Waarom huilen mensen?

Zina Saro-Wiwa: Sarogua Mourning

As Tears Go By, t/m 6 april bij Cokkie Snoei, Mauritsweg 55, Rotterdam. Do t/m za en elke laatste zo vd maand 13-18u. Inl: cokkiesnoei.com

Een van de discussies die de kunst in de 18de eeuw bezighield, ging over het uitbeelden van verdriet. Niet doen, stelde kunsttheoreticus Winckelmann, veel te onbetamelijk. Wat zou hij zich ongemakkelijk voelen bij As Tears Go By, een groepsexpositie waarin zo’n 70 kunstenaars over verdriet verhalen. Soms valt het mee, zoals in het erg leuke schilderijtje Kutfilm van Helma Pantus, waar een vrouw in slobberkleren met tissues op de bank zit. Soms zijn tranen maar accessoires, parelend over fotomodellengezichtjes.

Maar meestal staart het leed – alles is op ooghoogte opgehangen – je indringend aan, als een getekende liefdesbrief: alsjeblieft, hou van mij! Dat zie je bijna letterlijk bij Lydia Schouten die filmde hoe ze een brief schrijft, woorden doorkrassend, tot een onleesbare brij ontstaat. Ze sluit haar pijn op. Haar tegenpool is Zina Saro-Wiwa, dochter van de vermoorde Nigeriaanse dichter Ken Saro-Wiwa. Ze zette zich voor de camera en begon te huilen en te huilen, zich herpakkend, dan weer brekend – een video die onder je huid kruipt.

Huilen heeft geen functie, schreef Darwin, waarom doen we het dan zo veel? Op die vraag lijkt deze tentoonstelling, ondanks haar ongelijkvormigheid, een antwoord te geven: om contact te maken. Niets is zo aangrijpend als het videoportret van Saro-Wiwa, maar ook Gerald van der Kaaps foto van een meisje in een ziekenhuisbed dat zich groot houdt. Huilen is diep menselijk. Dat zal een Verlichtingsdenker als Winckelmann wel dwars hebben gezeten: een mens had zichzelf te overstijgen. Dat lukt niet met snot en onbetamelijkheid.

En tóch vat deze expositie onbedoeld samen wat ons onderscheidt van de dieren – kunst, menselijk contact, intercultureel contact. Dat kan ook zonder letterlijke tranen. In vier zelfportretjes staat Paul Kooiker naast zijn opgebaarde vader, blanco de camera inkijkend – dit leed is niet uit te drukken. Zo ook Bert Sissingh. Hij toont het fotoboek My father never cried, zonder gezichten, zonder tranen, met enkel foto’s van zijn vaders oudemannenzakdoeken. Met gestreken vouwen zien ze er waarschijnlijk uit zoals zoon Sissingh ze vond in de la waar ze altijd lagen. Voelbare afwezigheid liefdevol gefotografeerd, hier had zelfs Winckelmann een traantje bij weggepinkt.