Moordend ivoor

Olifanten en neushoorns worden afgeslacht, van levende haaien worden de vinnen afgesneden. Wilde dieren zijn vaak vogelvrij. Op de CITES-conferentie in Bangkok onderhandelen ruim 170 landen over hoe een eind te maken aan de illegale handel die dieren en planten in hun voortbestaan bedreigt.

Inuits (eskimo’s) in Canada jagen op ijsberen om hun huiden. Foto Hollandse Hoogte

Honderd miljoen haaien per jaar. Honderdduizenden zeeschildpadden. Dertigduizend Afrikaanse olifanten. Honderden neushoorns.

Precies veertig jaar na de oprichting van de ‘Conventie betreffende de Internationale Handel in Bedreigde Plant- en Diersoorten’ (Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora), beter bekend als CITES en ondertekend door 178 landen, bewijst het enorme aantal afgeslachte dieren dat de strijd nog lang niet gewonnen is.

Deze en volgende week zijn 2.500 vertegenwoordigers uit de deelnemende landen bijeen in Bangkok, voor de driejaarlijkse vergadering van CITES. Zij zullen constateren dat door de groeiende welvaart in Azië naast steeds meer Duitse BMW’s en Franse Louis Vuitton-tassen, ook steeds meer slagtanden, hoorns en vinnen worden verhandeld. Vraag uit Azië leidt tot de gruwelijke opleving van de jacht in Afrika.

In zijn openingsspeech, afgelopen zondag, wees John Scanlon, de secretaris-generaal van CITES, op het lot van de Afrikaanse neushoorn en olifant. „Wij zijn getuigen van een zorgwekkende toename in de jacht en handel van Afrikaanse olifanten en neushoorns voor hun ivoor en hoorns. Deze trend kan de vooruitgang die de afgelopen decennia is geboekt, tenietdoen en het voortbestaan van deze dieren bedreigen.”

Uit onderzoek van Traffic, een ngo die handelsstromen van bedreigde diersoorten in kaart brengt, blijkt dat alleen al in Zuid-Afrika het aantal gedode neushoorns de afgelopen vijf jaar is gestegen van dertien in 2007 tot 650 vorig jaar. Chinese en Vietnamese consumenten hebben de Amerikaanse en Europese plezierjacht verdrongen als grootste gevaar voor neushoorns, constateert onderzoeker Jo White van Traffic in een onderzoek uit 2011. Hoorns van de neushoorn gelden in Vietnam als een probate oppepper na een avondje stevig drinken en eten. En ze worden gebruikt als een traditioneel kankermedicijn en als afrodisiacum.

Internationale handel in neushoornhoorns is al dertig jaar verboden onder het CITES-verdrag. Maar door de overweldigende vraag uit China en Vietnam schieten de prijzen van de hoorns op de illegale markt omhoog, waardoor stropers en handelaren bereid zijn lange celstraffen te riskeren. Eén kilo neushoornhoorn, dat uit keratine bestaat, net als menselijke vinger- en teennagels, brengt ongeveer 40.000 euro op.

De Zuid-Afrikaanse delegatie in Bangkok heeft geen officieel voorstel ingediend, maar zegt bereid te zijn te luisteren naar stemmen die de handel willen legaliseren. De gedachte is dat het opheffen van handelsverbod de weg vrij kan maken voor gereguleerde en gecontroleerde neushoornboerderijen, gerund door gespecialiseerde boeren en bedrijven. De markt op een legale en minder wrede manier verzadigen, zou beter en effectiever zijn dan illegale handel bestrijden, is de logica. In 1999 en 2008 gaven de landen CITES al eens toestemming de regels zo aan te passen dat legaal en eenmalig buitgemaakt ivoor mocht worden verkocht.

Onderzoekers en milieubeweging vrezen dat meer ivoor op de markt de vraag aanwakkert. Consumenten, zoals Chinezen, komen in contact met producten van ivoor en verlangen naar meer. Handelaren zouden kunnen proberen hun illegale ivoor als legaal te verhandelen, waardoor consumenten in de war raken.

In aanloop naar de CITES-vergadering in Bangkok poogde Tanzania steun te krijgen voor een nieuwe eenmalige verkoop van ivoor aan Japan en China. Het voorstel werd weggehoond en Tanzania trok het plan snel in.

Het aanpakken van doorvoerroutes is ook niet eenvoudig. Thailand is dezer dagen niet alleen het gastland van de CITES-conferentie, het is ook een van de meest besproken smokkelroutes. Dat komt doordat het is in Thailand niet verboden is om ivoor van Thaise olifanten te verkopen, tot chagrijn van organisaties als het Wereldnatuurfonds. „Samen met China is Thailand de belangrijkste bestemming voor de illegale ivoorhandel”, schrijft een werkgroep van CITES die zich bezighoudt met olifantenbescherming in een rapport. China is de echte eindbestemming en in Thailand komen handelaren en kopers samen als gevolg van lakse wetgeving. Terwijl de Chinese autoriteiten de illegale ivoorhandel serieus nemen, pakt Thailand illegale praktijken halfslachtig aan, ondanks internationale regels die Thailand verplichten ervoor te zorgen dat ivoor uit Afrika niet witgewassen wordt. Daar schiet het land in tekort, want er wordt veel te weinig op toegezien dat verkopers louter Thais ivoor verkopen.

Vergunningen voor verkopers worden nauwelijks gecontroleerd en wetgeving die de illegale ivoorhandel effectief aanpakt ontbreekt. „De Thaise ivoorhandel hangt nauw samen met de grote toeristenindustrie”, schrijft de werkgroep. „Producten gekocht in Thailand gaan de hele wereld over, vooral naar Noord-Amerika, Europa en Australië.”

Internationaal werd de druk op Thailand de afgelopen maanden opgevoerd. Milieuorganisaties zoals het Wereldnatuurfonds riepen op tot economische sancties. De Thaise premier Yingluck Shinawatra voelde de druk en erkende zondag in haar toespraak tot de CITES-conferentie dat „velen Thailand [hebben] gebruikt als doorvoerland voor de illegale internationale ivoorhandel”. Om die handel te stoppen beloofde ze wetgeving aan te passen. „Dit zal helpen om alle olifanten te beschermen, inclusief Thaise en Afrikaanse”, zei de premier. Milieuorganisaties zeggen dat de toezegging een stap vooruit is, maar wijzen er ook op dat de premier geen details en geen tijdpad bekendmaakte.

Zelfs als Thailand de wet aanpakt, zijn er routes genoeg om ivoor, maar ook neushoornhoorns, haaienvinnen, kikkers, schildpadden, exotische vogels en houtsoorten van Afrika op de plek van bestemming te krijgen. Volgens CITES zijn de Filippijnen, Hongkong, Maleisië en Vietnam ook belangrijke doorvoerroutes naar China. Alleen een gezamenlijke en gecoördineerde aanpak kan deze handel een halt toeroepen, zei CITES-baas Scanlon deze week.

Dat is volgens Scanlon niet alleen belangrijk voor de biodiversiteit in de wereld, maar ook voor politieke stabiliteit. Als voorbeeld noemde hij de rebellen van het Verzetsleger van de Heer (LRA) in Congo die hun activiteiten financieren met het doden van olifanten en het smokkelen van ivoor. Ook Al-Shabaad financiert volgens Scanlon in Somalië terreuractiviteiten met inkomsten uit ivoorhandel. Scanlon: „In toenemende mate zijn er criminele organisaties en soms rebellen bij betrokken. Deze illegale activiteiten vormen een bedreiging voor de stabiliteit en economie van deze landen. Het ondermijnt het rechtsysteem en behoorlijk bestuur en berooft landen van hun natuurlijke bronnen en cultureel erfgoed.”