De vrijwillige zanger

Serie over acht dames die achter een cijferslot doen aan kleinschalig wonen. In de hoofdrol mevrouw Niterink (86), moeder van Tosca Niterink.

Ze zit in de multifunctiezaal uit volle borst in de microfoon van de vrijwillige zanger te zingen. Ze glundert helemaal, al die aandacht en dan nog van een man! Het is genieten tussen de harmonicadeuren.

Mevrouw Map slaat weer met haar ogen dicht de maat en de accordeonist drukt zo nu en dan een verkeerde toets in. Op de tv kunnen we de tekst van de liedjes lezen en zo meezingen. „Het is niet daar bij die waterkant”, verbetert een vrijwilligster mijn moeder, „het is daar bij die waterkan, kijk maar!” De laatste letters passen niet op het beeldscherm, maar dat ga ik niet zeggen, vrijwilligers hebben altijd gelijk.

Annie is zich vreselijk in bochten aan het wringen om foto’s te maken, maar de vrijwilligster gaat er steeds met haar rug voor staan dansen. „Ik maak ook foto’s voor het krantje”, zegt de vrijwilligster, ze kijkt mee op Annies display. „Je moet nu drukken!”, roept ze. „Zal ik anders even een paar foto’s maken.”

Het begint zo langzamerhand bloedheet in de propvolle ruimte te worden. Mijn moeder en mevrouw Map zijn de enigen die nog enthousiast meezingen. De rest zit in deze couveuse-temperaturen zwaar te knikkebollen. Ik ruk hier en daar wat theekopjes uit wegzakkende handen.

„Kijk dat”, roept mijn moeder boos als mevrouw Kistenmaker door twee vrijwilligsters uit haar stoel wordt gehesen, „als je je maar flink aanstelt, krijg je alle aandacht!” Het zweet gutst van mijn voorhoofd. Ik heb het gevoel dat ik straks bij het open raam gereanimeerd moet worden. „Ik ga even naar buiten mam.”

„Ik ga mee”, zegt mijn moeder, „het is hier niet te harden.” We duwen mijn moeder door het prachtige lenteweer langs het aanpalende woonwagenkamp. Bij een van de stacaravans staat een enorme volière. Ik rol mijn moeder ernaartoe. „Kijk eens mam, wat een mooie vogeltjes.”

„Nee”, roept een man in de deuropening van zijn woonwagen, „dat kunnen we niet hebben, dat gaat niet, want daar kan ik niet aan beginnen.”

Geschrokken rol ik de stoel weer naar achteren. „Ja”, legt-ie uit, „normaal is het geen probleem. Maar het is ook heel vaak dat ik er niet ben, die deurtjes kunnen niet op slot en wie weet gaan ze ze dan openzetten. Dus daarom!

„Maar normaal is het geen enkel punt”, verklaart hij nogmaals goedmoedig, „het is alleen dat ik er soms niet ben en dan weet je niet of ze aan die deurtjes gaan zitten.”

„We komen wel een keer terug als u er wel bent”, zegt mijn moeder