Openbare Cito-scores

Staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD) wenst de gemiddelde Cito-scores van de basisscholen openbaar te maken; drijft hij zijn zin door, dan kunnen ouders over twee weken beoordelen welke scholen dit jaar beter en welke slechter hebben ‘gescoord’. Dan kunnen ze zien welke scholen ver van het vorige maand bereikte gemiddelde van 535,1 afwijken, in positieve of negatieve zin.

Dat er formeel bezwaar tegen Dekkers voornemen zal worden gemaakt, lijkt vrijwel zeker. Er is veel kritiek vanuit het onderwijs, nadat de scholen dinsdag per e-mail door de staatssecretaris waren geïnformeerd.

De PO-raad, de belangenorganisatie van scholen in het basisonderwijs en het speciaal onderwijs, zal op basis van juridisch advies onderzoeken of er sprake is van „onevenredige benadeling van scholen door de openbaarmaking van de gegevens”. Ook diverse Tweede Kamerleden hebben hun twijfel over het nut van de publicatie van de scores.

Het Cito zelf, het instituut dat jaarlijks de toets ontwikkelt, is evenmin gelukkig met het plan van de bewindsman. Dat is enigszins een achterhoedegevecht, want als het parlement instemt met het wetsvoorstel centrale eindtoets, verhuist de verantwoordelijkheid ervoor naar de overheid. Nu is de Cito-toets nog vrijwillig – 15 procent van de scholen doet niet mee – straks is hij dan voor alle leerlingen in groep 8 verplicht voorzover het om rekenen en taal gaat.

In beginsel is er geen bezwaar tegen de openbaarheid die staatssecretaris Dekker voorstaat. Veel scholen publiceren hun scores al zelf; ijverige ouders kunnen via internet al een vergelijking maken. De lijst van Dekker wordt dus een praktisch middel daarvoor.

Maar laat het ministerie van Onderwijs het zich dan ook tot taak rekenen om te wijzen op de betrekkelijke waarde van de Cito- of een andere toets. Dat een score onder, boven of op het gemiddelde ligt niets hoeft te zeggen over de kwaliteit van een school, ook al weegt de Inspectie voor het Onderwijs hem wel mee in haar oordeel.

Maar een school in de achterstandswijk met een score net onder het gemiddelde doet het misschien wel heel goed. Ook geldt dat de ene leerling handiger is dan de ander in het maken van een toets, zonder dat dit tot een doorslaggevend oordeel over zijn of haar talent hoort te leiden. Misschien was dat andere kind wel ziek. En verder zullen er altijd ‘slechte’ leerlingen zijn; daar kan een school niet alles aan doen.

Toetsen zijn een momentopname, een van de hulpmiddelen bij de keuze voor een school in het voortgezet onderwijs. Niets meer en niets minder. Maak de scores dus rustig openbaar, maar erken de relatieve betekenis ervan.