Duurzaam onderwijs

Een opdrachtgever stuurde me gisteren naar een congres voor onderwijzers met de veelzeggende titel ‘Duurzaamheid. Hart, hoofd en handen voor duurzame ontwikkelingen in het onderwijs’.

Je mag in deze tijden van crisis een gegeven paard niet in de bek kijken, maar erg veel zin had ik niet. Dat woordje ‘duurzaamheid’ begint me op de zenuwen te werken. Ik heb het ook met ‘groen’.

Alles is duurzaam. Van mijn stoeltje in het stadion van Vitesse tot de vuilniszakken en de magnetron. En mijn vriendin is ook duurzaam, want die eet amper vlees. Mochten we ooit kinderen krijgen dan gaan die naar een duurzame basisschool, of we nu willen of niet. Eentje met zonnepanelen op het dak, een groen schoolplein, veel natuuronderwijs en onderwijzers die extra aandacht besteden aan ‘wereldburgerschap’ en een extra voorleesuur op duurzaamheidsdag.

Duurzaamheid en onderwijs gaan hand in hand, dat werd me gisteren wel duidelijk toen ik het gebouw van de Marnix Academie in Utrecht binnenstapte. De man achter de ‘welkom-tafel’ spuugde me meteen drie keer in het gezicht dat ik in de meest duurzame Pabo van Nederland was. Ze hadden van ‘de duurzaamheidscommissie’ drie ‘duurzaamheidssterren’ gekregen, een unicum.

„Ik ken verhalen over hbo-opleidingen met twee duurzaamheidssterren, maar drie duurzaamheidssterren is iets bijzonders. Raadpleegt u het internet, daar staat het allemaal op.” Het was dus geen wonder dat het congres over duurzaamheid in het basisonderwijs juist hier plaats vond.

Tussen de in duurzaamheid geïnteresseerde onderwijzers en onderwijzeressen struinde ik over de informatiemarkt met kraampjes, waar ze duurzame onderwijsproducten verkochten.

Duurzame onderwijsproducten waren: ‘een cursus helicopterview’, schoolkampen met natuuractiviteiten, workshops ‘Biologische streekproducten in je broodtrommel!’ en ‘Groene, meidvriendelijke speelruimtes’.De verkoper van het laatste product zei: „Als een plein of openbare ruimte goed is ingericht zie je veel meisjes. Meisjes zijn de ottertjes van de samenleving, die moet je koesteren.”

Ik vroeg verder niets.

Het congres werd geopend door meneer Gerard Veerbeek, directeur van de Marnix Academie, drie duurzaamheidssterren, hij zei het voor de zekerheid nog maar een keer. Hij had vijf minuten nodig om het begrip ‘duurzaamheid’ te duiden en verslikte zichzelf daarna in een betoog over ‘de onderwijzer als richtingaanwijzer op aarde’. „Wij leren toekomstige generaties dat we niet moeten exploiteren, maar beheren.” De duurzame onderwijzer was te vangen in de ‘drie B’s’: bekwaam, betrokken en bevlogen.

Later op de middag vroeg een spreker om ‘respons uit het veld’. De duurzame onderwijzers in de zaal hadden genoeg respons, bakken vol. Beste citaat: „Als je moe wordt van duurzaamheid heb je het niet over duurzaamheid. Want duurzaam is alleen duurzaam als het duurzaam is.”

Het is wachten op de dag dat alles duurzaam is en we het er nooit meer over hoeven te hebben.