Werd PSV dan toch met overheidssteun gered?

Primeur voor Nederland: de Europese Commissie onderzoekt mogelijke staatssteun aan profclubs. Scepsis over de PSV-deal van Eindhoven was er al.

Eindhoven en PSV zijn „niet verrast” door het onderzoek dat de Europese Commissie instelt naar de reddingsactie waarbij de gemeente anderhalf jaar geleden de grond onder het stadion en het trainingscomplex kocht van de club. En net als Eindhoven kijkt PSV met vertrouwen uit naar de uitkomsten van „een grondig onderzoek” naar de deal. Daarbij leende de gemeente een bedrag van bijna vijftig miljoen euro om de grond te kopen die de club nu pacht voor 2,4 miljoen per jaar. Een constructie waarmee de huidige koploper van de eredivisie in juni 2011 van de ondergang werd gered.

Het is voor het eerst dat de Europese Commissie mogelijke overheidssteun aan voetbalclubs onderzoekt, bevestigt een woordvoerder. De genomen maatregelen in Eindhoven „lijken” staatssteun „te vormen”, aldus het persbericht van ‘Brussel’. Ook vier andere gevallen van (mogelijke) overheidsfinanciering in het Nederlandse profvoetbal worden onderzocht. Via verschillende constructies gaven de gemeenten Nijmegen (NEC), Tilburg (Willem II), Den Bosch (FC Den Bosch) en Maastricht (MVV) hun profclubs voordelen van in totaal enkele miljoenen euro’s.

De Eindhovense deal overschaduwt de andere zaken in omvang. Eind juni 2011 stemde de gemeenteraad in met een transactie waarmee Eindhoven PSV „zonder enige vorm van staatssteun kan helpen aan financiële middelen”. Die middelen waren nodig, schreef het college destijds, want „zonder oplossing dreigt voor PSV [...] discontinuïteit”. Eindhoven kocht de grond onder het Philips-stadion en trainingscomplex De Herdgang voor 48,6 miljoen euro. Zo kon PSV op een „goedkopere en toch marktconforme” manier enkele dure langlopende schulden afbetalen. Via een erfpachtconstructie werd de transactie „budgettair neutraal”.

Iedereen blij. Na de stemming verkondigde technisch-directeur Marcel Brands aan meeluisterende PSV-fans voor het gemeentehuis dat de aankoop van FC Utrecht-spelers Dries Mertens en Kevin Strootman door kon gaan (voor een bedrag van dertien miljoen euro). Later zou ook Georginio Wijnaldum (vijf miljoen euro) van Feyenoord overkomen. De financiële ruimte voor de transfers zou losstaan van de deal met de gemeente, maar onhandig was de timing wel. Het droeg alleen maar bij aan de beeldvorming dat de gemeente voor spelers betaalt.

Loopt PSV nu reëel gevaar? „Het feit dat een grondig onderzoek wordt geopend, loopt niet vooruit op de uitkomst van het onderzoek”, aldus de Europese Commissie. Maar in tegenstelling tot een bezwaar over Arnhemse steun aan Vitesse zijn de klachten van bezorgde burgers over financiering in de andere vijf zaken in ieder geval alvast gegrond verklaard.

Hoogleraar Vastgoedeconomie Dirk Brounen van de Tilburg University stelde voorafgaand aan de stemming in de gemeenteraad in juni 2011 dat de taxatie van de grondwaarde aan de optimistische kant was. „Eindhoven stelt dat het een zakelijke transactie was, maar dan was de deal qua openheid en transparantie aan de dunne kant”, zegt hij desgevraagd. „Er is uitgegaan van één omstandigheid en één uitkomst, terwijl ik het verstandig achtte twee of drie alternatieve scenario’s uit te werken en niet op één paard te wedden. De gemeente moet niet doen alsof ze geen enkel risico loopt.”

Het is volgens Brounen lastig om aan te tonen of de gemeente al of niet naar een optimistische taxatie toe heeft geredeneerd. „In dit soort gevallen is altijd veel ruimte voor interpretatie en taxatie is geen exacte wetenschap. Dat de waarde van de grond te optimistisch is ingeschat, is moeilijk te onderbouwen voor de Europese Commissie.”

Maarten Pieter Schinkel, hoogleraar Mededingingseconomie aan de Universiteit van Amsterdam, acht het „niet onwaarschijnlijk dat de Europese Commissie sancties zal opleggen” als blijkt dat Eindhoven de grondleaseconstructie met PSV heeft opgezet „tegen gunstiger voorwaarden dan de markt zou hebben gedaan”.

Het lijkt een kwestie van tijd dat steun aan clubs in andere landen ook onderzocht wordt. UEFA-voorzitter Michel Platini en eurocommissaris voor Mededinging Joaquín Almunia verklaarden vorig jaar maart gezamenlijk staatssteun aan banden te willen leggen. Schinkel: „Zo voorkom je dat het Europese voetbal een oneerlijk speelveld is waarop clubs in sommige landen wel en in andere landen niet profiteren van staatssteun. Je wilt op basis van eerlijke kosten en baten voetballen en met elkaar concurreren om spelers.”