Ranking the basisscholen

Ik heb een vermoeden, maar ik weet niet of het juist is. Daarom leg ik het hier voor. Mijn vermoeden rees naar aanleiding van de discussie over de Cito-scores. Moeten die openbaar worden, zoals RTL met een WOB-procedure waarschijnlijk succesvol gaat afdwingen?

Je zou denken: dat wil iedereen. Alles wat achter overheidssloten blijft liggen is verdacht, en uitsluitend bedoeld om ons gruwelijk te onderdrukken. Transparantie is even heilig als ons recht op genieten.

Het rare is dat alle reacties die ik hoor en lees (van ouders, op internet, van leerkrachten, van werkelijk íédereen) nu juist fel tegen die Cito-openbaringen zijn. Hun argumenten deugen (al gaat het me daar eigenlijk niet om), zoals:

1) Die score zegt heel weinig – want hoe goed is een hoog scorende school nu eigenlijk, als er alleen maar kinderen van hoogopgeleide ouders op zitten? Is het niet veel knapper als je een relatief hoge Cito-score weet te halen in een achterbuurt?

2) Die score zegt heel weinig – want die meet alleen cognitieve vaardigheden, en er zijn ook teken-, acteer- en muziektalenten.

3) Die score zegt heel weinig – maar je zult zien dat iedereen die wel heel belangrijk gaat vinden. Onvermijdelijk komen er ranglijstjes en wij willen geen ‘ranking the basisscholen’.

Nu naar mijn vermoeden. Waarom hebben we zo het land aan competitie, ranking en eenzijdige nadruk op cognitieve prestaties? Of nauwkeuriger gezegd: waarom willen we dat onze kinderen niet aandoen? In het volwassen leven doen we juist niets anders dan lijstjes opstellen, wedijveren binnen ons werk, en alles en iedereen op economische waarde beoordelen. Maar dan met jaarsalarissen en winstcijfers in plaats van Cito-scores.

Waarom zijn we dan tegen transparantie? Blijkbaar zijn we verstandig genoeg om die scores te kunnen relativeren, en te zien als slechts één van de vele specificaties van een te kiezen school.

Maar daar gaat het ons niet om, is mijn vermoeden. Waarom steigeren we bij het horen over Cito’s op kleuterscholen? Waarom zeggen we niet: de prestatiemaatschappij, daar kun je je niet vroeg genoeg op voorbereiden? Een peuter die kok speelt, vindt iedereen enig.

Mijn vermoeden is dat we heimelijk walgen van de wereld zoals we die gemaakt hebben. We kotsen van onze winstmodellen, targets en de competitiedrang in onze carrières en kantoren. We haten onze markteconomie en hoewel we weten dat die onze kinderen niet bespaard zal blijven, gunnen we ze zo lang mogelijk uitstel. We offeren er zelfs ons heilige recht op transparantie voor op.

Het is een vermoeden, ik weet niet of het juist is.

Christiaan Weijts (36) is schrijver. Op deze plek schrijft hij elke donderdag over de actualiteit.