David Bowie in de aanval

David Bowie haalde een stunt uit; in dit bigbrothertijdperk wist hij geheim te houden dat hij aan een cd werkte. The Next Day is rijk maar weerbarstig en voert langs verschillende Bowie-stijlen.

David Bowie in 2006 Foto Hollandse Hoogte

Plotseling, afgelopen januari, verscheen er nieuwe muziek van David Bowie. Onaangekondigd, als een cd ‘that fell to earth’, was daar de single Where Are We Now, deze week gevolgd door The Next Day. Veertien nieuwe nummers (plus drie extra op de luxe versie) werden de afgelopen twee jaar opgenomen, met Bowies vaste producer Tony Visconti, en bekende gitaristen als Gerry Leonard en Earl Slick.

De stunt die David Bowie (66) had uitgehaald – in dit bigbrothertijdperk iets geheim weten te houden – in combinatie met zijn reputatie als vernieuwer, en een muzikale afwezigheid van tien jaar, leidden tot een algehele juichstemming. Dankzij het betoverende Where Are We Now, leek het oordeel over de nieuwe cd meteen gevormd: Bowie is terug, Bowie is in topvorm, Bowie grijpt terug op zijn Berlijnse periode.

Nu The Next Day te horen is, blijkt: Bowie is terug, maar zijn nieuwe cd is geen Berlijns feestje geworden. The Next Day is een rijk maar weerbarstig werkstuk dat voert langs verschillende Bowie-stijlen; langs meer en minder bekende Bowie-identiteiten (Bowie de Dandy, Bowie de Buitenstaander, etc.), grillige instrumentaties en een enkele powerballad.

Hoe uiteenlopend ook, een paar eigenschappen gelden voor de cd als geheel: 1. Anders dan in zijn Berlijnse periode – toen de synthetische sound overheerste – is de gitaar hier het uitverkoren instrument. 2. De teksten zijn gruwelijk en beeldend, met veel duister, galgen, moorden en lijken. 3. Bowie zingt als een jonge god: alsof hij een steen tegen een berg op moet duwen, als een gesmeerde verleider, met bizarre uitschieters en striemende kronkels. Hij zingt met kracht, beheersing en gedrevenheid – welke Bowie-identiteit ook aan de beurt is.

Buitenstaander

I’d Rather Be High/ Dancing Out In Space/ Dirty Boys

Eind zestig, begin jaren zeventig transformeerde David Bowie van een schuchtere folkzanger in een falsetzingend ruimtewezen. Hij zong over space, kleedde zich space en klonk space. Het maakte hem razend populair, fans schreven hem: „Ik kom van dezelfde planeet als jij, man, en het is niet de aarde.”

Zijn muziek paste bij de destijds populaire glam rock, zoals nu te horen in het nieuwe Dancing Out In Space. Bij een Motown-beat spelen de gitaren hun solo’s, ze kreunen en knerpen terwijl Bowie onverstoorbaar zijn ballroompassen maakt (‘No one here can see you, dancing out in space’).

In Dirty Boys – een verwijzing naar de ‘dirty’ glam boys van weleer – blijkt dat Bowie houdt van The Pixies (met Sonic Youth ‘de enige twee bands die de jaren tachtig de moeite waard maakten’ zei hij ooit). Van Pixies-gitarist Joey Santiago leende hij de gitaarriffs die rinkelen als brekend glas; een agressie die ook wordt gearticuleerd in de tekst: „I will buy a feather hat/ I will steal a cricket bat/ Smash some windows/ make a noise.”

Het liedje I’d Rather Be High is, ondanks de titel en de opgewekte toon, het lamento van de buitenstaander. Bowie zingt vanuit het oogpunt van een 17-jarige soldaat in vijandig gebied, die ontheemding en doodsangst wil bezweren met bewustzijnsverruimende middelen of een telefoontje met ‘mijn ex’ („I’d rather be high/ I’d rather be flying”).

Berlijner

Where Are We Now?

Bowies Berlijnse periode liep van 1977 tot 1979, toen hij samen met Iggy Pop in Berlijn woonde en drie legendarische lp’s opnam, geproduceerd door Tony Visconti, en met een belangrijke rol voor Brian Eno, verantwoordelijk voor ‘ambient drones’ en ‘guitar treatment’: Low (1977), Heroes (1977) en Lodger (1979). Hoewel hij begin jaren zeventig al wereldwijd een ster was, en in de jaren tachtig – dankzij hits als Let’s Dance en Tonight – tot megastar zou uitgroeien, is zijn Berlijnse periode voor velen het dierbaarst. Zijn muziek uit die tijd zou de inspiratie blijken voor veel elektronicabands uit later jaren, door het gebruik van synthesizers, de geluidseffecten en de stijl van Robert Fripp en Adrian Belew die hun gitaren lieten suizen als straaljagers.

Tijdens het opnemen van The Next Day heerste dezelfde sfeer als destijds in Berlijn, aldus producer Visconti. Er was een lange periode van voorbereiding aan voorafgegaan, maar nu werden teksten soms ter plekke geschreven en waren opnamen in één keer goed. Het prachtige Where Are We Now? is een ode aan Berlijn en aan de muziek van toen. Bowie mijmert over plaatsen en gebeurtenissen, en beschrijft de vervreemding: ‘A man lost in time/ near KaDeWe’. Het is het enige nummer met een synthetische sound, de 42 instrumentale seconden aan het eind lijken een eerbetoon aan de vliedende klank van Sound And Vision (van Low).

Dandy

Boss Of Me; If You Can See Me

In 1973 woonde Bowie in Los Angeles en leefde op koffie en cocaïne. Hij was geestelijk instabiel, hield zich bezig met spiritisme en bewaarde zijn urine in de koelkast om te voorkomen dat belagers het zouden stelen.

Dankzij de cultus die hij rondom zijn persoonlijkheid creëerde had Bowie de reputatie een dandy te zijn. Toch was hij voor een languissante ijdeltuit te onrustig en te ambitieus. Bowies werkdrift is legendarisch: in Berlijn at hij dagelijks slechts een rauw ei om zo snel mogelijk aan opnamen te kunnen beginnen. Op The Next Day uit hij zijn grillige temperament in enkele liedjes met een paniekerige ondertoon. In het weerbarstige Boss Of Me schuilt de dreiging in een bulderende saxofoonsolo. If You Can See Me gaat over een jongeman in blauwe schoenen en een rode jurk, die wordt achtervolgd door boosaardige wezens: „So take this knife/ And meet me across the river.” Gejaagde ritmes, heen en weer kaatsende geluidseffecten en botsende zangpartijen vertolken zijn angst.

Charmezanger

Valentine’s Day; The Stars (Are Out Tonight)

In zijn uitzonderlijke oeuvre is ook plaats voor een kleine afdeling missers. Bowie, de liefhebber van mime, theater en geschminkte pierrots, zwicht soms voor het melodrama. Zijn vocalen omarmen de glissandi, de melodie welft behaagzuchtig: denk Changes en Five Years in het verleden. Nu zijn daar Valentine’s Day en The Stars (Are Out Tonight). Het drakerige The Stars wordt nog net gered door een gestroomlijnde schwung, maar Valentine’s Day gaat aan kitsch ten onder.

Hemelbestormer

How Does The Grass Grow; You Feel So Lonely You Could Die; (You Will) Set The World On Fire

Een grappig sixtiesnummer; een liedje met verleidelijke ‘ooh ooh’-dameskoorzang, en een nummer met een aansporing: „Jij zult de wereld doen ontvlammen.” Deze vlammende rocksong valt op te vatten als schouderklop voor steeds nieuwe generaties muzikaal talent, en brengt in herinnering hoe Bowies oeuvre zowel vroeger als nu, voor bijvoorbeeld Morrissey, Ian Curtis, Lady Gaga en vele andere muzikanten de oerbron is.

In dit soort liedjes, waarin hij het emotionele effect doelbewust de voet dwars zet, is Bowie op zijn best. Bowie kapt af en verliest zich in bizarre uitschieters – zoals in How Does The Grass Grow waarin plagerige koorzang en de naïeve vraagstelling een parafrase lijken op de pre-psychedelica van 60’s-band The Kinks. You Feel So Lonely You Could Die klinkt als een melancholieke mijmering over afscheid, waarin de emotie breed uitwaaiert maar ‘oplost’ in een sobere instrumentatie.

Nestor

The Next Day; Love Is Lost; Heat

Zijn laatste cd, Reality, verscheen in 2003. In 2004 kreeg Bowie hartklachten, daarna verscheen hij nauwelijks meer in het openbaar. Twee jaar geleden belde Bowie, die samen met echtgenote Iman Abdulmajid en dochter Alexandria (12) in New York woont, naar producer Tony Visconti om een opnamesessie af te spreken. Visconti zei in een interview: „We waren het erover eens dat muziek van nu oppervlakkig is. Alles wordt gemaakt en gladgestreken met de computer. Het klinkt groots maar er zit geen leven in.” Hun antwoord op die generieke stijl is een cd met een alerte rocksound, helder en knisperig alsof de drummer in je eigen kamer staat te spelen. Visconti en Bowie bouwden de liedjes op rond gitaarklanken, riffs en solo’s, als om te bewijzen dat niet alleen zijzelf maar ook de rockmuziek nog springlevend is.

De muziek is vitaal, maar de nummers bevatten verwijzingen naar het leven in een gevorderd stadium. In het ingehouden Love is Lost, bijvoorbeeld: „Say goodbye to the thrills of life/ When love was good, when love was bad’. In de afsluiter, het bedachtzame Heat, bedenkt de hoofdpersoon: „And I tell myself, I don't know who I am.”

Openingsnummer The Next Day is het onbarmhartigst. Bowie zingt: „Here I am, not quite dying/ My body left to rot in a hollow tree”. Hoe gelaten de woorden ook lijken, de begeleiding is daarmee in tegenspraak. De puntige akkoorden en de galopperende basklanken stralen levenslust en dadendrang uit. En dat geldt eens te meer voor zijn manier van zingen. Elk woord is een doelgerichte aanval, opdat zijn boodschap de luisteraar niet zal ontgaan. Deze zanger is er niet om ons te vermaken. David Bowie klinkt gemeen en bezeten. Als een vampier die bloed ruikt.