‘De Raad moet meer opinies geven en niet veroordelen’

Hans Laroes, de nieuwe voorzitter van de Raad voor de Journalistiek, wil een einde maken aan het ‘tobberige klimaat’ rondom de Raad.

„Het moet meer gaan om beoordelen en minder om veroordelen.” Hans Laroes, voormalig hoofdredacteur van het NOS Journaal, werd dinsdag benoemd tot de voorzitter van de Raad voor de Journalistiek (RvdJ). Als de opvolger van Victor Lebesque heeft hij nieuwe plannen met de Raad, het orgaan waar mensen die zich gedupeerd voelen door de media terecht kunnen met klachten. Zo wil Laroes een einde maken aan ‘het tobberige klimaat’ dat rondom de Raad is ontstaan. Ook meent hij dat de Raad een ‘media overstijgende ombudsfunctie’ moet krijgen door eerder opinies te geven dan juridische oordelen. De ideeën van Laroes liggen in het verlengde van de discussies die de afgelopen tijd binnen en buiten de Raad zijn gevoerd. De Raad zou, volgens critici, te veel ‘een juridisch orgaan’ zijn en wordt door een aantal media niet meer erkend.

De voorzitter van de Raad was vaak een jurist. U bent een journalist.

„Klopt. Eind vorig jaar heeft het bestuur van de Raad besloten haar werkwijze aan te passen. Voorheen was de voorzitter meestal een jurist en nam hij ook deel aan de besluitvorming. Dat doe ik niet. Ik ga de Raad naar buiten toe vertegenwoordigen en doe zelf geen uitspraken.”

Waarom niet?

„Ik vind dat ik meer op afstand moet staan zodat ik ook intern kwesties aan de orde kan stellen en aan de leden van de Raad kan vragen: hebben we het wel goed gedaan?”

U zegt dat de Raad een ‘media overstijgende ombudsfunctie’ moet krijgen. Wat bedoelt u daarmee?

„Als de Raad zich meer op deze functie richt, kunnen we met elkaar over de journalistieke inhoud gaan praten en meer discussiëren over actuele kwesties zoals de verhouding tussen serieuze journalistiek en infotainment.”

U wilt meer debat, minder rechtspraak?

„Precies. Ik hoop dat mensen in de toekomst niet alleen een stel advocaten in de arm nemen en naar de Raad stappen met als doel om te kijken of ze, na een uitspraak, juridische stappen kunnen gaan zetten.”

Een aantal media waaronder Het Parool, PowNed, Elsevier en De Telegraaf erkent de Raad niet. Wat gaat u daaraan doen?

„Als we vanaf nu anders gaan functioneren en een gesprek openen over de bezwaren die deze media hebben ten opzichte van de Raad, komen ze misschien wel terug. Ik ga zeker praten met Elsevier en het Parool. Zelfs als het geen zin heeft om dat te doen. Maar ik verwacht niet dat ik de echte weigeraars kan plat charmeren.”

De EU overweegt een mediacommissie in te stellen met vergaande bevoegdheden om te waken over de pers. Zo zou een toezichthouder een journalist een boete kunnen opleggen.

„Dat is een fout antwoord op een goede vraag. Ik ben voor zelfregulering van de pers. Je wilt als journalist toch geen pseudorechters die je hand afhakken als je iets verkeerds hebt gedaan?”

Rechter Leveson oordeelde vorig jaar dat in de Britse pers zelfregulering niet werkt. Hij wil daarom een onafhankelijke toezichthouder.

„De Britten zijn wat dat betreft verder dan wij. Maar de situatie is daar ook anders. Ik kan begrijpen dat rechter Leveson tot de conclusie is gekomen dat er een nieuwe Britse raad voor de journalistiek moest komen. In Engeland zijn journalisten veel schandelijker te werk gegaan dan wij in Nederland of elders in Europa gewend zijn.”

Als hoofdredacteur van NOS Journaal bent u door de Raad op het matje geroepen en veroordeeld. Is het niet raar om nu die Raad te vertegenwoordigen?

„Blijkbaar heeft de misdadiger zijn straf uitgezeten. De keren dat ik voor het NOS Journaal bij de Raad moest komen, heb ik overigens vaker gewonnen dan verloren. En ik heb altijd het advies van de Raad serieus genomen.”

De Raad ontvangt bijdragen uit de mediabranche en kreeg subsidie van OCW. Deze is vorig jaar stopgezet. De financiële basis is nogal wankel, wat gaat u daaraan doen?

„Het bestuur van de Raad is verantwoordelijk voor de financiën. Maar als voorzitter wil ik de Raad nu meer een gezicht gaan geven in de hoop dat uitgevers en omroepen weer een bijdrage zullen leveren. En misschien wil de staatssecretaris dan ook wel weer een financiële ondersteuning gaan geven.”