Piranha

Afgelopen vrijdag schreef collega-columnist Joël over zijn jacht op snoekbaarzen in de buurt van onze hoofdstad. Zijn prachtige uiteenzetting deed mij plots denken aan de keer dat ik mijn eerste en enige vistripje maakte. Het was niet ergens langs de kant van een vijver of op een bootje op het IJsselmeer, maar in een moeras

Afgelopen vrijdag schreef collega-columnist Joël over zijn jacht op snoekbaarzen in de buurt van onze hoofdstad. Zijn prachtige uiteenzetting deed mij plots denken aan de keer dat ik mijn eerste en enige vistripje maakte. Het was niet ergens langs de kant van een vijver of op een bootje op het IJsselmeer, maar in een moeras in Brazilië. Daar zat ik drie jaar geleden een hele middag met een geïmproviseerde hengel in een gammele kano, te wachten tot de piranha’s zouden happen. Met niet meer dan een flexibele bamboestengel, een paar meter visdraad, een haakje en een paar blokjes vlees als aas, wist ik die dag maar liefst zeven bloeddorstige vissen uit het water te trekken. Nog diezelfde avond belandde het grootste deel van de vangst in de soep en at ik voor het eerst in mijn leven iets met zelf gevangen wild. De smaak viel uiteindelijk een beetje tegen – het deed mij iets te veel denken aan een kippensoepje – maar een avontuur was het wel. Toch is een vissoep best een lekker idee. Hier in Nederland zal je niet heel snel een piranha aan de haak slaan, laat staan dat de visboer er een paar op voorraad heeft, maar een goede soep volstaat gelukkig ook met andere soorten vis. Ik maakte onderstaande soep met kabeljauw en grote garnalen. Misschien een stuk minder spannend en exotisch dan met partjes piranha, maar je hoeft er in ieder geval niet een hele dag voor op een houten bootje in een moeras te zitten. Snijd de paprika in kleine blokjes. Kneus de knoflook met de zijkant van een groot mes, en hak deze fijn. Verhit een scheutje olijfolie in een grote kookpan en bak hier de paprika en knoflook even kort in aan. Voeg dan de warme bouillon en de tomaatblokjes toe. Breng de soep aan de kook en laat vijf minuten zachtjes doorkoken. Snijd intussen de lente-uitjes in ringetjes en voeg toe aan de soep. Snijd vervolgens de kabeljauw in stukjes en doe ook in de pan. Doe de garnalen in de pan als de kabeljauw bijna gaar is. Roer de soep nog een keer voorzichtig door en laat alle vis gaar worden. Verdeel de soep over vier kommen en strooi er een beetje grof geraspte Parmezaanse kaas overheen. Voeg naar smaak nog wat peper en zout toe. Maak de soep af met peterselie. Lekker met warm stokbrood en allioli.

Vissoep: 750 ml visbouillon 1 blik tomaatblokjes 1 paprika 200 gram kabeljauw 200 gram tijgergarnalen 5 lente-uitjes 3 tenen knoflook 50 gram Parmezaanse kaas bosje peterselie