Alles ligt nu net iets verder weg

De Grote Magelhaense Wolk, hier gefotografeerd door infrarood-ruimtelescoop Herschel, is een sterrenstelsel vlakbij de Melkweg. Foto ESA

Het ‘meetlint’ waarmee astronomen het heelal opmeten, is iets betrouwbaarder geworden. Dat komt door een nieuwe nauwkeurige meting van de afstand tot de Grote Magelhaense Wolk, een klein sterrenstelsel dat een nabije buur van onze Melkweg is. Astronomen slaagden daarin dankzij metingen aan dubbelsterren in die wolk, die voor elkaar langs draaiden. De nieuwe meting, die vandaag in Nature verschijnt, bracht de afstand van de Grote Magelhaense Wolk op 163.000 lichtjaar – groter dan een vorige meting, van 162.400 lichtjaar. De foutmarge wordt geschat op twee procent, in plaats van drie bij de vorige.

Afstanden spelen een cruciale rol in de sterrenkunde. Zolang de afstand van een object niet bekend is, valt er weinig te zeggen over zijn afmetingen of over de hoeveelheid energie die het uitzendt. Het probleem is dat afstanden groter dan een paar duizend lichtjaar – een lichtjaar is ongeveer 10 biljoen kilometer – tot nu toe niet rechtstreeks gemeten konden worden. Dat schiet niet op in een heelal dat miljarden lichtjaren groot is. Om dat probleem te omzeilen, hebben astronomen een ‘afstandsladder’ geconstrueerd. Het principe daarvan is eenvoudig: de afstanden van nabije objecten wordt gebruikt om de afstanden van iets verder weg gelegen objecten te bepalen, en die afstanden kunnen dan weer worden gebruikt om nóg grotere afstanden te overbruggen.

De Grote Magelhaense Wolk is een cruciale sport van deze afstandsladder. Bijna alle afstandsbepalingen buiten onze Melkweg zijn ervan afhankelijk. Dus als de gemeten afstand van de Grote Magelhaense Wolk er een paar procent naast zit, zitten ook de afstanden van andere sterrenstelsels er een paar procent naast.