Mondiaal staat financiële sector er niet zo slecht voor

Het mondiale financiële stelsel is niet dood, maar krimpt misschien wel. De afgelopen vier jaar waren bankiers bezorgd dat de financiële sector zich achter nationale grenzen zou terugtrekken. De werkelijkheid is dat het hoog tijd was voor een verkleining van de sector en dat zij buiten de eurozone nog steeds tamelijk gezond is.

Vóór de crisis voltrok de groei van het financiële systeem zich onmiskenbaar in een rap tempo: uit een nieuw rapport van het McKinsey Global Institute blijkt dat de gecombineerde waarde van aandelenmarkten, bankleningen en bedrijfs- en staatsobligaties tussen 1990 en 2007 met 7,9 procent per jaar toenam.

Maar deze tomeloze groei was eerder te danken aan slechte dan aan goede elementen. Want aan het eind van deze periode was het grootste deel van de groei het gevolg van stijgende beurskoersen en toegenomen hefboomwerking in het financiële systeem. Nog geen kwart van de groei ging naar consumenten en bedrijven. „Dat is een verbazingwekkend weinig als men bedenkt dat dit het fundamentele doel van de financiële sector is”, aldus de rapporteurs.

Op die roekeloze expansie moest wel een correctie volgen. Sinds de crisis zijn de financiële bezittingen blijven groeien, zij het in het lagere tempo van 1,9 procent per jaar.

De crisis is niet gelijk verdeeld. De internationale kapitaalstromen zijn ingezakt naar 4.600 miljard dollar vorig jaar, tegen 11.800 miljard dollar in 2007. Maar een groot deel van deze terugval kan worden verklaard door de problemen in Europa.

De rest van het mondiale financiële systeem maakt een minder ziekelijke indruk. De kapitaalstromen naar de opkomende markten bedroegen vorig jaar 1.500 miljard dollar, wat bijna gelijk is aan de piek van vóór de crisis. In 2012 exporteerden zij voor 1.800 miljard dollar aan kapitaal – méér dus dan ze binnenkregen – omdat veel landen overschotten op hun betalingsbalansen belegden in het Westen.

Het zou dan ook een vergissing zijn om de gezondheid van het financiële systeem af te meten aan de problemen van mondiale banken. Want hoewel zij de pijn voelen, lijdt het bredere financiële systeem niet zo erg. Bedrijven gebruiken voor hun financiering bijvoorbeeld steeds vaker bedrijfsobligaties in plaats van leningen. Hier is nog veel winst te behalen.

De vraag die het rapport niet beantwoordt, is hoeveel financiering de wereld eigenlijk nodig heeft. Een groot deel van de westerse groei werd gevoed door snelle en onhoudbare uitbreiding van de schulden. In de Verenigde Staten, Japan en West-Europa vertegenwoordigen de financiële bezittingen nog steeds een waarde van ruim vier maal het bbp.

In de ontwikkelingslanden is dat nog niet de helft daarvan; alleen in China is het meer dan 200 procent. De uitdaging is ervoor te zorgen dat deze landen hun groei op koers houden en zich richten op financiering die de productieve economie ten goede komt, terwijl ze de fouten van het Westen vermijden.