Herkansing voor een gekoesterd werk

Het Nationale Toneel herneemt na tien jaar de voorstelling ‘Strange Interlude’. Regisseur Johan Doesburg: „We zijn allemaal sadder and wiser.

Vlnr.: Jappe Claes, Ariane Schluter, Mark Rietman en Dries Vanhegen anno 2013 Foto Carli Hermès

Aan het begin van Strange Interlude (1923) van Eugene O’Neill is Nina Leeds 25 jaar en stapelverliefd. Maar haar droomman sterft, en het geluk dat ze met hem ervoer, wordt nooit meer geëvenaard. Vier uur later is ze 45 en verbitterd, verteerd door schuldgevoel. Aan het slot, rond haar vijftigste, is er kalmte en berusting.

Tien jaar geleden regisseerde Johan Doesburg Strange Interlude bij het Nationale Toneel. De voorstelling werd goed ontvangen en actrice Ariane Schluter kreeg voor haar vertolking van Nina de Theo d’Or. Toch hebben maar weinig mensen het toen gezien. Doesburg: „We speelden in de kleine zaal, het was snikheet, en de voorstelling duurt vier uur.” Met de herneming na tien jaar, nu in de grote zaal, gaat een wens in vervulling: meer publiek voor een gekoesterd werk. Schluter: „Het is een dierbare voorstelling. We wilden hem dolgraag nog eens doen.”

Maar hoe gaat dat, zo’n remake na tien jaar? Regisseur Doesburg en de hoofdrolspelers (naast Schluter ook Mark Rietman, Jappe Claes en Dries Vanhegen) zijn allen tien jaar ouder, de wereld is anders; leidt dat tot andere accenten? Verrassend genoeg nauwelijks, zegt Doesburg. „Ik heb in die tien jaar tijd misschien een andere smaak ontwikkeld: nieuwe opvattingen over regisseren en spelen, en als ik nu een productie maak, zal die anders zijn dan tien jaar geleden. Maar deze voorstelling is een oude liefde, en die roest niet. Ik val nog steeds net zo op Nina Leeds als toen. En helemaal als Ariane haar speelt.”

Wat Doesburg aanspreekt aan het stuk is in tien jaar tijd onveranderd. „O’Neill schreef over een vrouw die zich ontworstelt aan haar milieu. Ze zit vast, maar breekt eruit. Zoals mannen afwisselend verlangen naar een moeder, madonna, huisvrouw of hoer heeft Nina ook verschillende typen mannen nodig om haar leven te vervolmaken. Doordat O’Neill een vrouw koos, is het razend actueel. Destijds zelfs revolutionair: in 1932 werd een Amerikaanse film in Nederland nog verboden, vanwege het immorele karakter. Maar het is heel herkenbaar: één persoon voor alles? Dat is bijna onmogelijk. Daarin lijk ik op Nina Leeds.”

Hij is niet anders tegen zijn heldin aan gaan kijken. „Misschien begrijp ik bepaalde dingen beter, we zijn allemaal na tien jaar wat sadder and wiser. Hoewel, wiser? Er zijn in de tussentijd liefdes geïdealiseerd, en weer van hun voetstuk gevallen. Ik herken nu beter hoe Nina haar eigen geluk fantaseert. En ik heb meer begrip voor haar berusting aan het slot.”

Geldt dat ook voor Ariane Schluter? De eerste keer dat zij Nina speelde was Schluter 37, precies tussen Nina’s jeugd en ouderdom in. Nu is ze 47 en staat ze dichter bij de oude Nina. „Maar ik speel haar ouder, hoor, eerder een zestiger. Die leeftijden betekenen nu iets heel anders dan in 1923.” In het begin was er schroom die dartele twintiger weer te spelen. Maar die verdween snel. „Ik sta daar nu verder vanaf, maar ik heb wel een dochter van 15, dus ergens zijn die grote gevoelens – de hevigheid, impulsiviteit, het gebrek aan relativering – juist herkenbaarder.”

Toen ze de tekst weer ging leren bleek dat haar lichaam zich de rol beter herinnerde dan haar hoofd. „Dan stond ik al op, voordat ik me herinnerde dat ik dat in die scène deed. Of ik voelde bepaalde emoties, voordat ik de tekst erover had uitgesproken. Heel gek is dat niet, want het is een emotioneel en fysiek zware rol. Ik ga in één avond van meisje naar vrouw, ik leef een heel leven op toneel.”

Ondanks die krachttoer vindt Schluter het heerlijk om Nina weer te spelen. „Het is zo’n luxe om het over te kunnen doen. Ik zag mezelf op video ergens veel te snel kwaad worden, dat bouw ik nu subtieler op. Maar ik heb de registratie expres maar één keer gezien, anders word je overbewust. De vorige voorstelling is zo dierbaar, dat het ook een spook kan worden waar je tegen moet vechten. De gedachte ‘kunnen we daar ooit nog tegenop?’ heb ik losgelaten. Het is nu óók gewoon een hele nieuwe voorstelling.”

Dat komt doordat de voorstelling is aangepast aan de grote zaal, met een groter decor, en een andere mise-en-scène. Dat maakt de voorstellingen monumentaler, zegt Schluter. Maar vooral doordat alle rollen, behalve de vier hoofdrollen, worden vertolkt door nieuwe acteurs. Schluter: „Dat maakt het spelen heel anders. De nieuwe acteurs helpen ons om het stuk naar het nu te halen. Sowieso gaat spelen heel erg over het hier en nu. Dat kun je niet herhalen, niet van de avond ervoor, en al helemaal niet van tien jaar geleden.”

Zij ziet haar personage ook anders dan destijds. „Ik besef beter hoezeer ze wordt voortgedreven door schuldgevoel. En ik vind haar bitterder dan voorheen. Tegelijk herken ik me meer in de oudere Nina. Haar laatste fase ontroert mij nu meer dan toen.”

Johan Doesburg: „Ik denk dat we na tien jaar nu allemaal wat milder kijken naar Nina, en de verkeerde afslagen die ze in haar leven neemt. Het gestoethaspel blijft, maar het begrip ervoor is groter.”

Strange Interlude van Eugene O’Neill bij het Nationale Toneel. Première 9/3. Inl. nationaletoneel.nl