De illusie dat alles onder controle is

Soms moeten observaties een tijdje marineren voor ze hun essentie prijsgeven. Denk aan de antropoloog die een stam om de totempaal ziet dansen en na afloop zijn hersens pijnigt: waar heb ik nou eigenlijk net naar zitten kijken?

De afgelopen week mocht ik twee keer in grote, glimmende gebouwen met prachtig uitzicht luisteren naar CEO’s van Britse too big to fail-banken die hun jaarresultaten presenteerden. Zowel bij de Royal Bank of Scotland (RBS) als bij Lloyds TSB zag ik een tafel met daarachter een rij mannen (Lloyds had één vrouw die zweeg) in mooie pakken. Ertegenover zaten twee rijen financiële journalisten, aanmerkelijk slechter gekleed, maar met meer vrouwen.

Geroutineerd bedolven de CEO’s ons onder de cijfers en percentages, staaf- en taartdiagrammen. Ze zeiden dingen als „wij hebben het volste vertrouwen in onze kapitaalratio”, en „onze strategie is en blijft om de belangen van al onze stakeholders centraal te stellen”.

Kort daarvoor hadden we de jaarverslagen gekregen, dus wat moet je dan vragen? Die van RBS was 289 pagina’s dik, Lloyds produceerde 165 bladzijden en HSBC 550. Zulke boekwerken zijn geen puzzel waar je op zoek gaat naar het antwoord op een vraag. Het zijn mysteries, waar je niet eens weet wat de vraag is.

Daar gingen mijn collega’s: hoe hoog werd de bonus van de CEO? Waar was die provisie van 250 miljoen voor? Waarover ging die reservering van 100 miljoen?

Lloyds en RBS zijn deels in staatshanden. Wanneer voorzagen de CEO’s een privatisering, en voor welke prijs? Het antwoord was even voorspelbaar als nietszeggend, want hier gaan de politici over. Ook opmerkelijk: de CEO’s spraken de financiële journalisten aan bij hun voornaam.

Na afloop zei een collega bij een broodje: „Tot voor kort deed ik de politiek in Westminster. Het gekke met de financiële journalistiek: je kunt je prima redden zonder echt te weten waarover het gaat.” Even later verzuchtte een journalist die was overgestapt naar de andere kant hetzelfde: „Je geeft het resultaat door, verzamelt een paar reacties, en door naar het volgende verhaal.”

Is dat de reden dat verhalen over bonussen zo populair zijn bij media? Mij lijken torenhoge bonussen uiteindelijk een symptoom van het dieperliggende probleem dat de financiële sector een kartel vormt. Maar zo’n kartel doorgronden kost enorm veel werk, terwijl iedere stagiaire een verontwaardigd verhaal over bonussen in elkaar kan knutselen.

Hoe dan ook, daarna liep ik terug door de nog altijd winterse City. Wat had ik zojuist geobserveerd? Het hele weekend maalde en maalde het in mijn hersens, en maandagochtend had ik opeens mijn hypothese: dit ritueel ging over controle. De cijfers, de pr-frasen, de focus bij journalisten op bonussen en details....

Wat de CEO’s samen met de journalisten al dan niet bewust uitdroegen, was de illusie dat alles weer onder controle was. Ja, deze banken hebben tienduizenden en nog eens tienduizenden werknemers die zich verspreid over de hele wereld bezighouden met onderling totaal verschillende en vaak uiterst complexe producten en activiteiten. Ja, de afgelopen jaren werden de CEO’s overvallen door schandaal na schandaal en inderdaad, hun jaarverslagen gaven de afgelopen tien jaar een vertekend, om niet te zeggen misleidend beeld van de werkelijke risico’s die ze liepen.

Maar dit lag nu allemaal achter ons, droegen de CEO’s uit, en daarmee hadden ze de misschien wel belangrijkste vraag van allemaal effectief buiten beeld gehouden: zijn hun banken behalve Too Big to Fail niet ook Too Big to Manage?

De auteur doet in deze column elke donderdag verslag van het leven in de financiële wereld in Londen. Lees meer over de City op: guardian.co.uk/bankingblog.