Mijn werkster moet het ook leuk vinden

In het najaar krijgt ze een eigen tv-serie, en deze zomer is Tjitske Reidinga voor de tweede keer ‘leading lady’ in het zomertheater van DeLaMar. ‘Leading lady? Welnee, ik stond naast Anneke Blok!’

Aan het begin van het interview kondigt actrice Tjitske Reidinga aan niet te veel persoonlijks te zullen delen. Ze slaat een beetje dicht van de deeldrang die ze om zich heen bespeurt, zegt ze. „Dan sla ik een blad open en ... pardon? Daar vertelt weer iemand iets pikants over haar seksleven. Beseft zij niet dat duizenden onbekende mensen dan al neuspeuterend alleen maar even scannen: ‘ik word graag geslagen door een man?’ Jezus, waarom zou je jezelf dat aandoen?” Bij haar wordt de ‘deeldrift’ alleen maar minder, zegt ze. Nu de roem toeneemt, groeit de behoefte zich privé te verstoppen. „Als actrice ben je erbij gebaat dat niet iedereen alles van je weet. Het gaat om de rollen die je speelt. Mensen moeten daar zo snel mogelijk in geloven, en niet denken, terwijl jij op toneel staat: o ja, zij maakt nu privé een pijnlijke periode door.” Nee, het kan niet leuk zijn om haar op dit moment te interviewen, denkt Reidinga. „Sorry, jij gaat hier straks heel onbevredigd vandaan.”

En dat terwijl ze ‘in het echt’ juist heel open en spontaan is, bezweert ze. Ze mag dan de laatste jaren vaak de ‘bevroren visstick in het witte mantelpakje zijn geweest’ (in Gooische Vrouwen, De Verbouwing en nu weer in Volgens Robert) eigenlijk is Reidinga een enorme „happy camper”. „Ik spring altijd overal in, en zie alles heel positief en leuk en optimistisch tegemoet. Door Gooische Vrouwen ben ik in de bak beland van kille, afstandelijke vrouwen. Daar ben ik wel een beetje klaar mee.”

In de serie Doris, dit najaar op Net5, speelt ze weer eens een personage dat dicht bij haar zelf ligt. Doris is een gescheiden moeder van veertig, die aan een nieuw leven begint in Amsterdam. De serie is geschreven door actrice en schrijfster Roos Ouwehand. „Doris heeft een enorme fantasie, en veel vertrouwen in mensen. Eigenlijk is ze een combinatie van Roos en mij. Roos ziet altijd meteen drie miljoen beren op de weg. Ik heb dat helemaal niet.”

Het was een wonderlijk aanbod van John de Mol, twee jaar geleden; of ze soms een eigen serie wilde? Zij kon bepalen wat het werd, en alles mocht. „Ik was compleet verbijsterd.” Maar vooruit, twee wensen had ze wel. Eén: Ouwehand. Dat was goed, al had die nog nooit een tv-serie geschreven (wel toneel, boeken en columns). „Roos is mijn favoriete schrijfster. Haar taal is zo raak; minimalistisch, maar toch betekenisvol. Haar teksten zijn heerlijk om te spelen.” Twee: „De garantie dat er niemand meer aan gaat klooien. Daar gaat veel moois op tv aan kapot, als een heleboel pakken zich ermee gaan bemoeien.” De opnames zijn nog bezig, maar tot nu toe gaat ook dat goed.

Boegbeeld

De serie komt op tv nadat ze straks voor de tweede keer ‘leading lady’ is geweest in het zomertheater van DeLaMar. Ze sputtert tegen: „Leading lady, dat was ik helemaal niet. Kom op, ik stond naast Anneke Blok! Ik begrijp wel waarom het zo gepresenteerd wordt; het zomertheater moest gelanceerd, en er moeten kaarten worden verkocht. Maar ik vond het heel erg dat ik groter op de poster stond dan Anneke. Dan ga ik echt door de grond van schaamte.” Reidinga vindt het moeilijk om successen te claimen, dus – for the record – het was niet alleen háár verdienste, maar toch: 38.000 mensen bezochten in de zomer van 2012 Het geheugen van water in DeLaMar.

Dan misschien niet ‘leading lady’; Reidinga is wel het boegbeeld van de drie zomervoorstellingen die theater DeLaMar op initiatief van Joop van den Ende produceert. Zij werd verkozen om drie jaar achtereen een hoofdrol te spelen, en mag zich, samen met regisseur Antoine Uitdehaag, actief bemoeien met de selectie van stukken en de enscenering. „Dit jaar gaan we toneelmatig een stap verder met Een ideale vrouw van W. Somerset Maugham. Dat is heel ‘much ado about nothing’ – veel taal, heel witty. Je moet als acteur heel erg die slagroom opkloppen. Qua stuk en qua stijl moet het publiek dit jaar harder zijn best doen.”

In het najaar staat Reidinga weer prominent in DeLaMar, in Rabbit Hole van de Amerikaanse toneelschrijver David Lindsay-Abaire. Haar idee. Twee jaar geleden, toen ze de Mary Dresselhuys-prijs kreeg, kocht ze van het prijzengeld de rechten van het stuk. „Ik ben actrice, ik voer recepten uit. Maar een paar jaar geleden kreeg ik behoefte aan meer inspraak in mijn werk. Ik wilde minder afhankelijk zijn – de gure tijden voor de kunst kondigden zich al aan.” Prompt kreeg ze een eigen serie aangeboden, een contract voor drie jaar zomertheater én alle ruimte om actief mee te denken over de invulling. „Vijf jaar geleden dacht ik dat de leuke rollen rond je veertigste wel zo’n beetje op zouden zijn, en moet je nu zien! Ik weet natuurlijk nog niet hoe het uit gaat pakken – het kunnen allemaal laffe natte drollen zijn. Maar tot nu toe is dit het beste jaar ooit. Ik blijk een stuk gedrevener dan ik dacht.”

Tussen kunst en kitsch-actrice

Behalve zenuwen bij premières heeft ze weinig moeite met het commerciële circus rondom Van den Ende. „Ik ben een beetje een ‘tussen kunst en kitsch-actrice’. Ik voel me goed in dat middengebied. Ik hou van toneel, maar ik vind het ook heel leuk om dat te maken voor een groot publiek. Bij Het geheugen van water zaten op de eerste rij dames uit Amsterdam-Zuid, naast vrouwen die net van de caravan kwamen. Dat vind ik geweldig. Ik heb niet zoveel op met dat grachtengordel-intellectuele; ik wil dat mijn werkster het ook leuk vindt.”

Concessies hoefde ze niet te doen: „Ik mocht mezelf zijn, van Joop. Dat nam mij erg voor hem in. Bovendien, wie zegt in deze tijden nou nog: kom maar drie jaar lang toneel maken bij mij, in het centrum van Amsterdam? Ik zie ze niet hoor. Maar hij doet dat.”

Ze weet dat haar tv-roem helpt bij de kaartverkoop. „Dat is een voordeel. Ik wil dat graag inzetten waar nodig, want toneel is mijn grootste liefde.” Maar over de andere beweegredenen van Van den Ende om haar te kiezen, tast ze in het duister. „Iemand vroeg hem, waar ik bij stond, waarom hij mij had gekozen. Toen ben ik de kamer uitgegaan.”

Van iemand horen dat ze goed is – laat staan het zelf zeggen? „O nee.” Ze krimpt ineen. Toch iets persoonlijks dan: „Het zou leuk zijn om succes iets meer te kunnen vieren – ik geloof tegenwoordig echt wel dat ik iets kan. Tegelijkertijd houdt het moederschap mij geaard [Reidinga heeft drie zoontjes met acteur Vincent Croiset, red]. Tussen het filmen door sta ik hier gewoon wasjes te draaien en boterhammen te smeren. Ik vind het belangrijk de relativiteit van de roem in te blijven zien. Dat zullen mijn Friese roots wel zijn.”