Waarom gaan we voedselfraude niet tegen door actieve participatie?

denken@nrc.nl

schrijft Sietze Norder

In reactie op de recente gevallen van voedselfraude wil Kamerlid Gerard Schouw (D66) dat er een Kamerdebat komt over het bewust verkeerd informeren van consumenten. Maar alleen het aanpakken van de vervalsing van etiketten is niet voldoende. Consumentenorganisaties als Foodwatch en de Consumentenbond geven aan dat voedselfraude veel vaker voorkomt.

Waarom zijn we voor de beoordeling van de kwaliteit van ons voedsel in eerste instantie eigenlijk afhankelijk geworden van keuringsinstanties, etiketten en keurmerken? Voedsel wordt inmiddels wereldwijd verhandeld in lange anonieme ketens die weinig transparant zijn. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving zitten in Nederland tussen de 17 miljoen consumenten en 65.000 boeren slechts 25 supermarktformules en vijf inkoopkantoren. Wij zijn voor ons voedsel dus vrijwel volledig afhankelijk van bedrijven die als primair doel hebben winst te maken, niet om mensen te voeden.

Die afhankelijkheid hebben we deels aan onszelf te danken. De beperkte bereidheid van consumenten om een redelijk bedrag te betalen voor voedsel is één van de oorzaken waardoor het aantal boeren in Nederland al tijden gestaag afneemt. Uit cijfers van het CBS blijkt dat het aantal agrarische bedrijven in Nederland tussen 2000 en 2010 met 25 procent is gedaald. Boeren produceren grote hoeveelheden van een uniform product waardoor zij zich moeilijk kunnen onderscheiden. Deze eenzijdige focus op prijs werkt fraude met voedsel in de hand.

Gerard Schouw (D66) pleit voor een aanpak van voedselfraude die gericht is op meer bescherming van consumenten en meer gezamenlijke verantwoordelijkheid bij supermarkten en producenten. Echter, ook consumenten kunnen verantwoordelijkheid nemen. Dat gebeurt al op streekmarkten, boerderijwinkels, voedselcollectieven (voko’s) waarbij consumenten gezamenlijk inkopen bij één of meerdere boeren in de omgeving. Het rechtstreekse contact geeft consumenten de mogelijkheid om zelf te oordelen over de kwaliteit van hun voedsel.

Waarschijnlijk zullen we ook in de toekomst afhankelijk blijven van internationale handelsstromen. Instanties die het algemeen belang dienen moeten toezicht blijven houden. Het is echter nog belangrijker dat ook individuen zich actief bezighouden met voedsel. Voedsel is te belangrijk om volledig uit handen te geven.