We keken jaren naar iemand die geschorst had moeten zijn

De dopingbekentenis van Michael Boogerd

Hoe belangrijk is deze biecht?

Na de grote successen van onder anderen Joop Zoetemelk (Tourwinnaar van 1980) en Steven Rooks (tweede en bolletjestrui in de Tour van 1988) was het Nederlandse wielrennen begin jaren negentig in een dal beland. Boogerd was de eerste die sindsdien weer aansprekende resultaten wist te behalen, met als hoogtepunt zijn vijfde plaats in de Tour van 1998 en een etappezege in La Plagne in 2002.

De biecht van Boogerd betekent dat de belangrijkste Nederlandse renner in een generatie zijn resultaten gedrogeerd heeft behaald, in dienst van een ploeg die zich profileert als ‘schoon’. Wielerfans, nog maar nauwelijks bekomen van de bekentenissen van Lance Armstrong, hebben al die jaren gekeken naar successen van een renner die geschorst had moeten zijn. Dit geldt overigens voor wel meer renners uit die tijd.

Wie heeft er nu precies wel bekend en wie niet?

Weinig Rabobankrenners uit die tijd lijken géén doping te hebben gebruikt. Ook oud-Raborenners Danny Nelissen, Marc Lotz, Thomas Dekker, Grischa Niermann en Michael Rasmussen hebben in de afgelopen maanden toegegeven dat ze de verleiding niet konden weerstaan. Aan de andere kant is van een succesvolle renner als Erik Dekker (drie Touretappes in 2000) niets bekend over dopinggebruik.

Binnen het wielrennen is er al jaren een golf aan dopingbekentenissen gaande. Tourwinnaars Bjarne Riis, Jan Ullrich, Floyd Landis en recentelijk Lance Armstrong hebben al bekend doping te hebben gebruikt. Over Miguel Indurain en Alberto Contador gaan geruchten. Marco Pantani stierf in 2004, nadat hij jaren in verband was gebracht met doping.

Waarom heeft Boogerd het zo lang verzwegen?

De renners die in het verleden dopinggebruik hebben bekend, deden dat soms gedwongen, soms uit vrije wil. Ze kregen de hoon van collega’s en toeschouwers over zich heen. Hun collega’s behandelden de Schot David Millar en de Amerikaan Tyler Hamilton als paria’s omdat ze hun mond open deden. Dit leidde tot een zwijgcultuur.

Waarom biecht hij nu dan toch?

Door alle publicaties is de druk op Boogerd zo groot geworden dat ontkennen steeds potsierlijker werd. In november 2012 berichtte NRC dat een vertrouwelijk justitieel stuk meldt dat Boogerd bloedtransfusies heeft ondergaan in Oostenrijk, bij dopingdokter Stefan Matschiner. In december meldde NRC dat Boogerd illegale bloedtransfusies onderging bij de Weense bloedbank Humanplasma. Boogerd gaf toen toe dat hij met Matschiner in een Weense wijnbar had gezeten – hoewel hij daarvoor heeft volgehouden dat hij de arts maar „één keer bij een wedstrijd” heeft ontmoet. Hij moest ook toegeven dat hij diverse rekeningen van Matschiner had gekregen. Volgens Boogerd was dat voor „vitaminen”.

Vorige week publiceerde NRC Matschiners rekeningen, waaruit bleek dat Boogerd 17.000 euro aan Matschiner had betaald. Matschiner: „Ik denk dat je heel veel vitaminen kunt kopen voor 17.000 euro.’’

Wat betekent de biecht voor Boogerd zelf?

Boogerd is al gestopt als wielrenner, maar een schorsing kan toch nog gevolgen hebben. Het lijkt onafwendbaar dat hij een schorsing van de Dopingautoriteit krijgt opgelegd. Omdat hij niet meewerkt, wordt dat minstens twee jaar.

De bekentenis kan ook financiële gevolgen hebben, bijvoorbeeld als hij nergens meer aan het werk kan en ook niet meer kan bijverdienen met bijvoorbeeld televisieoptredens en reclames. Aan de andere kant: vaste NOS-commentator Maarten Ducrot bekende in 1999 al dat hij structureel doping had gebruikt, net als de rest van zijn PDM-ploeg.