASA/JPL-Caltech/STScI

Medewerker Sterrenkunde

Het ‘meetlint’ waarmee astronomen het heelal opmeten, is iets betrouwbaarder geworden. Dat komt door een nieuwe nauwkeurige meting van de afstand tot de Grote Magelhaense Wolk, een klein sterrenstelsel dat de meest nabije buur van onze Melkweg is.

Afstanden spelen een cruciale rol in de sterrenkunde. Zolang de afstand van een object niet bekend is, valt er weinig te zeggen over zijn afmetingen of over de hoeveelheid energie die het uitzendt.

Het probleem is echter dat afstanden groter dan een paar duizend lichtjaar tot nu toe niet rechtstreeks gemeten konden worden. Een lichtjaar is ongeveer gelijk aan 10 biljoen kilometer. De zon staat op ‘slechts’ 8 lichtminuten van de aarde, en de maan op 1,3 lichtseconden. En zelfs een paar duizend lichtjaar schiet niet op in een heelal dat miljarden lichtjaren groot is.

Om dit probleem te omzeilen, hebben astronomen een ‘afstandsladder’ geconstrueerd. Het principe daarvan is eenvoudig: kennis van de afstanden van nabije objecten wordt gebruikt om de afstanden van iets verder weg gelegen objecten te bepalen, en die afstanden kunnen dan weer worden gebruikt om nóg grotere afstanden te overbruggen.

De Grote Magelhaense Wolk is een cruciale sport van deze afstandsladder. Bijna alle afstandsbepalingen buiten onze Melkweg zijn ervan afhankelijk. Dus als de gemeten afstand van de Grote Magelhaense Wolk er 10 procent naast zit, zitten ook de afstanden van andere sterrenstelsels er 10 procent naast.

Bij de nieuwe meting, waarvan de resultaten vandaag in Nature worden gepubliceerd, heeft een internationaal team van astronomen de afstand van de Grote Magelhaense Wolk bepaald op 163.000 lichtjaar – iets groter dan een vorige meting, van 162.400 lichtjaar. De foutmarge wordt geschat op 2 procent, in plaats van 3 bij de vorige.

Binnen enkele jaren hopen de astronomen de nauwkeurigheid van hun meetwaarde tot op 1 procent te kunnen aanscherpen. De vraag is echter of die inspanning niet te laat komt. In oktober wordt de Europese Gaia-satelliet gelanceerd, en deze kan de afstanden van afzonderlijke sterren van de Grote Magelhaense Wolk rechtstreeks meten – óók met een nauwkeurigheid van 1 procent.